Alle soorten › Knaagdieren › Woelmuizen en hamsters › Arvicola destructor

Arvicola destructor | Arvicola destructor

Italian Water Vole | Arvicola destructor

Arvicola destructor is de Italiaanse woelrat, die in 2017 van de gewone woelrat werd afgesplitst. De soort heeft geen Nederlandse, Engelse of Spaanse volksnaam en is in het veld niet van haar noordelijke zustersoort te onderscheiden. De toewijzing van een waarneming berust op de vindplaats.

Arvicola destructor (Arvicola destructor)
Foto: Edoardo Razzetti — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

De sporen zijn dezelfde als die van de woelrat en daarvan niet te onderscheiden. Langs sloten, kanalen, rijstvelden en moerassen liggen de holingangen in de oeverwal, ovaal en breder dan hoog, deels onder de waterlijn, met daaromheen een kortgegraasd veldje van een halve meter. Vandaar lopen wissels door de oeverbegroeiing naar eetplekken met hoopjes riet-, lisdodde- en zeggestengels in stukken van vijf tot tien centimeter, schuin onder ongeveer 45 graden afgebeten. De keutels zijn 8 tot 12 mm lang en 4 tot 5 mm dik, cilindrisch met stompe uiteinden, beige tot groenbruin en reukloos, en liggen in vaste latrines op een verhoging bij een hol. Waar de soort van het water af het land op gaat, werpt zij aardhopen op met de aarde zijdelings uitgeduwd en een ovale opening aan de rand, anders dan de gesloten, kegelvormige hoop van de mol, waarvan in Italië drie soorten voorkomen. Deze sporen wijzen op het geslacht Arvicola; de soort volgt uit de vindplaats.

Herkenning

Een grote woelmuis van 16 tot 19 cm met een stompe snuit, kleine, in de vacht verzonken oren, kleine donkere oogjes en een behaarde staart van ongeveer de helft van de kop-romplengte. De rug is lichter en warmer bruin dan bij de gewone woelrat, de flanken zijn okergeel en de buik is leigrijs. Er zijn geen strepen, vlekken of andere kenmerken die in het veld bruikbaar zijn. Een grote woelmuis met een stompe snuit die in Toscane, de Povlakte of Ticino langs een sloot zwemt, is op grond van de vindplaats tot deze soort te rekenen.

Gelijkende soorten

Van de woelrat (Arvicola amphibius) is de soort in het veld niet te onderscheiden. De verschillen waarop de afsplitsing berust zijn moleculair (mitochondriaal DNA en kernmerkers); daarnaast is de vachtkleur iets lichter en warmer en verschillen enkele schedelmaten, die alleen met het dier in de hand en met een schuifmaat te bepalen zijn. Er is geen kenmerk dat met een verrekijker te zien is. De twee soorten zijn wel geografisch gescheiden: A. destructor bewoont het Italiaanse schiereiland, Slovenië en het Zwitserse Ticino, A. amphibius het gebied ten noorden en oosten daarvan; in de Alpen liggen de arealen dicht bij elkaar en is de grens niet precies vastgesteld. De bruine rat is de soort waarmee de woelrat het vaakst wordt verward; die heeft een spitse snuit, grote naakte oren en een kale, geschubde staart. De muskusrat, in Noord-Italië ingeburgerd, is veel groter en heeft een zijdelings afgeplatte staart. Savi's woelmuis en andere kleine woelmuizen zijn minder dan half zo lang.

Leefgebied

Laaggelegen, vochtige vlakten en dalbodems met dicht begroeide oevers: rivieren, kanalen, irrigatiesloten, poelen, moerassen, rietkragen en de randen van rijstvelden. Ook brak water wordt gebruikt, tot in de Lagune van Venetië. In Noordoost-Italië blijft de soort vrijwel geheel onder 300 meter; in Calabrië komt zij voor tot ongeveer 1600 meter. Anders dan de gewone woelrat in Midden-Europa is zij vrijwel altijd aan water gebonden en graaft zij veel minder vaak in droog grasland.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Endemisch voor Italië, met een uitloper naar Slovenië en het Zwitserse Ticino. De soort bewoont de Povlakte, de Venetiaanse laagvlakte, Toscane en het schiereiland zuidwaarts tot Calabrië; op Sicilië en Sardinië ontbreekt zij. Het is de enige Arvicola van het Italiaanse schiereiland: ten noorden van de Alpen komt de woelrat voor, en in Frankrijk daarnaast de West-Europese woelrat. Een woelrat langs een Italiaanse irrigatiesloot behoort tot deze soort.

Levenswijze

Overwegend dagactief, waardoor de soort beter zichtbaar is dan veel verwante soorten; zij zwemt en duikt goed. In de zomer leeft zij in en aan het water, in de winter meer op het land, en in het voorjaar keert zij naar de oever terug. Het voedsel bestaat vooral uit water- en oeverplanten; bij Pisa en Livorno vormen lissen in het voorjaar een groot deel ervan, verder gras, kruiden, wortels en knollen, aangevuld met insecten, slakken, zoetwatergarnalen en kikkers. Het aandeel dierlijk voedsel is groter dan bij de meeste woelmuizen. De soort graaft holen in de oever, met kamers en voorraadruimten. De jongen zogen ongeveer twee weken, verlaten het nest en zwemmen vanaf vijftien of zestien dagen, en zijn na ongeveer eenentwintig dagen gespeend. Er is geen winterslaap.

Waar en wanneer kijken

Zoek midden op de dag langs een irrigatiesloot of een rijstveldrand in de Povlakte; de soort is dagactief en daardoor gemakkelijker te zien dan haar noordelijke zustersoort. Zoek in het voorjaar bij Pisa of in de Maremma naar aangevreten lisbladen aan de waterkant en volg de wissel naar het hol. Loop langs het water: het dier zwemt kort en verdwijnt in de oeverbegroeiing, terwijl de eetplekken met schuin afgebeten stengels de hele dag zichtbaar blijven. De vindplaats is de enige basis om te bepalen welke Arvicola-soort aanwezig is.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst van de IUCN staat de soort als gevoelig (NT), onder de naam Arvicola italicus; een beoordeling onder de naam Arvicola destructor is er niet: de soort is pas in 2017 van A. amphibius afgesplitst en werd tot voor kort niet apart op de Rode Lijst vermeld. De beschikbare gegevens wijzen op achteruitgang. Sinds de jaren zeventig en tachtig neemt de soort in Italië af door het rechttrekken, betonneren en jaarlijks kaal maaien van irrigatiesloten en rivieroevers, door het verdwijnen van moerassen en door veranderingen in de rijstteelt. Nationale bescherming heeft zij niet; zij staat wel op de regionale rode lijsten van Veneto en Umbrië. Voor een soort die alleen in dit gebied voorkomt, is de bescherming beperkt, en door gebrek aan onderzoek is voor de meeste Italiaanse dalen onbekend of de soort er nog voorkomt.

Wetenschappelijke naam

Arvicola destructor | Savi, 1838 (GBIF: Arvicola amphibius)

Savi beschreef de soort in 1838 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Arvicola is Latijn, van arvum 'bouwland' en colere 'bewonen': de bewoner van de akker. destructor is Latijn voor 'vernieler', bij destruere 'afbreken', naar de schade die het dier aan oevers en gewassen aanricht. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Italië, Toscane.