Alle soorten › Roofdieren › Hondachtigen › Zandvos
Zandvos | Vulpes rueppellii
Rüppel's fox | Vulpes rueppellii
De zandvos, ook Rüppells vos genoemd, is een kleine vos van de zand- en steenwoestijnen van Noord-Afrika, het Arabisch Schiereiland en het Midden-Oosten tot Pakistan. Het gidsgebied raakt alleen de noordrand van het areaal; vrijwel alle waarnemingen binnen het venster komen uit Israël. Daar is de soort in de Negev teruggedrongen door de vos, die zich met de vestiging van nederzettingen in de woestijn heeft uitgebreid.
Sporen
De prenten hebben door de bijna geheel behaarde zolen en tenen onscherpe omtrekken; in los zand zijn de afzonderlijke kussens vaak niet te onderscheiden. Holen liggen meestal onder rotsplaten of zijn gegraven aan de voet van bomen of struiken; waar weinig beschutting is, gebruikt de soort ook holen midden op open vlakten, soms gegraven door de honingdas. In ondiepe kuilen in harde slibbodem is gemeten dat het rond het middaguur 12 tot 15 °C koeler is dan erbuiten. In Oman wisselden gezenderde dieren vaak van hol. Rond kampen en vaste nederzettingen scharrelt de soort naar afval.
Herkenning
Een kleine, slanke vos met korte, dunne poten en lange, brede oren die groot zijn in verhouding tot de kop. De kop is beige tot bleek zandkleurig; de meeste dieren hebben een zwarte vlek bij de snorharen die tot aan het oog doorloopt. De rug varieert van bleek zandkleurig tot grijzig, soms roodachtig, met een zilverige glans door zwarte haarpunten; flanken en buik zijn lichter, de poten beige tot reebruin. De zwarte spikkeling van de rug loopt uit in een zwarte vlek op de staartwortel. De staart is ruig en heeft meestal een witte punt. De voetzolen en tenen zijn bijna geheel behaard. De achterkant van de oren is niet donker getekend. De vacht is fijn en zacht, in de winter dikker en donkerder, in de zomer lichter.
Gelijkende soorten
De vos is aanzienlijk groter en zwaarder gebouwd, met zwarte achterkanten van de oren en zwarte voorkanten van de poten; hij heeft eveneens een witte staartpunt. In de Negev en de Arava komen beide soorten naast elkaar voor. De fennek is kleiner, met nog grotere oren en een kortere staart met een donkere punt, en leeft in zandwoestijn; in het gidsgebied alleen in Noord-Afrika. De Afghaanse vos is kleiner, met een staart die bijna zo lang is als het lichaam, leeft op steile rotshellingen en heeft onbehaarde voetzolen. Beslissend voor de zandvos zijn de zwarte vlek op de staartwortel, de witte staartpunt en de zwarte snorvlek.
Leefgebied
Zand- en steenwoestijn met ijle tot zeer ijle begroeiing van kruiden, grassen en lage struiken, vaak geconcentreerd in wadi's met acacia's en andere bomen; ook kustgebieden met zeer ijle begroeiing zonder bomen. Aan de noordrand van de Sahara komt de soort voor in gebieden met tot 150 mm neerslag per jaar. De zandvos kan leven in gebieden zonder beschikbaar oppervlaktewater.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Van Marokko en Mauritanië door de Sahara en de Sahel tot Egypte, Soedan en de Hoorn van Afrika, verder het Arabisch Schiereiland, het Midden-Oosten, Iran, Afghanistan en Pakistan. Er worden zes ondersoorten onderscheiden. In het gidsgebied valt alleen de noordrand van het areaal ten noorden van 29°N: de Negev en de Arava in Israël, de noordelijke woestijnen van Egypte en de noordrand van de Sahara in Libië, Tunesië, Algerije en Marokko. Vrijwel alle waarnemingen binnen het venster komen uit Israël; uit Egypte, Marokko en Algerije zijn er enkele.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
Overwegend schemer- en nachtactief. De dieren blijven overdag in het hol, al zijn er in de winter overdag actieve dieren gezien. Ze verlaten het hol in het uur na zonsondergang, zijn 's nachts afwisselend actief en rustig, en in de vroege ochtenduren meestal inactief. De zandvos is het hele jaar actief. Het voedsel bestaat voor een groot deel uit ongewervelden, verder knaagdieren, hagedissen, slangen, vogels en wilde vruchten; de samenstelling volgt het aanbod. Volwassen dieren leven meestal in paren; groepen van 3 tot 15 dieren zijn gezien, maar dat kunnen familiegroepen zijn of een ophoping van holen waar weinig geschikte plekken zijn. In Oman besloegen leefgebieden tot 69 km², in Saoedi-Arabië gemiddeld ongeveer 16 km²; mannetjes hebben grotere leefgebieden dan vrouwtjes. In Saoedi-Arabië valt de paring van december tot februari, meestal samen met de eerste regens na de zomer. Na een draagtijd van 7 tot 8 weken worden 2 tot 3 jongen geboren. Beide geslachten worden na 9 tot 10 maanden geslachtsrijp.
Waar en wanneer kijken
In de Negev en de Arava in Israël, 's nachts, met een lamp over open grind- en zandvlakten en langs wadi's, bij voorkeur ver van nederzettingen, waar de vos domineert. Bij een oogreflectie beslissen de verhouding tussen oor en kop, de lengte van de poten, de zwarte vlek op de staartwortel en de witte staartpunt. In de vroege ochtend zijn in het zand de verse loopsporen te volgen naar een hol onder een rotsplaat of aan de voet van een struik. De soort is in Israël wettelijk beschermd; een hol wordt na verstoring vaak verlaten.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC, 2015). Over de totale aantallen is weinig bekend; de dichtheid is meestal laag en lijkt hoger waar voedsel gemakkelijker te vinden is, bijvoorbeeld bij nederzettingen. In een omheind reservaat in Saoedi-Arabië is een dichtheid van 0,7 per km² gemeten; lagere schattingen daarbuiten wijzen op kwetsbaarheid in het overbeweide landschap van Centraal-Arabië. Als voornaamste bedreigingen gelden het verlies en de versnippering van leefgebied, jacht en vervolging en het ongericht gebruik van gif. In Israël was de soort volgens de stand van 2009 bijna verdwenen door concurrentie met de vos, die zich in de Negev met de menselijke bewoning heeft uitgebreid; concurrentie met de vos speelt mogelijk ook in de Verenigde Arabische Emiraten. In Israël is de zandvos volledig beschermd; in Marokko, waar de soort op de nationale lijst als bijna bedreigd staat, mag ze als schadelijk dier worden bejaagd.
Wetenschappelijke naam
Vulpes rueppellii | (H. R. Schinz, 1825)
H. R. Schinz beschreef de soort in 1825 als Canis Rüppelii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Vulpes is het Latijnse woord voor 'vos'. rueppellii eert de Frankfurtse natuuronderzoeker Eduard Rüppell (1794–1884), wiens verzamelingen uit Nubië en Abessinië aan de basis van Schinz' beschrijving lagen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Soedan.



