Alle soorten › Zangvogels › Wida's › Purperstaalvink
Purperstaalvink | Vidua purpurascens
Purple Indigobird | Viuda Purpúrea
De purperstaalvink is de staalvink van het doornveld en het ruige bosveld van het noordoosten van het gebied. Het mannetje is glanzend zwart met een paarse zweem, een witte snavel en opvallend bleke, witroze poten. Hij parasiteert op de roze amarant en bootst diens roepen na.
Geluid
Het mannetje zingt een snel, krassend en piepend gekwetter met nabootsingen van de roze amarant, waaronder een snel, droog ratelend trrrrt en een dun, stijgend wiet. De roep is een kort tsjip.
Opname: Niall Perrins — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
11–12 cm, klein en gedrongen. Het mannetje in broedkleed is zwart met een paarse tot blauwpaarse glans en een bruinig paneel in de vleugels. De snavel is wit tot bleek roze, de poten zeer licht witroze. Het vrouwtje en het mannetje buiten de broedtijd zijn bruin met donkere streping op de rug en een bleke onderzijde, met een markante kopstreping van een lichte kruinstreep en donkere zijkruinstrepen; hun poten zijn eveneens bleek. Jonge vogels zijn egaal bruin.
Verwarringssoorten
De staalvink (Vidua chalybeata) heeft in het grootste deel van het gebied een rode snavel en rode poten en een blauwe glans. De groene staalvink (Vidua funerea) heeft eveneens een witte snavel, maar roodachtige poten en een doffere, blauwzwarte glans. De Codringtons staalvink (Vidua codringtoni) is groenig geglansd met geheel zwarte vleugels en bleekrode poten. In Zuid-Afrika is de pootkleur het beste veldkenmerk; overal elders geeft de nagebootste roep van de roze amarant de doorslag.
Leefgebied
Droog doornveld en gemengd bosveld met ruige, hoge grasbegroeiing, struikgewas en kreupelhout, ook akkerranden en rivierbegeleidend struweel. Eet graszaden van de grond, dicht bij dekking. Legt zijn eieren in de nesten van de roze amarant (Lagonosticta rhodopareia); de jongen bootsen de bekvlekken van de waardjongen na.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het noordoosten en noorden van het gebied: het noordoosten van Zuid-Afrika (Limpopo, het laagveld van Mpumalanga en het noorden van KwaZulu-Natal), Eswatini, Zimbabwe, Mozambique, het noorden en oosten van Botswana, de Zambezi-regio van Namibië, Zambia, Malawi en Angola. Daarbuiten tot in Tanzania, Kenia en het zuiden van Congo-Kinshasa.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In het Krugerpark en het laagveld van Mpumalanga en Eswatini, van januari tot april. Zoek een zingend staalvinkmannetje en kijk goed naar de poten: bij deze soort lijken ze in het veld bijna wit. Waar roze amaranten in de ruigte roepen, zit een purperstaalvink vaak in een nabije boomtop.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; in het laagveld vrij algemeen. Er zijn geen grote bedreigingen bekend.
Wetenschappelijke naam
Vidua purpurascens | (Reichenow, 1883)
Reichenow beschreef de soort in 1883 als Hypochera purpurascens; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Vidua werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Vidua is het Latijnse woord voor 'weduwe'. purpurascens is Latijn voor 'purperachtig' — naar de purperen glans op het zwarte verenkleed van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Usegua, Tanzania.

