Alle soorten › Evenhoevigen › Hertachtigen › Damhert
Damhert | Dama dama
Fallow Deer | Gamo
Het damhert (Dama dama) is een middelgroot, meestal gevlekt hert met een geschoept gewei bij de bok. Na de laatste ijstijd was de soort beperkt tot Klein-Azië; vanaf de Romeinse tijd is ze over grote delen van Europa verspreid, vaak eerst in omheinde hertenkampen en parken. Van de oorspronkelijke populaties zijn alleen een kleine groep in Zuidwest-Turkije en een populatie op Rhodos over.
Sporen
Het slot is 5 tot 6 cm lang en tot 4 cm breed, met spitse hoefhelften; het is groter dan dat van het ree en kleiner dan dat van het edelhert. De keutels zijn zwart, cilindrisch en aan één kant spits, en liggen in hoopjes. In de bronst schrapen bokken op vaste plekken kale plekken in de grond, waarin ze urineren, en vegen ze met het gewei langs struiken en jonge bomen. Waar veel damherten leven, ontstaat in bos en parken een vraatlijn: een horizontale grens op de hoogte die de dieren kunnen bereiken, waaronder bladeren en twijgen zijn weggevreten.
Een kleurslag

Herkenning
Een middelgroot hert van 130 tot 160 cm kop-romplengte en 75 tot 95 cm schouderhoogte; bokken wegen 60 tot 100 kg, uitzonderlijk tot 150 kg, hinden 30 tot 50 kg. Er zijn vier kleurvormen. De gewone vorm is in de zomer roodbruin met witte vlekken op rug en flanken en in de winter grijsbruin met vage vlekken; de menil is lichter en houdt het hele jaar duidelijke vlekken; daarnaast komen een zwarte en een witte vorm voor, die geen albino's zijn. De spiegel is wit met aan weerszijden een zwarte rand, en de staart van ongeveer 20 cm is wit met een zwarte streep aan de bovenzijde; van achteren gezien vormen de drie zwarte strepen een patroon als het getal 111. Alleen de bok draagt een gewei, dat vanaf het derde jaar breed en schopvormig is.
Gelijkende soorten
Het edelhert is veel groter, heeft als volwassen dier geen vlekken, een roomkleurige spiegel zonder zwarte rand en een vertakt gewei. Het ree is kleiner, heeft een onzichtbare staart, een spiegel zonder zwarte rand en een kort gewei met hoogstens drie enden per stang. Het sikahert is in de zomer ook gevlekt en heeft een wit, zwart omrand achterste, maar de staart is overwegend wit en kort, en de bok draagt een vertakt, niet geschoept gewei. Het axishert in Kroatië houdt het hele jaar duidelijke vlekken, heeft een witte keelvlek en een gewei met drie enden.
Leefgebied
Loof- en gemengd bos met open plekken, parklandschap, boomweiden en het aangrenzende grasland en akkerland. Het damhert heeft minder dekking nodig dan het ree en graast in groepen op open terrein aan de bosrand. Veel populaties zijn uit hertenkampen ontstaan of leven nog steeds in grote omheinde parken.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Oorspronkelijk na de ijstijd Klein-Azië, en mogelijk Italië, de Balkan en Rhodos. In Turkije overleefde alleen de populatie van Düzlerçamı bij Antalya, rond 2010 ongeveer 130 dieren. Op Rhodos leven 400 tot 500 damherten die genetisch afwijken van de rest en waarvan de aanwezigheid op het eiland tot in het neolithicum teruggaat. De Romeinen brachten het damhert naar Midden-Europa en Groot-Brittannië; later volgden nieuwe invoeringen, en in Duitsland dateert de eerste gedocumenteerde uitzetting van 1577. Tegenwoordig komt het damhert voor in het grootste deel van Europa, van Ierland en Spanje tot Zuid-Zweden, Polen en de Balkan. De grootste populatie leeft in Groot-Brittannië, aan het begin van deze eeuw ongeveer 100.000 dieren. Genetisch onderzoek uit 2024 wijst erop dat de Turkse populaties de oorsprong zijn van de meeste Europese damherten.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
Het damhert is vooral in de schemering en 's nachts actief; in rustige gebieden ook overdag. Het voedsel is gevarieerd: in voorjaar en zomer gras, kruiden en bladeren, in de herfst eikels en beukennootjes, in de winter gras, braam, bosbes, heide, hulst, klimop en naalden. De seksen leven buiten de bronst gescheiden, in groepen tot 150 dieren; de groepsvorming verschilt sterk per gebied. De bronst loopt van begin oktober tot half november, met een piek in de tweede helft van oktober; bokken boeren, een laag, herhaald knorren, en verzamelen zich plaatselijk op vaste bronstplaatsen. Na een dracht van ongeveer 33 weken wordt in juni meestal één kalf geboren, van 3 tot 4 kg, dat de eerste weken verstopt in de vegetatie ligt.
Waar en wanneer kijken
Damherten zijn het gemakkelijkst te zien in grote parken en beschermde gebieden waar niet wordt gejaagd, zoals Phoenix Park in Dublin, Richmond Park in Londen, de Amsterdamse Waterleidingduinen en Doñana, bij voorkeur in de vroege ochtend. De bronst in de tweede helft van oktober is het best te volgen bij zonsopgang, wanneer het boeren van de bokken te horen is. Houd in de bronst afstand van bokken en voer de dieren niet.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC, 2008). In West- en Midden-Europa is het damhert talrijk en neemt het plaatselijk toe; hoge dichtheden leiden tot vraatschade aan bos en gewassen en tot aanrijdingen. De oorspronkelijke populaties zijn daarentegen klein en kwetsbaar: die van Düzlerçamı in Turkije telde rond 2010 ongeveer 130 dieren, en de populatie op Rhodos wordt bedreigd door stroperij, bosbranden en watertekort, en door vermenging met ontsnapte damherten van elders.
Wetenschappelijke naam
Dama dama | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Cervus Dama; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Dama is een Latijnse diernaam, ook geschreven damma, die op een hert of een antilope sloeg; welk dier de Romeinen bedoelden en waar het woord vandaan komt staat niet vast. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.





