Alle soorten › Insecteneters › Mollen en desmans › Talpa martinorum

Talpa martinorum | Talpa martinorum

Martinos' Mole | Talpa martinorum

Talpa martinorum is de laatst beschreven mol van het gidsgebied; de beschrijving uit 2018 berust op dieren uit het Strandzjagebergte in het uiterste zuidoosten van Bulgarije. De soort leeft alleen in Thracië, tussen Boergas en Istanbul, en heeft daarmee een van de kleinste arealen van de Europese mollen. Tot 2018 werden deze dieren bij de blinde mol of bij de Levantijnse mol ingedeeld; genetisch staan ze echter dichter bij de mollen van West-Europa dan bij de mollen van de Balkan.

Van deze soort bestaat geen foto van een levend wild dier met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Sporen

De soort graaft gangen en laat molshopen achter. Die zijn niet van de hopen van andere mollen te onderscheiden, maar omdat binnen het areaal geen andere mol leeft, is een molshoop in het Strandzja- of Istrancagebergte in de praktijk een spoor van deze soort. Andere sporen zijn niet beschreven.

Herkenning

Een middelgrote mol, in bouw en verhoudingen gelijk aan de Europese mol maar iets kleiner: kop-romp 12,4 tot 13,4 cm, gewicht 52,5 tot 65 gram. De staart is kort, 2,4 tot 3,2 cm, ongeveer een vijfde tot een kwart van de kop-romplengte, en dicht bezet met zwarte, borstelige haren. De vacht is dicht en zijdeachtig, van boven zwart en van onderen iets lichter met een leigrijze zweem; sommige dieren hebben achter op de buik een onregelmatige geelbruine streep. Rond het oog zijn de haren korter en lichter, en de oogspleet is door een doorschijnende huid bedekt. De snuit is vleeskleurig, met achter de neusspiegel een driehoekige, naakte huidstrook waarvan de punt naar achteren wijst. De schedel heeft een stevige snuitpartij; op de eerste bovenkies ontbreekt het parastyl, een klein nevenknobbeltje dat bij vrijwel alle andere Talpa-soorten aanwezig is.

Gelijkende soorten

Binnen het areaal is de kans op verwarring in het veld klein, omdat er geen andere mol voorkomt: de Europese mol (Talpa europaea) leeft verder naar het westen, in de laaglanden van Bulgarije, en de Levantijnse mol (Talpa levantis) aan de overzijde van de Bosporus, in Anatolië. Ten opzichte van de Europese mol zijn het kleinere formaat en het met huid bedekte oog de onderscheidende kenmerken; ten opzichte van de Levantijnse mol vooral het ontbrekende parastyl op de eerste bovenkies, een schedelkenmerk. Met de Balkanmol (Talpa stankovici) is de soort niet nauw verwant, en de arealen liggen honderden kilometers uit elkaar. In Thracië werpen ook blindmuizen (Nannospalax) aarde op: knaagdieren zonder graafpoten van het molentype, met bredere, lagere hopen van grove kluiten.

Leefgebied

Vooral matig vochtige graslanden en boomgaarden op rode, goed doorlatende bodems in het heuvelland, daarnaast akkerland op donkere gronden, vlakke overstromingsvlakten, eikenbos en ooibos. De soort is bekend van zeeniveau tot ongeveer 445 m.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Endemisch in Thracië, langs de zuidwestkust van de Zwarte Zee: van het Strandzjagebergte bij Boergas in Bulgarije zuidwaarts tot het Istrancagebergte bij Istanbul in Europees Turkije. In Bulgarije ligt het bekende voorkomen in het Natuurpark Strandzja; de typelocatie is een weide bij Zvezdets. Ten westen van het areaal leeft de Europese mol, in Anatolië de Levantijnse mol.

Levenswijze

Over de levenswijze is vrijwel niets specifiek bekend; aangenomen wordt dat die overeenkomt met die van de andere Euraziatische mollen: solitair in een zelf gegraven gangenstelsel, met regenwormen en bodeminsecten als voedsel. Het holotype, een jong volwassen vrouwtje, werd in april 2017 op een weide gevangen. Genetisch behoort de soort tot de westelijke tak van het geslacht, dicht bij Talpa aquitania, de Iberische blinde mol en de Europese mol; vermoedelijk is zij ontstaan uit een geïsoleerde randpopulatie van de voorouders van die groep.

Waar en wanneer kijken

Molshopen van deze soort zijn te vinden in het Natuurpark Strandzja in Zuidoost-Bulgarije en in het Istrancagebergte in Europees Turkije. Weiden en boomgaarden op de rode heuvelgronden en de rivierdalen zijn de eerste plekken om te zoeken. Een dood dier levert de meeste informatie op: noteer de vindplaats, meet en weeg het dier, en controleer met een loep of het oog onder een doorschijnende huid ligt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2024). Het areaal is klein en beperkt tot het Strandzja- en Istrancagebergte en de aangrenzende laaglanden. In Bulgarije komt de soort voor in het Natuurpark Strandzja. Specifieke bedreigingen zijn niet beschreven; gegevens over de populatieomvang ontbreken.

Wetenschappelijke naam

Talpa martinorum | Kryštufek, Nedyalkov, J. J. Astrin, & Hutterer, 2018

Kryštufek, Nedyalkov, J. J. Astrin, & Hutterer beschreef de soort in 2018 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Talpa is het Latijnse woord voor 'mol'. martinorum is de genitief meervoud van Martinus, 'van de Martino's': de naam eert het Russisch-Servische echtpaar Vladimir en Jevgenija Martino, kenners van de Balkanzoogdieren en de beschrijvers van Talpa stankovici. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bulgarije.