Alle soorten › Toerakoachtigen › Toerako's › Reuzentoerako

Reuzentoerako | Corythaeola cristata

Great Blue Turaco | Turaco Gigante

De reuzentoerako is veruit de grootste toerako: een turkooisblauwe bosvogel ter grootte van een kalkoen met een zwarte kuif, een felgele snavel en een lange staart met een zwarte eindband. Anders dan de groene toerako's mist hij het rode vleugelveld volledig.

Reuzentoerako (Corythaeola cristata)
Foto: Giles Laurent — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een diep, borrelend en rollend brrrrrou, gevolgd door een lange, luide reeks kok-kok-kok-kok, vaak door meerdere groepsleden tegelijk. Het koor draagt kilometers ver en is een van de karakteristieke geluiden van het Centraal-Afrikaanse regenwoud.

Luister: ZangXC1052480

Opname: Bernard BOUSQUET — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 70 tot 76 cm, waarvan de staart ruim de helft. Kop, hals, rug en vleugels zijn helder turkooisblauw, met een hoge, zijdelings samengedrukte blauwzwarte kuif. De snavel is geel met een rode punt en loopt als een geel schild op het voorhoofd door. De onderborst is geelgroen, buik en onderstaartdekveren kastanjebruin. De lange, trapvormige staart is blauw met geelgroene zijkanten en een brede zwarte band vlak voor het uiteinde. Geen rood in de vleugel. Man en vrouw zijn gelijk. Leeft in groepjes van drie tot zeven, rent en springt behendig door de kruinen en glijdt zwaar van boom naar boom.

Verwarrings­soorten

Binnen het gebied niet te verwarren. De groene toerako (Tauraco persa) en de Lady Ross' toerako (Tauraco rossae) delen in het noorden van Angola hetzelfde bos, maar zijn veel kleiner, hebben een andere kleur en tonen in vlucht felrode handpennen.

Leefgebied

Hoog kronendak van laaglandregenbos, galerijbos langs rivieren, bosranden, secundair bos en plantages met hoge schaduwbomen. Eet vrijwel uitsluitend vruchten, verder bladeren, bloemen en knoppen, en foerageert vooral in de bovenste etage.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in het noorden van Angola, van Cabinda en de provincies Zaire en Uíge tot Cuanza Norte en de Lunda's, en in het uiterste noordwesten van Zambia, in het galerijbos rond Mwinilunga. Daarbuiten van Guinee door West- en Centraal-Afrika tot Zuid-Soedan, Oeganda en het westen van Kenia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Zambia is de soort een doelsoort van de galerijbossen bij Mwinilunga en de Source of the Zambezi; in Angola vooral in de bossen van Uíge en Cuanza Norte. Luister vroeg in de ochtend naar het rollende koor en zoek dan naar de grote blauwe silhouetten die met gespreide staart tussen de kruinen zweven.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in het kerngebied nog vrij algemeen. Aan de zuidrand, in Angola en Zambia, is de soort kwetsbaar voor ontbossing en de jacht op vlees en veren; in dicht bewoond gebied is ze sterk teruggelopen.

Wetenschappelijke naam

Corythaeola cristata | (Vieillot, 1816)

Vieillot beschreef de soort in 1816 als Musophaga cristata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Corythaeola werd in 1860 ingevoerd door Heine. Corythaeola komt van het Griekse koruthaiolos, 'met wuivende helmpluim', van korus, koruthos, 'helm', en aiollō, 'heen en weer bewegen'. cristata is Latijn voor 'gekuifd', van crista 'kam', naar de grote, blauwzwarte kuif. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Afrika (niet nader bepaald).