Alle soorten › Knaagdieren › Muizen en ratten › Gouden stekelmuis

Gouden stekelmuis | Acomys russatus

Golden spiny mouse | Acomys russatus

De gouden stekelmuis is een stekelmuis van rotsgebieden in de woestijnen van de Sinaï, de Levant en het westen van het Arabisch Schiereiland. Anders dan de andere stekelmuizen is hij overdag actief. Dat dagritme hangt samen met de aanwezigheid van een nachtactieve stekelmuis in dezelfde rotsen: waar die ontbreekt, schuift de gouden stekelmuis naar de schemering en de nacht. Door zijn dagactiviteit is hij de enige stekelmuis in de regio die zonder lamp waar te nemen is.

Gouden stekelmuis (Acomys russatus)
Foto: Christoph Moning — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

Omdat de soort overdag actief is, zijn sporen voor de determinatie minder belangrijk dan bij de andere stekelmuizen. De latrines zijn gelijk aan die van de andere stekelmuizen: hoopjes zwarte, glanzende, spoelvormige keuteltjes van drie tot vijf millimeter op een vaste richel, een vlakke steen of een rotsdrempel, die door hetzelfde dier jarenlang worden gebruikt. Bij de ingang van een bewoonde spleet ligt voedselafval: lege slakkenhuisjes met een breed opengeknaagde mond, doppen en zaadhuiden, en de harde delen van kevers en krekels. Op rotsen waar de dieren veel zitten ontstaat een gladde, donkere glans van vet en urine op de steen, vooral bij de spleetmond en op de uitkijkblokken; op lichte kalksteen is die op ongeveer tien meter zichtbaar. Waar de rots met fijn woestijnstof bedekt is, staan looplijntjes van nauwelijks een centimeter breed, soms met een lichte sleepstreep van de staart. Zoals bij alle stekelmuizen wijzen afgebroken staartpunten en losgelaten stukjes huid bij het hol op een aanval. De soort komt ook in braakballen van kerkuil en oehoe voor, door het dagritme minder vaak dan de nachtactieve stekelmuizen.

In zijn leefgebied

Gouden stekelmuis, overdag onder een overhangend blok in de makhtesh ramon, israël — de rotsspleet en de zonbeschenen steen waar het hele leven van de soort zich afspeelt
Overdag onder een overhangend blok in de Makhtesh Ramon, Israël — de rotsspleet en de zonbeschenen steen waar het hele leven van de soort zich afspeelt · Foto: Mickey Samuni-Blank — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

De kop van dichtbij

Gouden stekelmuis, kop en voorlijf op zandsteen in egypte: korte ronde oren, grote zwarte ogen en de witte vlek onder het oog
Kop en voorlijf op zandsteen in Egypte: korte ronde oren, grote zwarte ogen en de witte vlek onder het oog · Foto: Jean-Paul Boerekamps — CC0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een forse, gedrongen stekelmuis van tien tot twaalf centimeter, met een korte staart van minder dan acht centimeter, ruim de helft tot driekwart van de kop-romplengte; dat is het doorslaggevende kenmerk. De rug is roestgeel tot goudoranje, warmer van kleur dan bij de andere stekelmuizen, en bezet met de platte, stijve stekelhaartjes van het geslacht, die in zonlicht een geribde, goudkleurige glans geven. De buik is vuilwit, de flanken zijn geel. Onder elk oog staat een kleine, scherp begrensde witte vlek. De poten zijn grijs met bleke voeten en zwarte zolen en handpalmen. De oren zijn kort en rond (19 tot 22 mm) en ogen kleiner dan bij de andere stekelmuizen. Het gewicht is veertig tot zevenenzeventig gram; een dier met veel vetreserve oogt in de nazomer bijna bolrond.

Gelijkende soorten

De Sinaïstekelmuis (Acomys dimidiatus) zit vaak op dezelfde rotsblokken en is bij een korte waarneming de belangrijkste verwarringssoort. Hij is bleek zandkleurig in plaats van goudoranje, heeft een lange staart die de kop-romplengte bijna evenaart, en is nachtactief. De Egyptische stekelmuis (Acomys cahirinus) komt in de Egyptische Oostelijke Woestijn samen met de gouden stekelmuis voor en is eveneens langstaartig en grijzer. De renmuizen in dezelfde wadi's zijn slanker, hebben lange achterpoten en een staart die veel langer is dan het lichaam, met een pluimpje aan het eind. Op kleur alleen kan een goudgele jonge zwarte rat of op grote afstand een rotsklipdas in de zon voor deze soort worden aangezien; formaat en stekelvacht sluiten die uit. Een stekelmuis die overdag op een rots zit en een korte staart heeft, is een gouden stekelmuis.

Leefgebied

Rotsblokken in de woestijn: granietblokkenvelden, kalk- en zandsteenwanden, puinhellingen en de blokkenvelden in wadibeddingen, van onder de zeespiegel bij de Dode Zee tot 2285 meter op de Sinaïberg. De soort heeft spleten nodig om in te schuilen en zonbeschenen blokken om op te zitten; kale zandvlakten worden gemeden en bebouwing wordt nauwelijks gebruikt. Waar in dezelfde rotsen een nachtactieve stekelmuis leeft, zijn de twee soorten in de tijd gescheiden: ze gebruiken dezelfde spleten en blokken, op verschillende uren.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Van de Sinaï door Israël, Palestina, Zuidwest-Syrië en Jordanië tot in het westen van het Arabisch Schiereiland, met een eigen ondersoort (aegyptiacus) in de Egyptische Oostelijke Woestijn tussen de Nijl en de Rode Zee. Het leefgebied omvat de rotsgebieden van de Sinaï, de Negev, de Judese Woestijn, de kloven boven de Dode Zee en de Jordaanse rotswoestijn tot voorbij Petra. De soort is plaatselijk talrijk: in geschikt rotshabitat zijn dichtheden van vijftien tot zesenveertig dieren per hectare gemeten, en de leefgebieden van mannetjes en vrouwtjes overlappen en beslaan gemiddeld 340 tot 726 vierkante meter. Het areaal is beperkt tot rotsgebied; waar de rotsblokken ophouden, ontbreekt de soort.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Overdag actief. Dat ritme is niet vast: in gevangenschap zonder concurrenten wordt de soort nachtactief, en in het veld verschuift de activiteit naar de schemering wanneer de nachtactieve stekelmuis verdwijnt. De omschakeling wordt gestuurd door geurstoffen van die verwante soort. Alleseter: zaden, groene woestijnplanten, slakken en insecten. Anders dan veel woestijnknaagdieren legt de soort geen voedselvoorraad aan; de reserve wordt als lichaamsvet opgeslagen. Daalt het voedselaanbod met ongeveer een derde, dan gaat het dier in dagtorpor: de lichaamstemperatuur daalt en het dier blijft tot negentien uur achtereen inactief. In Egypte en Israël is er in de winter geen voortplanting. De draagtijd is ongeveer veertig dagen; een worp telt één tot vier jongen, die zoals bij alle stekelmuizen behaard en met open ogen worden geboren en na twee weken gespeend zijn. Na ongeveer acht weken zijn ze volwassen. Een vrouwtje heeft drie tot vier worpen per jaar, met ongeveer vijf weken ertussen. Er is geen winterslaap; ook in de winter op de Sinaïberg, waar sneeuw valt, komen de dieren tijdens zonnige uren naar buiten.

Waar en wanneer kijken

De gouden stekelmuis is de enige stekelmuis in de regio die zonder nachtelijk zoeken te zien is. Ga halverwege de ochtend of laat in de middag naar een rotswand of blokkenveld in de Negev, de Sinaï of de kloven boven de Dode Zee en zoek de zonkant af: bij Ein Gedi, in de Makhtesh Ramon en rond de kloosters van de Sinaï zitten de dieren op de blokken en laten ze mensen tot op enkele meters naderen. Let op de korte staart en de goudoranje rug; beide zijn op tien meter te zien. Op het heetst van de dag trekken de dieren zich in de spleten terug; de uren kort na zonsopgang en in het laatste licht zijn het gunstigst. Ga stil zitten bij een blok met een latrine; zo'n blok is een uitkijkpost waar geregeld een dier terugkeert.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2016). De soort is gebonden aan rotslandschap in een droog klimaat, dat weinig door mensen wordt gebruikt; waar ze voorkomt, is ze vaak talrijk. Risico's zijn plaatselijk: steengroeven, wegenaanleg en toeristische ontwikkeling in kloven met de hoogste dichtheden, en het verdwijnen van rotsspleten bij het opruimen van blokkenvelden. Door het dagritme is de soort gevoeliger dan de nachtactieve stekelmuizen voor verstoring op drukke bezoekplaatsen; er zijn aanwijzingen dat ze daar aan mensen went. De soort wordt veel onderzocht als voorbeeld van een dagritme dat wordt bepaald door concurrentie met andere soorten in hetzelfde leefgebied.

Wetenschappelijke naam

Acomys russatus | (J. A. Wagner, 1840)

J. A. Wagner beschreef de soort in 1840 als Mus russatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Acomys is Grieks, van akē 'punt, scherpe spits' en mys 'muis', naar de stekelharen op de rug. russatus is Latijn voor 'roodgekleed, roodgeverfd', bij russus 'rood', naar de roestkleurige vacht. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Egypte, Sinaï.