Alle soorten › Zangvogels › Buulbuuls › Streepkopbuulbuul

Streepkopbuulbuul | Arizelocichla striifacies

Olive-Headed Greenbul | Bulbul Cabecioliva

De streepkopbuulbuul is een bergbuulbuul van de oostelijke Afromontane bossen, van Kenia tot Malawi en het noorden van Mozambique. In het gebied gaat het om de ondersoort olivaceiceps, een schaarse vogel van enkele bergbossen, die met zijn olijfkleurige kop en gestreepte wangen afwijkt van de talrijkere zwartbrauwbuulbuul.

Streepkopbuulbuul (Arizelocichla striifacies)
Foto: Alex — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een luid, schurend tsjrrr en een reeks korte, schokkerige tonen, tsjoek-tsjoek-tsjirrip, lager en minder borrelend dan bij de zwartbrauwbuulbuul. Roept vaak vanaf verborgen plekken in het bladerdak.

Luister: RoepXC902619

Opname: isaac kilusu — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–20 cm. Kruin en achterhoofd zijn olijfgroen, nauwelijks afgezet tegen de rug; de wangen en oorstreek zijn grijs met fijne witte of lichtgrijze streepjes, en een smalle, onderbroken witte oogring omringt het oog. De keel is grijs, de borst grijsolijf, overgaand in een olijfgele buik en gele onderstaartdekveren. Bovenzijde, vleugels en staart zijn olijfgroen. De snavel is zwart, de ogen zijn donker. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met minder duidelijke wangstreping.

Verwarrings­soorten

De zwartbrauwbuulbuul Arizelocichla fusciceps heeft een donkere, roetbruine kruin met een zwartachtige wenkbrauw en geen gestreepte wangen. De streepwangbuulbuul Arizelocichla milanjensis heeft een grijze, geen olijfkleurige kruin, met sterker contrast tussen kop en rug; beide soorten sluiten elkaar geografisch grotendeels uit. Shelleys buulbuul Arizelocichla masukuensis is kleiner, met een effen grijze kop zonder streepjes. De gestreepte loofbuulbuul Phyllastrephus flavostriatus heeft een lange dunne snavel, gele borststreepjes en een typisch vleugelschokken.

Leefgebied

Vochtig montaan bos, vooral de middelste etage en het bladerdak van gesloten bos, ook bosranden en oud secundair bos, grofweg tussen 1200 en 2300 m. Eet vruchten en insecten en foerageert alleen, in paren of in gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied schaars en lokaal in de hooglanden van het noorden van Malawi en in enkele bergbossen in het noorden van Mozambique, zoals op het Njesi-plateau. Daarbuiten van het zuidoosten van Kenia (Taita) door de bergen van Tanzania, met de Rungwe als noordgrens van de ondersoort olivaceiceps.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond, maar lastig: de soort komt samen met de veel algemenere zwartbrauwbuulbuul voor. Bekijk elke bergbuulbuul met een olijfkleurige in plaats van donkere kop en zoek naar de fijne streepjes op de wangen. Geluidsopnamen helpen: het lage, schurende gekras onderscheidt hem van het hogere, borrelende geroep van de zwartbrauwbuulbuul.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; in Tanzania plaatselijk algemeen. In het gebied is de populatie klein en versnipperd over enkele bergbossen die door kap, branden en akkerbouw kleiner worden.

Wetenschappelijke naam

Arizelocichla striifacies | (Reichenow & Neumann, 1895)

Reichenow & Neumann beschreef de soort in 1895 als Xenocichla striifacies; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Arizelocichla werd in 1905 ingevoerd door Oberholser. Arizelocichla komt van het Griekse arizēlos, 'opvallend, duidelijk', en kikhlē, 'lijster'. striifacies komt van het Latijnse stria, 'streep', en facies, 'gezicht' — naar de fijn gestreepte wangen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Marangu, Kilimanjaro, Tanzania.