Alle soorten › Knaagdieren › Eekhoorns en marmotten › Amerikaanse voseekhoorn

Amerikaanse voseekhoorn | Sciurus niger

Eastern fox squirrel | Sciurus niger

De Amerikaanse voseekhoorn is de grootste boomeekhoorn van Noord-Amerika, met een kop-romplengte tot 37 cm en een oranje buik. In Europa is de soort nergens ingeburgerd. Zij werd in 2016 als voorzorgsmaatregel op de Unielijst van invasieve uitheemse soorten geplaatst, omdat zij in ecologie en risico's sterk overeenkomt met de grijze eekhoorn.

Amerikaanse voseekhoorn (Sciurus niger)
Foto: Josephhefley — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

In Europa zijn geen sporen bekend, omdat er geen vrij levende populaties zijn. De sporen uit Noord-Amerika zijn van belang, omdat ze nauwelijks van die van de grijze eekhoorn te onderscheiden zijn. De soort bouwt een bladnest van takken, blad en bast in een kroonvork of gebruikt een boomholte; het nest is groter dan dat van de grijze eekhoorn, maar de maten overlappen volledig. Noten worden één voor één begraven in ondiepe kuiltjes verspreid over een groot gebied en op geheugen en reuk teruggevonden; de kuiltjes en de omgewoelde bladlaag zijn zichtbaar. Bij eetplaatsen op een stronk of paal liggen opengeknaagde walnoten, hickorynoten en eikels, en afgeknaagde dennenkegels. Het sprongspoor is dat van alle boomeekhoorns, vier prenten in een groepje met de grotere vijftenige achtervoeten náást elkaar vóór de kleinere viertenige voorvoeten, maar groot: de achtervoetprent meet zes tot acht centimeter en de sprongen zijn ruim een meter. Een ongewoon groot eekhoornspoor in Europa is reden om de aanwezigheid met een camera te controleren.

De kop van dichtbij

Amerikaanse voseekhoorn, kop en borst van dichtbij, clinton county, michigan: het beslissende kenmerk staat er vol in beeld — een okergele tot oranje onderzijde, waar de grijze eekhoorn scherp wit is
Kop en borst van dichtbij, Clinton County, Michigan: het beslissende kenmerk staat er vol in beeld — een okergele tot oranje onderzijde, waar de grijze eekhoorn scherp wit is · Foto: U.S. Fish and Wildlife Service - Midwest Region — Public domain · Wikimedia Commons

Herkenning

De zwaarste boomeekhoorn die in Europa als ontsnapt dier kan worden aangetroffen: kop-romp 26 tot 37 cm, staart 20 tot 33 cm, en een halve tot anderhalve kilo, twee tot vier keer het gewicht van een gewone eekhoorn. De kleur is zeer variabel en verschilt per streek. In het binnenland van Noord-Amerika is het gebruikelijke kleed een gespikkeld geelgrijze tot okerbruine rug met een oranje tot roestbruine buik, flanken en staartzoom; in het noordoosten zijn de dieren zilvergrijzer, en in het zuidoosten komen zwarte dieren voor met een witte snuit en witte oren. Constante kenmerken zijn: de buik is nooit wit maar oker, oranje of zwart; de staart is lang en breed met een okergele tot roestoranje zoom; en de oren zijn klein, rond en zonder pluimen. De soort is zwaar gebouwd, beweegt langzaam in de kroon en brengt veel tijd op de grond door, waar zij zich met korte, zware sprongen verplaatst.

Gelijkende soorten

De grijze eekhoorn is de belangrijkste soort voor verwarring: de twee lijken op afstand sterk op elkaar, en de grijze eekhoorn komt in Europa wel voor. Drie kenmerken zijn beslissend. Ten eerste de buik: bij de grijze eekhoorn scherp wit, bij de voseekhoorn oker tot roestoranje of zwart, nooit wit. Ten tweede de staartzoom: bij de grijze eekhoorn zilverwit, bij de voseekhoorn okergeel tot oranje. Ten derde het formaat: de voseekhoorn is een derde tot de helft zwaarder, wat aan de bouw te zien is. De gewone eekhoorn is veel kleiner en lichter, met een witte buik en in de winter oorpluimen, die de voseekhoorn niet heeft. Een grote eekhoorn met een oranje buik in een Europees park is een ontsnapt dier en moet direct worden gemeld, omdat dat de enige gelegenheid is om vestiging te voorkomen.

Leefgebied

In Noord-Amerika open bos: eiken-hickorybos met veel ruimte tussen de stammen, savanneachtige boomweiden, bosranden, houtwallen tussen akkers, en in het zuidoosten open dennenbos en cipressenmoeras. Gesloten, donker bos wordt gemeden; daar domineert de grijze eekhoorn. De soort heeft een voorkeur voor halfopen, parkachtig cultuurlandschap: boomgaarden, golfbanen, campussen, begraafplaatsen en stadsparken. Dit landschapstype is in West-Europa wijdverbreid, en dat is een van de redenen waarom risicobeoordelingen de soort als een reëel risico aanmerken.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Oorspronkelijk het oosten en midden van Noord-Amerika, van Zuid-Canada en de Grote Meren tot Florida, Texas en het noorden van Mexico, en door uitzetting ook aan de westkust van de Verenigde Staten. In Europa is de soort nergens ingeburgerd en is geen enkele populatie bekend. Er zijn enkele waarnemingen per land in België, Duitsland, Nederland, Groot-Brittannië en Zweden; het gaat om ontsnapte of losgelaten dieren uit de dierenhandel en uit dierentuinen, zonder aanwijzingen voor voortplanting. Met de opname op de Unielijst in 2016 beoogde de Europese Commissie deze situatie te behouden.

Levenswijze

Dagactief en het hele jaar actief, zonder winterslaap of winterrust; in de winter ligt de activiteit vooral midden op de dag, in de zomer in twee pieken, vroeg en laat. Het voedsel bestaat vooral uit boomzaad (eikels, hickorynoten, walnoten, beukennootjes, dennen- en cipreszaad), aangevuld met knoppen, bloemen, bast, paddenstoelen, fruit, insecten en soms vogeleieren. Voorraden worden aangelegd door noten verspreid te begraven. De soort houdt geen territorium maar een leefgebied van een halve tot enkele tientallen hectaren, dat sterk overlapt met dat van buren; vrouwtjes met jongen verdedigen wel een kerngebied. Er zijn twee paartijden per jaar, in de winter en in het late voorjaar; na een draagtijd van 44 tot 45 dagen worden twee tot zeven jongen geboren in een boomholte of bladnest. Ze komen na zes tot acht weken naar buiten en worden rond drie maanden gespeend.

Waar en wanneer kijken

In Europa is dit geen soort om naar te zoeken, maar wel een soort om te herkennen. Het belangrijkste kenmerk is een eekhoorn ter grootte van een kat met een oranje buik. Meld een waarneming direct, met een foto, bij de nationale waarnemingsdatabank. In Noord-Amerika is de soort in vrijwel elk park in het Midwesten van de Verenigde Staten algemeen en weinig schuw.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (LC, 2016). Deze beoordeling betreft Noord-Amerika, waar de soort algemeen is, bejaagd wordt en westwaarts is uitgezet; enkele ondersoorten aan de oostkust zijn minder talrijk en worden daar beschermd. Over Europa, waar de soort niet voorkomt, zegt deze beoordeling niets. Sinds 3 augustus 2016 staat de soort op de Unielijst van invasieve uitheemse soorten die zorgwekkend zijn voor de Unie (Verordening 1143/2014), met een verbod op houden, kweken, vervoeren, verhandelen en loslaten. De plaatsing is een voorzorgsmaatregel en geen reactie op een bestaande populatie. De onderbouwing is ontleend aan de ervaringen met de grijze eekhoorn: de voseekhoorn is groter en zwaarder dan de gewone eekhoorn, eet hetzelfde voedsel, kan onrijpe eikels verteren, gedijt in halfopen cultuurlandschap zoals dat in West-Europa voorkomt, en is, net als de grijze eekhoorn, een mogelijke drager van het eekhoornpokkenvirus, dat voor de gewone eekhoorn dodelijk is. Omdat de soort in Europa in dierentuinen en door particulieren werd gehouden, bestond het risico dat ontsnapte dieren een populatie zouden vormen. De effectiviteit van deze voorzorgsmaatregel is niet aan te tonen, omdat het uitblijven van vestiging geen meetbare gegevens oplevert. Anders dan bij de wasbeer, de beverrat en de grijze eekhoorn werd de soort op de lijst geplaatst voordat er een populatie in Europa was.

Wetenschappelijke naam

Sciurus niger | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Sciurus is het Latijnse woord voor 'eekhoorn', uit het Griekse skiouros, van skia 'schaduw' en oura 'staart': het dier dat zich met zijn staart beschaduwt. niger is Latijn voor 'zwart'; de soort heeft een zwarte vorm, maar is doorgaans grijsbruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Verenigde Staten, Carolina.