Alle soorten › Roofdieren › Hondachtigen › Wasbeerhond
Wasbeerhond | Nyctereutes procyonoides
Raccoon dog | Perro Mapache
De wasbeerhond komt van oorsprong uit Oost-Azië. Tussen 1928 en 1957 zijn in de toenmalige Sovjet-Unie ongeveer 9100 dieren uitgezet, verdeeld over meer dan zeventig gebieden en vooral in het Europese deel, om de pelsjacht te verrijken. Van daaruit heeft de soort zich over Noord- en Midden-Europa verspreid. Sinds 2 februari 2019 geldt voor de wasbeerhond de Unielijst van invasieve uitheemse soorten.
Sporen
De prenten zijn klein en ronder dan die van de vos, met zichtbare nagelindrukken. Doordat het lijf breed is en de poten kort, staan linker- en rechterprenten in de spoorlijn ver uit elkaar, anders dan bij de vos, die zijn prenten bijna op één lijn zet. De soort graaft zelf weinig, maar maakt bij het foerageren kleine kuiltjes. Voor de voortplanting en de winterrust worden vaak burchten van de das en vossenholen gebruikt; in een onderzoek deelden dassen in 88 procent van 71 burchtwinters hun burcht met wasbeerhonden.
Herkenning
Een gedrongen, laagpotige hondachtige met een zwart gezichtsmasker: zwarte vlekken rond de ogen met een witachtige neusrug ertussen, lange haren op de wangen, een spitse snuit en kleine, afgeronde oren. De lichaamskleur loopt van geel tot grijs of roodachtig, met zwarte haren op rug en schouders; poten, voeten en borst zijn donker. De staart is kort, 15 tot 23 cm, dicht behaard, bovenop donker en raakt de grond niet. In herfst en winter is het dier vet en dik bebont en oogt het rond op korte, dunne pootjes; in de zomer, met dunne vacht en weinig vetreserve, is het veel slanker. Het gewicht kan in de herfst 50 tot 70 procent hoger liggen dan in het voorjaar.
Gelijkende soorten
De wasbeer heeft eveneens een zwart masker, maar een geringde staart en een donkere neusrug tussen de oogvlekken; bij de wasbeerhond is de neusrug witachtig en de staart ongeringd. De das lijkt in de winter op afstand op een wasbeerhond door de lange vacht en de korte poten, maar heeft zwart-witte lengtestrepen over de kop. De vos is slanker en hoger op de poten, met een lange staart. In het schemerdonker, in een koplamp of op een cameravalbeeld is het silhouet van een laag, rond dier met een korte staart het beste houvast.
Leefgebied
De soort geeft de voorkeur aan oevers, natte gebieden en loofbos: moerassen, rietlanden, broekbossen, beekdalen en bosranden met dichte ondergroei. Grootschalig akkerland en naaldbos worden minder gebruikt. In Midden- en Oost-Europa blijft de soort meestal onder 800 meter. De dieren bewegen zich langzaam en zo veel mogelijk onder dekking.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Van oorsprong Oost-Azië: China, Mongolië, Korea, Vietnam en het Russische Verre Oosten. De Europese bevolking gaat terug op de uitzettingen in de Sovjet-Unie tussen 1928 en 1957. De uitbreiding verliep met gemiddeld ongeveer 40 km per jaar en plaatselijk tot 120 km per jaar. In Duitsland werd de soort in 1964 voor het eerst gezien, in Mecklenburg-Voor-Pommeren; rond 2001 werden de eerste dieren aan de Nederlandse grens vastgesteld, zo'n 480 km verder. In Finland, de Baltische staten, Polen en Oost-Duitsland is de soort algemeen; in Denemarken en Zweden zeldzaam. Binnen het gidsgebied bevat GBIF ruim zeventienduizend waarnemingen.
- Ingeburgerd
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
Overwegend nachtactief, de dieren verlaten het hol één tot twee uur na zonsondergang; in dichte begroeiing ook overdag. De wasbeerhond is een verzamelaar en geen jager: amfibieën, kleine zoogdieren, aas, maïs, fruit en insecten, terwijl hazen en konijnen in het dieet vrijwel ontbreken. De paren zijn hecht: partners foerageren samen en overwinteren in de meeste gevallen samen. Leefgebieden overlappen en worden niet verdedigd; in het voorjaar leven er doorgaans 0,5 tot 1 volwassen dier per km². Waar de winter streng is, houden de dieren van ongeveer november tot maart een winterrust, die begint bij temperaturen onder −8 tot −10 °C of een sneeuwdek van meer dan 20 cm en op zachte dagen wordt onderbroken. Het Handbook of the Mammals of the World noemt de wasbeerhond de enige hondachtige die een winterslaap houdt. Paartijd van eind februari tot begin april, draagtijd 59 tot 64 dagen, gewoonlijk zes tot negen jongen (uitersten 2 en 12, maximaal 19 gemeld); de jongen zijn na acht tot tien maanden geslachtsrijp.
Waar en wanneer kijken
De kans op een waarneming is het grootst in de schemer langs oevers, rietkragen en natte bosranden, en in het voorjaar, wanneer de dieren ook overdag zonnen. Op een cameraval langs een oever of bij een dassenburcht verschijnt de soort geregeld, vaak met twee dieren kort na elkaar. Let op de witachtige neusrug tussen de zwarte oogvlekken en de korte, ongeringde staart.
Staat van instandhouding
Op wereldschaal niet bedreigd (LC, 2016). In Europa is de wasbeerhond een uitheemse soort: de Europese bevolking gaat volledig terug op uitzettingen voor de pelsjacht. Sinds 2 februari 2019 staat de soort op de Unielijst van invasieve uitheemse soorten (Verordening 1143/2014, aangevuld in 2017): houden, kweken, vervoeren en verhandelen zijn verboden en lidstaten moeten de verdere verspreiding beperken. In landen waar de soort gevestigd is, wordt hij veelal het hele jaar bejaagd. Van eilanden voor de zuidwestkust van Finland zijn kikkers verdwenen nadat wasbeerhonden er in de jaren zeventig aankwamen; een effect op het broedsucces van grondbroeders is gemeld, een effect op de omvang van vogelpopulaties is niet aangetoond. Schurft, hondenziekte en hondsdolheid worden als doodsoorzaken genoemd.
Wetenschappelijke naam
Nyctereutes procyonoides | (J. E. Gray, 1834)
J. E. Gray beschreef de soort in 1834 als Canis procyonoides; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Nyctereutes is het Griekse nyktereutēs 'nachtjager', bij nyktereuein 'de nacht doorbrengen, 's nachts op jacht gaan'. procyonoides betekent 'wasbeerachtig', naar het geslacht Procyon en het Griekse -oeidēs 'gelijkend op', naar het wasberenmasker op de kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit China.






