Alle soorten › Zangvogels › Batissen en lelogen › Tapuitklauwier

Tapuitklauwier | Lanioturdus torquatus

White-Tailed Shrike | Laniotordo

De tapuitklauwier is een van de meest karakteristieke vogels van het droge noordwesten van Namibië: een rechtop staande, langpotige zwart-wit-grijze vogel met een piepkleine witte staart, die als een lijster over de grond huppelt. Hij is vrijwel endemisch voor Namibië en het zuidwesten van Angola en vormt een eigen geslacht binnen de lelvliegenvangers en vliegenvangers van de familie Platysteiridae.

Tapuitklauwier (Lanioturdus torquatus)
Foto: Paul Cools — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Luid en opvallend: heldere, doordringende fluittonen, kwoe-kwoe of pjoe-wieh, vaak door meerdere vogels tegelijk, afgewisseld met klikkende en krassende geluiden. Groepen houden voortdurend contact met zachte roepjes.

Luister: ZangXC563711

Opname: Arnon Dattner — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15 cm. Kruin, gezicht en nek zijn zwart, met een witte wenkbrauwstreep en wit bij de snavelbasis. De rug is lichtgrijs, de vleugels zwart met een brede witte vleugelstreep. De onderzijde is wit met een brede zwarte borstband. De staart is zeer kort, wit met zwart aan de basis, en valt in vlucht op. De poten zijn lang en blauwgrijs, het oog is licht en de snavel kort en zwart. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn bruiner op kop en rug, met een vage borstband.

Verwarrings­soorten

Door het silhouet en de korte witte staart nauwelijks te verwarren. De zuidelijke gekraagde klauwier Lanius collaris is groter, mist de borstband en heeft een lange zwarte staart. De priritvliegenvanger Batis pririt heeft een vergelijkbaar patroon, maar is veel kleiner, zit in de struiken en heeft een langere zwarte staart. De broebroe Nilaus afer heeft roestbruine flanken en foerageert in boomkronen.

Leefgebied

Droge savanne en struweel op heuvels en vlakten, vooral mopane- en acaciaveld met open, stenige grond, tot aan de rand van de Namib en in de rotsige heuvels van het escarpement. Foerageert in groepjes van drie tot zes vogels op de grond en in lage struiken, en loopt en huppelt snel tussen de stammen door op zoek naar insecten; sluit zich vaak aan bij gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied beperkt tot het centrale en noordwestelijke deel van Namibië, van de Khomas-hooglanden en Erongo noordwaarts door Damaraland en de Kaokoveld tot aan de Kunene, en het zuidwesten van Angola in Namibe, Huíla en Benguela. Buiten deze twee landen komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond; een doelsoort voor elke reis naar Namibië. De omgeving van Etosha (vooral de westelijke kampen en Hobatere), het Erongogebergte en de Waterberg zijn goede plekken. Luister naar de heldere fluittonen en kijk dan laag tussen de struiken; de korte witte staart en de lijsterachtige houding verraden de vogel direct.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen binnen het vrij kleine verspreidingsgebied, dat grotendeels bestaat uit extensief begraasd land met weinig bewoning. Er zijn geen grote bedreigingen bekend, al kan overbegrazing de struiklaag plaatselijk aantasten.

Wetenschappelijke naam

Lanioturdus torquatus | Waterhouse, 1838

Waterhouse beschreef de soort in 1838 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Lanioturdus voerde hij in datzelfde werk in. Lanioturdus combineert de geslachtsnamen Lanius, 'klauwier', en Turdus, 'lijster' — naar dit gedrongen vogeltje dat iets van beide lijkt te hebben. torquatus is Latijn voor 'met een halsband', naar de zwarte band over de borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit landinwaarts van Walvisbaai, Namibië.