Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers en tapuiten › Moerasvliegenvanger
Moerasvliegenvanger | Muscicapa aquatica
Swamp Flycatcher | Papamoscas Palustre
De moerasvliegenvanger is een kleine, bruingrijze vliegenvanger van papyrus, riet en oevervegetatie langs meren en grote moerassen. Binnen het gebied beperkt hij zich tot Zambia en het Karibameer, waar hij laag boven het water op een rietstengel of dode tak zit en van daaruit insecten vangt.
Geluid
Een hoog, dun tsiep en een zacht, droog tsirr. De zang is een korte, piepende en tjilpende reeks, tsi-tsi-tsweet, onopvallend en vooral in de vroege ochtend te horen.
Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
13 cm, een compacte vliegenvanger met een brede, donkere snavel. De bovenzijde is effen grijsbruin, met iets donkerder vleugels en staart en smalle lichte randen aan de armdekveren. De keel is wit, begrensd door een brede, vaag gestreepte grijsbruine borstband; de buik is wit, de flanken bruingrijs. Een smalle lichte oogring en teugel zijn van dichtbij zichtbaar. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn bovenaan licht gespikkeld en op de borst geschubd.
Verwarringssoorten
Cassins vliegenvanger Muscicapa cassini is donkerder leigrijs met een zuiver grijze borstband en leeft langs stromende bosrivieren in het noordwesten van Zambia. De Kaapse vliegenvanger Muscicapa adusta is donkerder, zonder contrastrijke witte keel, en leeft in bosranden en oeverbos. De grauwe vliegenvanger Muscicapa striata heeft een gestreepte kruin en lange vleugels en is alleen van oktober tot april aanwezig; hij kan ook langs moerasranden jagen. Habitat en borstband zijn doorslaggevend.
Leefgebied
Papyrus- en rietmoerassen, rivieroevers en meeroevers met overhangende struiken, dode takken, palen en drijvende vegetatie; soms bij aanlegsteigers en rond dorpen aan het water. Jaagt in korte vluchten laag boven het water op muggen en andere vliegende insecten. Het nest is een klein kommetje in de vork van een struik of tussen papyrusstengels boven het water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied vooral in het noorden van Zambia: het Mwerumeer, Mweru Wantipa, de Bangweulumoerassen en de Luapula- en Chambeshivallei; verder langs de Zambezi en de Kafue en langs de oevers van het Karibameer, met enkele meldingen aan Zimbabwaanse zijde. Daarbuiten langs meren en rivieren van de Sahel van Senegal tot Soedan en in Centraal- en Oost-Afrika, onder meer rond het Victoriameer en het Tanganyikameer.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek aan de Bangweulumoerassen of het Mwerumeer vanaf een boot langs de papyrusrand naar een klein vogeltje dat op een uitstekende stengel zit en telkens opvliegt. Aan het Karibameer loont het de oevers met dode bomen en struiken af te zoeken. Jaarrond aanwezig en weinig schuw.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Wijdverspreid en plaatselijk algemeen in Afrikaanse moerasgebieden. Drooglegging, het afbranden van papyrus en schommelende waterstanden in stuwmeren kunnen plaatselijk leefgebied aantasten.
Wetenschappelijke naam
Muscicapa aquatica | Heuglin, 1864
Heuglin beschreef de soort in 1864 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Muscicapa werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Muscicapa is Latijn, van musca 'vlieg' en capere 'vangen'. aquatica is Latijn voor 'bij het water levend' — naar het leven in rietkragen en oevervegetatie. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Wau-rivier (Nahr Waw), Bahr el Ghazal, Zuid-Soedan.
