Alle soorten › Evenhoevigen › Vinvissen › Bultrug

Bultrug | Megaptera novaeangliae

Humpback whale | Ballena jorobada

De bultrug is een grote baleinwalvis met zeer lange, grotendeels witte borstvinnen, die in alle oceanen voorkomt en tussen voedselgebieden op hoge breedte en voortplantingsgebieden in de tropen trekt. De bultruggen van het gidsgebied foerageren rond IJsland, in Noorwegen en de Barentszzee, en in kleinere aantallen rond de Britse Eilanden; ze planten zich voort in West-Indië en bij Kaapverdië. Na het einde van de commerciële walvisvaart is de soort in de noordelijke Atlantische Oceaan in aantal toegenomen.

Bultrug (Megaptera novaeangliae)
Foto: Giles Laurent — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

De adem is laag en bossig, tot ongeveer drie meter hoog, soms hoger en zuilvormig en soms V-vormig. Voor een diepe duik kromt de bultrug de rug sterk, zodat bult en rugvin hoog uitsteken, en licht hij de staartvin verticaal uit het water ('fluking'), met de onderkant naar de waarnemer. Van de vinvissen van het gidsgebied doet alleen de blauwe vinvis dat ook. Bultruggen zijn zeer actief aan het oppervlak: ze springen met het hele lichaam uit het water ('breaching'), slaan met de lange borstvinnen of de staart op het water en steken de kop omhoog. Ze leven alleen of in kleine, wisselende groepen, maar bij voedselconcentraties komen twintig of meer dieren samen. Bij het foerageren blazen ze soms een ring van luchtbellen rond een school vissen en komen dan met open bek midden in de ring boven.

De kop van dichtbij

Bultrug, bultrug die boven komt en uitademt in de eyjafjörður, noord-ijsland, augustus 2025: de bossige adem en de rijen knobbels op de kop
Bultrug die boven komt en uitademt in de Eyjafjörður, Noord-IJsland, augustus 2025: de bossige adem en de rijen knobbels op de kop · Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een gedrongen, zwarte tot donkergrijze walvis, tot ongeveer zeventien meter lang; vrouwtjes zijn een tot anderhalve meter langer dan mannetjes. De borstvinnen zijn bijna een derde van de lichaamslengte en aan de onderkant en vaak ook de bovenkant grotendeels wit, met knobbels langs de voorrand. Op de kop en de onderkaak zitten rijen ronde knobbels. De rugvin is zeer variabel, van een klein driehoekig knobbeltje tot een duidelijk gebogen vin, en staat op een bult op ongeveer twee derde van de rug. De staartvin is zeer breed, met een diepe insnijding en een gegolfde, geschulpte achterrand; de onderkant heeft een zwart-wit patroon dat bij elk dier anders is en waarmee onderzoekers individuen herkennen.

Gelijkende soorten

De bultrug is de enige grote baleinwalvis in het gidsgebied met lange, witte borstvinnen. De gewone vinvis en de dwergvinvis hebben een lange, gestroomlijnde rug met een duidelijke vin en tonen bij het duiken de staart niet. De potvis licht de staart ook voor een diepe duik, maar die staart is donker aan de onderkant, driehoekig en met een rechte achterrand, en de adem van de potvis spuit schuin naar voren en naar links. Op grote afstand kan de lage, bossige adem van een bultrug op die van een potvis lijken; de richting van de adem en de bult met vin beslissen dan.

Leefgebied

Voedselrijke kustwateren, fjorden en baaien en de ondiepere delen van het continentaal plat. De bultruggen van het gidsgebied eten krill en kleine scholenvissen, waaronder haring, sprot, lodde, zandspiering en makreel. In Noord-Noorwegen volgen ze in de winter de haring die in de fjorden overwintert; in de zomer foerageren ze rond IJsland en in de Barentszzee.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

In het gidsgebied in de zomer rond IJsland en in de Barentszzee tot Spitsbergen en Bereneiland, en in de winter in de fjorden van Noord-Noorwegen, waar ze de overwinterende haring volgen: tussen 2012 en 2017 vooral in de fjorden buiten Tromsø, daarna rond Skjervøy en de Kvænangenfjord. Waar de haring overwintert verschilt per jaar, en de walvissen verschuiven mee. Rond de Britse Eilanden zijn drie gebieden bekend: van de Noordelijke Eilanden (Shetland en Orkney) langs de oostkust naar het zuiden tot Oost-Engeland, van de noordelijke Ierse Zee tot de westkust van Schotland, en de Keltische Zee tussen Zuid-Ierland, Zuidwest-Wales en Zuidwest-Engeland. In de zuidelijke Noordzee, de Waddenzee en het Kanaal zijn losse dieren een onregelmatige verschijning, en in de Middellandse Zee wordt de soort af en toe gezien. De voortplantingsgebieden liggen buiten het gidsgebied, in West-Indië en bij Kaapverdië.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Dag en nacht actief. Bultruggen trekken jaarlijks tussen voedselgebieden op hoge breedte en voortplantingsgebieden in warm water, waar ze in de winter jongen krijgen; de draagtijd is elf tot elf en een halve maand en een vrouwtje krijgt meestal eens in de twee tot drie jaar een jong, soms jaarlijks. Een pasgeboren jong is vier tot 4,6 meter lang en weegt ongeveer 680 kilo. In de voortplantingsgebieden zingen de mannetjes lange, zich herhalende zangen. Groepen zijn klein en van korte duur; alleen de band tussen moeder en jong duurt het eerste levensjaar.

Waar en wanneer kijken

In Noord-Noorwegen varen er tussen november en januari boten naar de fjorden waar de haring overwintert, de laatste jaren vooral vanuit Tromsø en Skjervøy; waar de dieren zitten, hangt van de haring af en verschilt per seizoen. Soms zijn bultruggen dan ook vanaf de oever te zien. In IJsland vertrekken in de zomer boten vanuit Húsavík, Akureyri aan de Eyjafjörður en Reykjavík. Rond de Britse Eilanden worden bultruggen vooral in de herfst en winter gezien, onder meer voor de zuidkust van Ierland. Een staart die boven water komt betekent een diepe duik: houd dan de omgeving in het oog, want het dier komt vaak pas na enkele minuten, en soms honderden meters verder, weer boven.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2018). De bultrug werd door de commerciële walvisvaart sterk teruggebracht en is sinds 1966 wereldwijd beschermd; de populatie in de noordelijke Atlantische Oceaan is sindsdien gegroeid. Huidige bedreigingen zijn verstrikking in vistuig, vooral in touwen van fuiken en potten, aanvaringen met schepen en onderwatergeluid. De soort staat op bijlage IV van de Habitatrichtlijn en is in de Britse en Ierse wateren wettelijk beschermd.

Wetenschappelijke naam

Megaptera novaeangliae | (Borowski, 1781)

Borowski beschreef de soort in 1781 als Balaena Novae Angliae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Megaptera is gevormd uit het Griekse megas 'groot' en pteron 'vleugel': de grootvleugel, naar de lange borstvinnen. novaeangliae is Latijn voor 'van Nieuw-Engeland', naar de kust van New England waar de typelocatie ligt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Verenigde Staten, New England.