Alle soorten › Evenhoevigen › Dolfijnen › Orka
Orka | Orcinus orca
Killer whale | Orca
De orka is de grootste soort van de dolfijnenfamilie: een zwart-witte tandwalvis waarvan de mannetjes tot acht meter lang worden en een rechtopstaande rugvin van bijna twee meter dragen. De soort komt in alle oceanen voor en leeft in hechte familiegroepen die zich op bepaalde prooien toeleggen. In Europa zijn de orka's van Noorwegen en IJsland, die de haring volgen, de bekendste; verder zijn er orka's die rond Shetland zeehonden jagen, een kleine groep aan de westkust van Schotland en Ierland, en een groep van ongeveer veertig dieren in de Straat van Gibraltar en langs de Iberische kust, die op blauwvintonijn jaagt.
Sporen
Op zee is de rugvin het eerste en duidelijkste kenmerk: de hoge, rechte vin van een mannetje is tot op kilometers afstand te zien en steekt boven de vinnen van de rest van de groep uit. De adem is laag en bossig en bij koud, stil weer goed zichtbaar; in rust komt de groep na een reeks korte ademhalingen samen naar beneden en na enkele minuten weer boven. Orka's zwemmen vaak in een losse rij of een hechte groep, en een jagende groep verandert plotseling van richting en snelheid. Ze springen, slaan met staart en borstvinnen op het water en steken de kop verticaal uit het water. Groepen rond de Britse Eilanden tellen meestal minder dan tien dieren, zelden meer dan vijftien; in de noordelijke Noordzee en bij Noorwegen worden bij de haringvisserij groepen van honderd tot driehonderd dieren gezien. Waar orka's zeehonden jagen, bij de kust van Shetland, zie je ze vaak dicht onder de rotsen patrouilleren.
De kop van dichtbij

Herkenning
Te herkennen aan de scherp begrensde zwart-witte tekening: een zwarte rug en flanken, een witte keel en buik die met een witte lob omhoog loopt op de flank, een witte ovale vlek boven en achter het oog en een grijs zadel achter de rugvin. De kop is kegelvormig, zonder duidelijke snavel. De rugvin staat midden op de rug en verschilt tussen de geslachten: bij een volwassen mannetje is hij driehoekig en recht, tot bijna twee meter hoog, soms iets voorover hellend; bij vrouwtjes en jonge dieren is hij ongeveer negentig centimeter hoog en sikkelvormig naar achteren gebogen. De borstvinnen zijn groot en rond, als peddels. Vrouwtjes zijn vijf tot zeven meter lang, mannetjes zes tot acht.
Gelijkende soorten
Een volwassen mannetje is door zijn hoge rechte vin niet met een andere Europese walvisachtige te verwarren. Vrouwtjes en jonge dieren hebben een gebogen vin zoals de tuimelaar en de grijze dolfijn, maar zijn groter en zwart, en zodra de oogvlek of het zadel te zien is, is de determinatie zeker. De griend is ook zwart, maar heeft een lage, brede vin ver naar voren op de rug en een ronde, bolle kop zonder witte oogvlek. De dwergvinvis heeft een kleine, gebogen vin ver naar achteren op een lange, grijze rug, en komt meestal alleen boven. Op grote afstand kan een rechtopstaande orkavin kort op een golftop lijken; blijf dan naar dezelfde plek kijken.
Leefgebied
Van de open oceaan tot dicht onder de kust, in fjorden, zeestraten en rond rotseilanden; de soort komt voor in koud en warm water, maar is het talrijkst in koelere zeeën met veel voedsel. Wat een groep eet bepaalt waar hij zich ophoudt: de haringetende orka's van Noorwegen en IJsland volgen de haring naar de fjorden en de open zee, de zeehondenjagers van Shetland patrouilleren langs rotskusten, en de orka's van Iberië volgen de trek van de blauwvintonijn. Het voedsel omvat vis zoals haring, makreel, zalm, kabeljauw, heilbot en tonijn, verder inktvis, roggen, zeezoogdieren en soms zeevogels.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
In Europa vooral van Noorwegen en IJsland via de Faeröer naar het noorden en westen van de Britse Eilanden. De Noordatlantische populatie werd in 2005 op ongeveer 30.000 dieren geschat; bij Noorse tellingen tussen 2014 en 2018 werden er in Zuid-Noorwegen, de noordelijke Noordzee en de Barentszzee ongeveer 14.000 geschat. Rond de Britse Eilanden is de soort het meest te zien in het noorden en westen van Schotland en in het westen van Ierland; in de Ierse Zee, de middelste en zuidelijke Noordzee en het Kanaal is ze zeldzaam. De kleine West Coast Community van Schotland en Ierland telde acht dieren, waarvan de laatste jaren alleen nog twee oude mannetjes zijn gezien. In het zuiden leeft de groep van de Straat van Gibraltar en de Golf van Cádiz, ongeveer veertig dieren, die in het voorjaar en de zomer bij de Straat is en daarna langs Portugal tot Galicië naar het noorden trekt. In de Middellandse Zee buiten de Alboránzee is de orka een dwaalgast.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
Dag en nacht actief. Orka's leven in familiegroepen rond een oudere moeder, waarin zonen en dochters vaak hun hele leven blijven; groepen jagen samen en geven hun jachttechniek aan de jongen door. De paring valt vooral in oktober en november; de draagtijd is vijftien tot achttien maanden, en het jong is bij de geboorte ruim twee meter lang. De sterfte in het eerste halfjaar is hoog. Vrouwtjes worden gemiddeld vijftig jaar oud en tot ongeveer negentig, mannetjes gemiddeld dertig en tot ongeveer zestig.
Waar en wanneer kijken
In Noord-Noorwegen overwinteren grote scholen haring in de fjorden van Troms, en tussen november en januari varen er vanuit Tromsø en Skjervøy boten naar de orka's die ze volgen; soms zijn de dieren ook vanaf de oever van de fjord te zien. Op IJsland zijn orka's in de winter te zien rond het schiereiland Snæfellsnes. Op Shetland zijn ze vooral van mei tot augustus langs de kust te verwachten; de dieren komen dicht onder de rotsen, en waarnemingen gaan snel rond via lokale meldgroepen. In de Straat van Gibraltar is de kans het grootst in het voorjaar en de zomer, vanaf boten uit Tarifa. Houd afstand en volg een groep niet met een snelle boot.
Staat van instandhouding
Onvoldoende gegevens (DD, 2017). De soort is wereldwijd te divers en te onvolledig onderzocht voor één oordeel. De deelpopulatie van de Straat van Gibraltar staat sinds 2019 als ernstig bedreigd (CR) op de Rode Lijst; ze is afhankelijk van blauwvintonijn, en sinds de vangsten in de handlijnvisserij terugliepen overleven er weinig jongen. Sinds 2020 hebben dieren uit deze groep honderden keren zeilboten en kleine vaartuigen aangevallen en daarbij vaak het roer beschadigd; tot november 2023 waren er meer dan vijfhonderd voorvallen gemeld en zijn drie zeilboten gezonken. De West Coast Community van Schotland en Ierland heeft sinds het begin van de waarnemingen in de jaren negentig geen jongen voortgebracht. Bedreigingen zijn afname van prooien zoals haring en makreel en hoge gehalten aan pcb's, pbde's en ddt, die de voortplanting aantasten. De soort is beschermd onder de Habitatrichtlijn en valt onder ASCOBANS en ACCOBAMS.
Wetenschappelijke naam
Orcinus orca | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Delphinus Orca; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Orcinus is afgeleid van het Latijnse orca, bij Plinius de naam van een groot zeedier, met het achtervoegsel -inus 'behorend bij'. orca is het Latijnse woord waarvan ook de geslachtsnaam is afgeleid.


