Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Vechtarend

Vechtarend | Polemaetus bellicosus

Martial Eagle | Águila Marcial

De vechtarend is de grootste arend van Afrika: een zware roofvogel met een donkere kop en borst, een witte, fijn gevlekte buik en een blik die geen twijfel laat. Hij jaagt vanuit grote hoogte en slaat prooien tot de grootte van een jonge antilope.

Vechtarend (Polemaetus bellicosus)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal zwijgzaam. Rond het nest en in de balts een luid, helder klie-klie-klie-kluie en een zacht, kwakend kwoluii. Jonge vogels bedelen met een hoog, herhaald gefluit.

Luister: RoepXC1148983

Opname: Kileo Jumah — CC0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

78–86 cm, spanwijdte 190–240 cm; het vrouwtje is groter dan het mannetje. Kop, bovendelen en borst donker grijsbruin; buik en broek wit met kleine, verspreide donkerbruine vlekken. Korte, platte kuif, heldergele ogen en zware, tot de tenen bevederde poten. In de vlucht zijn de vleugels lang en breed; de ondervleugel is donker door de donkere dekveren, met fijn gebandeerde grijze slagpennen, en de staart is naar verhouding kort. De jonge vogel is lichtgrijs van boven en zuiver wit van onder, met een witte ondervleugel en fijn gebandeerde slagpennen; het volwassen kleed wordt pas na vijf à zes jaar bereikt.

Verwarrings­soorten

De zwartborstslangenarend (Circaetus pectoralis) is veel kleiner, heeft een ongevlekte witte buik, een witte ondervleugel en kale poten. De kroonarend (Stephanoaetus coronatus) is een bosvogel met gebandeerde, roestbruine onderdelen en korte, ronde vleugels; de jonge kroonarend heeft zwart gevlekte poten en een gebandeerde ondervleugel. De Afrikaanse havikarend is kleiner, met een gestreepte witte onderzijde en witte vleugelvlekken.

Leefgebied

Open en halfopen savanne, doornveld, Kalahari, grasland met beboste kloven en de randen van halfwoestijn; ook boerenland met verspreide bomen of elektriciteitsmasten. Jaagt vaak vanuit een hoge zweefvlucht en valt dan in een lange, schuine duikvlucht aan. Eet frankolijnen, parelhoenders, trappen, varanen, klipdassen, jonge antilopen en soms lammeren. Het nest is een groot takkenplatform in een hoge boom of, steeds vaker, in een hoogspanningsmast.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Dun verspreid over het hele gebied: Zuid-Afrika (vooral de Kalahari, de Noordkaap, Limpopo, Mpumalanga, KwaZulu-Natal en de Karoo, zeldzaam in de Westkaap), Eswatini, Lesotho (zeldzaam), Namibië, Botswana, Zimbabwe, Mozambique, Zambia, Malawi en Angola; het dichtst in grote beschermde gebieden. Buiten het gebied door Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot Ethiopië en Somalië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek zittende vogels op de hoogste boom in de omgeving of op een hoogspanningsmast; in de Kgalagadi en in Kruger zijn ze regelmatig te zien, vaak al van ver aan de witte buik en de rechte, zware houding. In de lucht is de vogel zo hoog dat hij met het blote oog nauwelijks te zien is; kijk bij opvliegende frankolijnen of parelhoenders omhoog.

Staat van instandhouding

Bedreigd op de Rode Lijst; in 2020 van kwetsbaar naar bedreigd getild. De soort neemt snel af, ook in beschermde gebieden. Oorzaken zijn vervolging en vergiftiging door boeren, elektrocutie en aanvaringen met hoogspanningsleidingen, verdrinking in waterreservoirs, verlies van prooidieren en een lage voortplanting: een paar brengt hooguit elke twee jaar één jong groot.

Wetenschappelijke naam

Polemaetus bellicosus | (Daudin, 1800)

Daudin beschreef de soort in 1800 als Falco bellicosus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Polemaetus werd in 1890 ingevoerd door Heine. Polemaetus komt van het Griekse polemos, 'oorlog', en aetos, 'arend': 'strijdarend', naar het krachtige, roofzuchtige karakter. bellicosus is Latijn voor 'strijdlustig', van bellum, 'oorlog' — naar de kracht van deze grote arend. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Groot-Namakwaland, Namibië.