Alle soorten › Zangvogels › Brilvogels › Oranjerivierbrilvogel

Oranjerivierbrilvogel | Zosterops pallidus

Orange River White-Eye | Anteojitos del Orange

De Oranjerivierbrilvogel is de bleke brilvogel van het droge westen van het gebied, vooral van Namibië en de Noord-Kaap. Hij volgt de bomenrijen langs rivieren en droge beddingen diep de Karoo en de Kalahari in en is in veel dorpen en steden van het westen een gewone tuinvogel.

Oranjerivierbrilvogel (Zosterops pallidus)
Foto: Ragnhild&Neil Crawford from Sweden — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De contactroep is een zacht, klagend tsiu of tie-uu, herhaald door de leden van een groepje. De zang is een snelle, zoete, kwetterende reeks van hoge fluittonen, gelijk aan die van de Kaapse brilvogel.

Luister: ZangXC695158

Opname: Tony Archer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm. De bovendelen zijn bleek zandkleurig olijfgroen, lichter dan bij de Kaapse brilvogel. Keel en onderstaartdekveren zijn geel, de buik is vuilwit en de flanken hebben een duidelijke warme, abrikoos- of bruingele waas. Rond het oog ligt een brede witte ring, vóór het oog onderbroken door een smal donker streepje. De snavel is dun en donker, de poten grijs. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met een smallere oogring en zwakkere flankkleur. Leeft in kleine, beweeglijke groepjes die voortdurend roepen.

Verwarrings­soorten

De Kaapse brilvogel Zosterops virens is donkerder groen van boven en heeft grijze of groengele flanken zonder bruingele waas; in een smalle overgangszone, onder meer in het westen van de Vrijstaat, Noordwest en de Karoo, komen tussenvormen voor en is niet elke vogel te benoemen. De zuidelijke Afrikaanse brilvogel Zosterops anderssoni in het noorden van Namibië en Botswana is kleiner en van keel tot onderstaart geheel geel. De Kaapse kapokmees Anthoscopus minutus is kleiner, heeft een zwart voorhoofd en geen witte oogring.

Leefgebied

Bomenrijen en struweel langs rivieren en droge beddingen in de Nama-Karoo, de Kalahari en de savanne van het westen, en struikrijke hellingen; ook in tuinen, parken, boomgaarden en wijngaarden, in het bijzonder langs de Oranjerivier. Foerageert in bomen en struiken op kleine insecten, nectar en vruchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In Namibië in het midden en zuiden, noordwaarts tot het Etosha-gebied; in Zuid-Afrika in de Noord-Kaap, het westen van de Vrijstaat en Noordwest en de binnenlandse Karoo van de West- en Oost-Kaap; verder in het zuidwesten van Botswana en marginaal in Lesotho. Buiten het gebied komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond; eenvoudig te vinden in tuinen en langs de rivier in plaatsen als Upington, Kakamas en Windhoek, en in het bomenlint langs de droge rivierbeddingen in het Kgalagadi-grenspark. Let op de abrikooskleurige flanken om hem van de Kaapse brilvogel te onderscheiden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in zijn verspreidingsgebied en in aantal toegenomen door de aanplant van bomen, tuinen en geïrrigeerde landbouw langs rivieren.

Wetenschappelijke naam

Zosterops pallidus | Swainson, 1838

Swainson beschreef de soort in 1838 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Zosterops werd in 1827 ingevoerd door Vigors & Horsfield. Zosterops komt van het Griekse zōstēr, 'gordel', en ōps, 'oog' — naar de witte oogring die de meeste brilvogels hebben. pallidus is Latijn voor 'bleek' — naar de lichte, grijzige flanken en onderdelen van deze droogtebrilvogel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit ca. 16 km ten oosten van Prieska, Noord-Kaap, Zuid-Afrika.