Alle soorten › Evenhoevigen › Dolfijnen › Tuimelaar

Tuimelaar | Tursiops truncatus

Common bottlenose dolphin | Delfín mular

De tuimelaar is een grote, robuuste dolfijn van gematigde en warme zeeën over de hele wereld. In Europa leeft hij van Noord-Noorwegen tot Portugal, in de Middellandse Zee en, als aparte ondersoort, in de Zwarte Zee. Naast dieren die ver uit de kust rondtrekken bestaan langs de Britse en Ierse kust, in Portugal en in de Middellandse Zee kleine kustpopulaties die jaar in jaar uit in dezelfde baaien en riviermondingen verblijven, en die zijn de tuimelaars die je vanaf de kant ziet.

Tuimelaar (Tursiops truncatus)
Foto: Caroline Legg — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Sporen

Op zee herken je de tuimelaar aan zijn silhouet en zijn gedrag. De adem is kort en laag en meestal niet zichtbaar; bij stil weer is het uitblazen te horen. Bij het bovenkomen verschijnt vaak eerst de kop met de korte snavel, daarna rolt de rug met de hoge, gebogen vin over; bij een diepe duik komt soms de staart kort boven. De soort springt geregeld geheel uit het water, slaat met de staart op het water en zwemt mee op de boeggolf van boten. Groepen tellen meestal twee tot vijftig dieren; in kustwateren zijn het vaak groepjes van vijf tot vijftien die dicht bij elkaar zwemmen. Tuimelaars jagen graag in de stroming bij landtongen en in de monding van rivieren, en zijn daar met vallend of opkomend tij op vaste plekken te verwachten. Een groep die foerageert is te herkennen aan snelle koerswisselingen, spatten en duikende zeevogels erboven.

Herkenning

Groot en zwaar voor een dolfijn, met een korte, dikke snavel die met een duidelijke vouw van de ronde meloen gescheiden is. De kleur is effen grijs tot bruingrijs, de rug donkerder dan de flanken en de buik licht; een vlekkenpatroon of een zandlopertekening ontbreekt. De rugvin is hoog, sikkelvormig en staat midden op de rug; bij veel dieren draagt de achterrand inkepingen, waaraan onderzoekers individuen herkennen. De dieren in Europese kustwateren behoren tot de grootste van de soort: volwassen tuimelaars in Britse wateren zijn ongeveer drie tot bijna vier meter lang. Aan het oppervlak komt vaak de kop met de snavel even boven, daarna een hoog gebogen rug met de vin.

Gelijkende soorten

De bruinvis is half zo lang, heeft geen snavel en een laag driehoekig vinnetje, en springt zelden. De grijze dolfijn is even groot en heeft ook een hoge vin, maar een stompe kop zonder snavel en een lichaam vol witte krassen; oude dieren zijn bijna wit. De witsnuitdolfijn van de Noordzee en de Noord-Atlantische Oceaan heeft zwart-witte en grijze vlakken op de flanken en een witte of lichtgrijze snavel. De gewone dolfijn en de gestreepte dolfijn zijn kleiner en slanker, met een lange, smalle snavel en een duidelijk kleurpatroon op de flank, en leven meestal in grotere, snellere groepen. Een vrouwtje of jong van de orka heeft ook een gebogen vin, maar is zwart met een witte oogvlek en een grijs zadel. Op grote afstand is een tuimelaar zonder zichtbare kop van een grijze dolfijn soms niet te onderscheiden.

Leefgebied

Van ondiepe kustwateren, baaien, fjorden en riviermondingen tot de open zee boven het continentaal plat en de helling daarvan. De kustpopulaties gebruiken een klein gebied: ondiep water met sterke getijstroming, zandbanken en rotsbodem, dicht onder de kust. De dieren van de open zee leven boven dieper water en trekken over grotere afstanden. Het voedsel is afhankelijk van het gebied: kabeljauwachtigen zoals kabeljauw, koolvis, wijting en schelvis, verder zalm, sprot, zandspiering, platvis en inktvis.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

In Europa van Noord-Noorwegen tot Portugal, in de hele Middellandse Zee en in de Zwarte Zee, waar de ondersoort T. t. ponticus leeft. Het aantal tuimelaars op het continentaal plat van Portugal tot West-Schotland wordt geschat op ongeveer 115.000. Daarnaast bestaan kleine vaste kustpopulaties, onder meer in de Moray Firth in Oost-Schotland (ongeveer tweehonderd dieren, die ook langs de oostkust naar het zuiden tot Yorkshire gaan), in Cardigan Bay en de Ierse Zee (tweehonderd tot driehonderd), rond de Hebriden, in de monding van de Shannon en bij Connemara in West-Ierland, langs de kust van Cornwall, Devon en Dorset, en in het estuarium van de Sado bij Setúbal in Portugal. In de zuidelijke Noordzee, waar de soort tot in het midden van de twintigste eeuw geregeld voorkwam, is ze nu een onregelmatige verschijning, en in de Oostzee een dwaalgast.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Dag en nacht actief. De tuimelaar leeft in groepen waarvan de samenstelling wisselt; moeders met jongen blijven lang bij elkaar, en volwassen mannetjes vormen soms paren of kleine verbonden. De draagtijd is ongeveer twaalf maanden; in Britse wateren worden de jongen over een lange periode geboren, met een piek van mei tot november. Het jong wordt achttien tot vierentwintig maanden gezoogd, en een vrouwtje krijgt gemiddeld eens in de vier jaar een jong (twee tot tien jaar). Vrouwtjes zijn geslachtsrijp op vijf tot dertien jaar, mannetjes op negen tot vijftien. Mannetjes worden veertig tot vijfenveertig jaar oud, vrouwtjes tot vijftig. De soort jaagt alleen of in groepen en past de techniek aan de prooi aan. In de Moray Firth en Cardigan Bay is vastgesteld dat tuimelaars bruinvissen doden zonder ze op te eten.

Waar en wanneer kijken

De bekendste plek in Europa om tuimelaars vanaf het land te zien is Chanonry Point bij Fortrose, aan de Moray Firth ten noordoosten van Inverness: rond opkomend tij jagen de dieren daar op zalm en zeeforel in de stroming, vaak op enkele tientallen meters van de kant, van het voorjaar tot in de herfst. In Wales kijk je vanaf de havenmuur van New Quay over Cardigan Bay; in Portugal varen er boten vanuit Setúbal naar de groep in de Sado. Aan de Middellandse Zee zijn tuimelaars vaak te zien vanaf veerboten langs de kust en in baaien. Kijk naar de hoge vin en de korte snavel; springende dieren zijn vanaf de kant vaak het eerste wat opvalt. Houd bij een boot afstand en vaar niet door een groep heen: kustpopulaties worden jaar in jaar uit door dezelfde boten benaderd.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2019). De ondersoort van de Zwarte Zee, T. t. ponticus, staat apart als bedreigd (EN) op de Rode Lijst. De kleine kustpopulaties zijn kwetsbaar door hun omvang: de groepen in de Moray Firth en in Cardigan Bay tellen elk enkele honderden dieren. Bedreigingen zijn hoge gehalten aan vervuilende stoffen zoals pcb's, onderwatergeluid, aanvaringen met snelle recreatieboten en, verder naar het zuiden, verstrikking in visnetten. De soort is beschermd onder de Habitatrichtlijn, die voor de tuimelaar speciale beschermingszones vereist; de Moray Firth en Cardigan Bay zijn als zodanig aangewezen. Ze valt onder de verdragen ASCOBANS en ACCOBAMS.

Wetenschappelijke naam

Tursiops truncatus | (G. Montagu, 1821)

G. Montagu beschreef de soort in 1821 als Delphinus Truncatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Tursiops is gevormd uit het Latijnse tursio, bij Plinius de naam van een dolfijnachtig zeedier, en het Griekse -ops 'gezicht, uiterlijk': 'dat eruitziet als een tursio'. truncatus is Latijn voor 'afgeknot, ingekort'. Montagu gaf de naam in 1821 aan een dier uit de rivier de Dart; de verklaring die er gewoonlijk bij wordt gegeven, afgesleten tanden bij het typeexemplaar, is niet aan de oorspronkelijke beschrijving getoetst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Engeland, Stoke Gabriel (rivier de Dart).