Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Musleeuwerik
Musleeuwerik | Mirafra passerina
Monotonous Lark | Alondra Monótona
De musleeuwerik is een onopvallende bruine leeuwerik die het grootste deel van het jaar onzichtbaar is, tot na goede regens de savanne ineens vol zit met zingende mannetjes. Dag en nacht herhalen ze hetzelfde korte deuntje, wat de soort haar naam in veel talen gaf. Het is een nomade die de regen volgt.
Geluid
Een kort, eentonig deuntje van vier tot vijf tonen, ongeveer tsjoe-tsjie-tsjie-wie of for-sai-thie-a, eindeloos herhaald van een struiktop, een paal of in een korte fladdervlucht met hangende poten. Zingt overdag én 's nachts, vooral in de weken na zware regen. Buiten de broedtijd vrijwel stil.
Opname: Rick Nuttall — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
14 cm. Een kleine, gedrongen leeuwerik met een korte, stevige snavel en een vrij korte staart. De bovendelen zijn grijsbruin met donkere streping, de wenkbrauwstreep is vaag. De keel is zuiver wit en valt op, vooral wanneer het zingende mannetje hem opbolt. De borst is beige met donkere vlekken, de buik lichter. In de vlucht is een roodbruin vleugelpaneel zichtbaar. De sexen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De sabotaleeuwerik Calendulauda sabota heeft een scherpe witte wenkbrauw en geen roodbruin vleugelpaneel. De savanneleeuwerik Calendulauda africanoides is warmer bruin van boven, met een witte wenkbrauw en een vrijwel ongevlekte buik. De ratelleeuwerik Amirafra rufocinnamomea is donkerder en roodbruiner en klappert in de zangvlucht met de vleugels. De roodnekleeuwerik Corypha africana is groter, heeft een kuifje en zingt een fluitend tsie-tsioe. Het beste kenmerk is de eindeloos herhaalde zang.
Leefgebied
Open savanne en bosveld met kale grond en een losse grasmat: mopaneveld, kalahari-doornveld en acaciasavanne, vaak op kalkrijke of kleiige bodems en rond pannen. Foerageert op de grond op zaden en insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Vrijwel endemisch in zuidelijk Afrika: Botswana, het noorden en oosten van Namibië, het westen en zuiden van Zimbabwe en het noorden van Zuid-Afrika (Limpopo, Noordwest en het noorden van de Noord-Kaap), met uitlopers naar het zuidoosten van Angola, het zuidwesten van Zambia en het westen van Mozambique. Aantallen en precieze verspreiding wisselen sterk van jaar tot jaar.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Ga in een natte zomer (november–februari) naar mopaneveld of doornveld in het noorden van Zuid-Afrika of Botswana, bijvoorbeeld het mopaneveld van het noordelijke Krugerpark of de Centraal-Kalahari. Luister ook 's avonds en 's nachts: het eentonige deuntje verraadt de soort direct. In droge jaren kun je hem zelfs op bekende plekken missen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een groot areaal en is in natte jaren talrijk. Door haar nomadische leefwijze zijn trends moeilijk te meten, maar er zijn geen tekenen van een ernstige achteruitgang.
Wetenschappelijke naam
Mirafra passerina | Gyldenstolpe, 1926
Gyldenstolpe beschreef de soort in 1926 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Mirafra werd in 1821 ingevoerd door Horsfield. De herkomst van Mirafra is onbekend; Horsfield gaf geen verklaring, en volgens Jobling is het waarschijnlijk een woord uit een inheemse taal, al is het geen bekende Javaanse naam. passerina is Latijn voor 'mussachtig', van passer, 'mus' — naar het onopvallende, mussachtige uiterlijk. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mohapoani, 'Bechuanaland' (volgens Grant Damaraland, Namibië).


