Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Witkopkamzwaluw

Witkopkamzwaluw | Psalidoprocne albiceps

White-Headed Saw-Wing | Golondrina Cabeciblanca

De witkopkamzwaluw is een donkere kamzwaluw met, bij het mannetje, een opvallend witte kop. In het gebied bereikt hij alleen het noorden, waar hij laag en fladderend boven bosranden, graslanden en open plekken in de hooglanden jaagt.

Witkopkamzwaluw (Psalidoprocne albiceps)
Foto: Peter Archdale — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Grotendeels stil. Roept een zacht, iel tsip of tswiet en laat bij het nest een zwak getjilp horen.

Luister: VluchtroepXC289267

Opname: Martin St-Michel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm, met een diep gevorkte staart. Het mannetje is zwartbruin met een zwakke olijfgroene glans en heeft een witte kruin en keel, gescheiden door een zwarte oogstreep die als een masker door het oog loopt. Het vrouwtje heeft minder wit: de kruin is grijswit tot bruin en alleen de keel is duidelijk wit; haar staartvork is ondieper. Jonge vogels zijn bruin met een lichte keel en vrijwel zonder wit op de kop. De ondervleugel is donker grijsbruin. Vliegt langzaam en fladderend, vaak laag en met korte glijvluchten, en gaat graag op kale takken zitten.

Verwarrings­soorten

De blauw-zwarte kamzwaluw Psalidoprocne pristoptera is geheel zwart zonder wit op kop of keel; jonge witkopkamzwaluwen met hun lichte keel kunnen erop lijken, maar hebben meestal al een lichtere kruin. De zwarte zwaluw Hirundo nigrita is glanzend staalblauw met alleen een wit keelvlekje en jaagt boven rivieren in bos. Gierzwaluwen zoals de Kaapse gierzwaluw Apus barbatus zijn groter, vliegen snel met stijve sikkelvleugels en gaan nooit op takken zitten.

Leefgebied

Randen van (berg)bos, open plekken en kapvlakten in bos, grasland en open bosland in heuvel- en hooglanden, vaak langs beken en in dalen. Nestelt in een zelf gegraven gang in een aarden wal, oever of wegberm.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied in het noordoosten van Angola, in het noorden en noordwesten van Zambia en in het noorden van Malawi, onder meer op het Nyika-plateau. Daarbuiten in het zuiden en oosten van Congo-Kinshasa, Tanzania, Burundi, Rwanda, Oeganda en Kenia tot in Zuid-Soedan.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te zien in het noorden van Malawi en in het noordwesten van Zambia rond Mwinilunga, boven bosranden en graslanden. Let op laag fladderende, donkere zwaluwen langs een bosrand of een beek; het witte hoofd van het mannetje is van ver te zien, bij vrouwtjes en jonge vogels is een goede blik op kop en keel nodig.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; binnen zijn areaal plaatselijk vrij algemeen. Profiteert deels van open plekken en wegbermen, maar is afhankelijk van een mozaïek van bos en grasland.

Wetenschappelijke naam

Psalidoprocne albiceps | Sclater, 1864

Sclater beschreef de soort in 1864 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Psalidoprocne werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Psalidoprocne komt van het Griekse psalis, 'schaar', en Procne, de in een zwaluw veranderde figuur uit de Griekse mythologie — naar de diep gevorkte staart. albiceps komt van het Latijnse albus, 'wit', en -ceps, 'kop' — naar de witte kop van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Usinza, noordwesten van Tanzania.