Alle soorten › Evenhoevigen › Holhoornigen › Muskusos

Muskusos | Ovibos moschatus

Muskox | Buey almizclero

De muskusos (Ovibos moschatus) is een holhoornige van de arctische toendra van Noord-Amerika en Groenland. In het gidsgebied is hij een uitgezette soort: sinds 1932, en na uitroeiing opnieuw sinds 1947, leeft een populatie op de Dovrefjell in Noorwegen, waarvan een kleine groep in 1971 naar Zweden overstak. Op Spitsbergen is een uitzetting uit 1929 in de jaren zeventig uitgestorven.

Muskusos (Ovibos moschatus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

De prent is rond en breed en gelijkt op die van een rund. In de zomer is het beste teken de afgestoten onderwol, die in lichtgrijze plukken aan wilgenstruikjes en op de grond ligt. De mest bestaat in de winter uit keutels, in de zomer uit vlaaien. In de bronsttijd is een sterke, scherpe geur van de stieren waarneembaar.

Herkenning

Een massief, laag gebouwd dier met een kop-romplengte van 200 tot 245 cm, een schouderhoogte van 125 tot 135 cm en een gewicht van 180 tot 380 kg. De romp is bedekt met donkerbruine dekharen tot bijna 60 cm lang, die tot bijna op de grond hangen, met daaronder een dichte, lichtgrijze onderwol. Het zadel en de onderpoten zijn licht. Op de schouder staat een bult, de hals is nauwelijks zichtbaar en de korte staart gaat schuil in de vacht. Beide seksen dragen hoorns: bij de stier vormen de brede basissen een helm over het voorhoofd, waarna de hoorns langs de zijkant van de kop naar beneden buigen en met scherpe, lichtgele punten weer omhoog en naar buiten wijzen. Bij de koe zijn de hoorns kleiner en ligt er haar tussen de basissen.

Gelijkende soorten

In het gidsgebied is de muskusos met geen ander wild dier te verwarren. Op grote afstand kan een liggende muskusos op een donker rotsblok lijken, en een staande op huisrund dat in de zomer op de fjell graast. Het rendier, dat in hetzelfde gebied leeft, is slanker en grijzer, met een gewei in plaats van hoorns. De wisent leeft niet in hetzelfde gebied.

Leefgebied

Arctische en alpiene toendra: open, boomloze hoogvlakten met gras, zegges, dwergstruiken en wilgenstruweel, en natte laagten en rivieroevers met een rijker plantendek. Op de Dovrefjell leeft de muskusos in het hooggebergte boven de boomgrens.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Het natuurlijke areaal omvat het arctische Canada en Groenland; in Alaska is de soort na uitroeiing teruggebracht. In Noorwegen bracht de poolonderzoeker Adolf Hoel in 1932 tien dieren uit Groenland naar de Dovrefjell; die populatie werd tijdens de Tweede Wereldoorlog uitgeroeid, waarna vanaf 1947 nieuwe dieren werden uitgezet. In de zomer van 2012 telde de populatie ongeveer 300 dieren. In 1971 trok een kleine groep naar Härjedalen in Zweden. Op Spitsbergen werden in 1929 zeventien dieren uitgezet; die populatie verdween in de jaren zeventig. Buiten het gidsgebied is de muskusos in Rusland uitgezet op het schiereiland Tajmyr en op het Wrangeleiland.

  • Ingeburgerd
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

De muskusos leeft in kuddes van 12 tot 24 dieren in de winter en 8 tot 20 in de zomer, met een aparte rangorde voor stieren en koeien. Hij eet grassen, zegges, kruiden en bladeren van wilgen en dwergstruiken, en in de winter vooral wilgen, korstmossen en mossen. De bronst begint eind juni of begin juli; dominante stieren houden dan harems van zes of zeven koeien. Na een draagtijd van acht tot negen maanden wordt tussen april en juni één kalf geboren, dat binnen enkele uren met de kudde meeloopt. Bij bedreiging vormen de volwassen dieren een kring of halve kring met de koppen naar buiten en de kalveren in het midden. De muskusgeur van bronstige stieren komt uit de voorhuidklier.

Waar en wanneer kijken

Het Nationaal Park Dovrefjell–Sunndalsfjella is het gebied voor deze soort; vanuit Kongsvoll en Hjerkinn worden excursies georganiseerd. Zoek met een telescoop de open hellingen en de dalen langs de beken af. Houd ruim afstand, in Noorwegen wordt minstens 200 meter aangeraden: een muskusos die zich bedreigd voelt, kan aanvallen, en in Noorwegen is in 1964 een dodelijk ongeval gemeld. Een dier dat de kop laat zakken of met de hoorns tegen de poten wrijft, staat op het punt aan te vallen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2023). De wereldpopulatie wordt geschat op 80.000 tot 125.000 dieren. De soort nam in het verleden sterk af door overbejaging en herstelde na invoering van jachtregels. In Groenland zijn populaties klein en versnipperd en daardoor gevoelig voor schommelingen in het klimaat. De Noorse populatie is klein en geïsoleerd. In 2006 stierven er veel dieren aan een longontsteking waarvan de bacterie Mycoplasma ovipneumoniae, een ziekteverwekker van schapen, als hoofdoorzaak is aangewezen; de uitbraak viel samen met uitzonderlijke weersomstandigheden.

Wetenschappelijke naam

Ovibos moschatus | (E. A. W. von Zimmermann, 1780)

E. A. W. von Zimmermann beschreef de soort in 1780 als Bos moschatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Ovibos is Latijn, van ovis 'schaap' en bos 'rund': het schaaprund. moschatus betekent 'naar muskus riekend', bij het laatlatijnse moschus 'muskus', uit het Perzische mušk; een muskusklier heeft het dier niet, de naam komt van de geur van de bronstige stieren. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Canada.