Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Stierlings specht
Stierlings specht | Dendropicos stierlingi
Stierling's Woodpecker | Pito de Stierling
Stierlings specht is een kleine specht met een effen bruine rug en een zwaar geschubde borst, en een van de weinige vogels die vrijwel uitsluitend in het miombo van Malawi, Mozambique en Tanzania voorkomen. In het gebied is hij een gewilde specialiteit van het droge miombo in het zuiden van Malawi.
Geluid
Een vrij stille soort. Een zacht, snel herhaald kwik-kwik-kwik en een droog ratelend tsjrrr tussen paartjes. Roffelt kort en zacht op dode takken.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
Ongeveer 18 cm. De bovendelen zijn egaal olijfbruin, zonder bandering of vlekken; ook de vleugels zijn vrijwel ongetekend. Het gezicht is wit met een bruine oorvlek en een bruine baardstreep. De onderdelen zijn wit, op borst en flanken dicht bezet met donkerbruine schubben en pijlpuntvlekken, naar de buik toe fijner. Het mannetje heeft een bruine kruin met een rode achterkruin en nek; bij het vrouwtje is de achterkruin zwart. Jonge vogels zijn doffer, met wat rood op de kruin.
Verwarringssoorten
De kardinaalspecht (Dendropicos fuscescens) is kleiner, heeft een duidelijk licht gebandeerde rug en gestreepte in plaats van geschubde onderdelen. Bennetts specht (Campethera bennettii) en Reichenows specht (Campethera scriptoricauda) zijn groter, hebben een gevlekte groenige rug en een lichte keel met vlekken of stippels, en foerageren vaak op de grond. De combinatie van een effen bruine rug en een geschubde witte borst is binnen het gebied uniek.
Leefgebied
Hoog en goed ontwikkeld miombo met Brachystegia en Julbernardia, zowel op vlakke grond als op rotsige heuvels. Foerageert alleen of in paren op dunne takken en twijgen in de kruin, vaak in gemengde foerageergroepen, en eet vooral mieren, kevers en larven.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied beperkt tot het zuiden en midden van Malawi (onder meer rond Zomba, Liwonde en het Dedza-plateau) en het noorden en midden van Mozambique, ten westen van de kustvlakte. Verder alleen in het zuiden van Tanzania. Ontbreekt in Zambia en verder zuidelijk.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek in het miombo van Liwonde NP of op de Zomba-plateauhellingen naar gemengde groepen met miombomezen, batissen en andere kruinvogels; de specht werkt stil door de buitenste twijgen en valt vaak pas op door zijn zachte getik. De effen bruine rug is het eerste dat opvalt als de vogel wegklimt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, maar met een klein wereldverspreidingsgebied en afhankelijk van ongestoord miombo. Houtkap, houtskoolproductie en de omzetting van bos in akkerland, juist in het zuiden van Malawi, verkleinen het leefgebied.
Wetenschappelijke naam
Dendropicos stierlingi | Reichenow, 1901
Reichenow beschreef de soort in 1901 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Dendropicos werd in 1849 ingevoerd door Malherbe. Dendropicos is samengesteld uit het Griekse dendron, 'boom', en het Latijnse picus, 'specht': een 'boomspecht'. stierlingi eert de Duitse legerarts Stierling, die rond 1900 vogels verzamelde in Duits-Oost-Afrika (Tanzania) en Nyasaland (Malawi). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Songea, Tanzania.
