Alle soorten › Evenhoevigen › Hertachtigen › Sikahert
Sikahert | Cervus nippon
Sika deer | Cervus nippon
Het sikahert (Cervus nippon) is een middelgroot hert uit Oost-Azië, nauw verwant aan het edelhert. Vanaf 1860 is het in Ierland, Groot-Brittannië en op veel plaatsen in Midden- en West-Europa uitgezet of uit parken ontsnapt. In het gidsgebied komt het alleen als ingevoerde soort voor; waar het naast het edelhert leeft, kruisen de twee soorten.
Sporen
Het slot gelijkt op dat van het edelhert maar is kleiner. De keutels zijn zwart en glanzend, kleiner dan die van het edelhert. In de bronst bewerken herten boomstammen met de geweipunten, waarbij diepe, verticale groeven in de bast ontstaan; daarnaast worden jonge bomen geveegd, en herten graven bronstkuilen en zoelen in modder. Het geluid is het duidelijkste teken: in de bronst een reeks van hoge, fluitende kreten, meestal drie of vier achter elkaar, die ver te horen zijn. Het sikahert maakt meer dan tien verschillende geluiden, van zachte fluitjes tot luide gillen.
Herkenning
Een middelgroot hert met een kop-romplengte van 95 tot 180 cm, een schouderhoogte van 50 tot 110 cm, een staart van 7,5 tot 13 cm en een gewicht van 30 tot 160 kg; de in Europa uitgezette Japanse dieren liggen in het onderste deel van die marges, met hindes van 30 tot 40 kg en herten van 40 tot 70 kg. De zomervacht is kastanjebruin met witte vlekken, die ook bij volwassen dieren blijven; de wintervacht is donker grijsbruin, met vage of geen vlekken, en de hertenmannen krijgen dan manen. De spiegel is wit met een zwarte rand en wordt bij onrust uitgespreid; de korte staart is wit. Op de achterpoot ligt een lichte klier boven de hak. Lichte wenkbrauwvlekken geven de kop een fronsende uitdrukking. Het gewei staat recht omhoog en heeft meestal niet meer dan acht enden.
Gelijkende soorten
Het edelhert is groter, roodbruin zonder vlekken, met een gele tot lichtbruine spiegel en bij de oude hert een gewei met meer enden. Het damhert heeft ook vlekken, maar een langere, zwarte staart boven een witte spiegel met zwarte rand in hoefijzervorm, en bij het hert een schoepgewei. Kruisingen van sika en edelhert zijn in het veld vaak niet te herkennen en hebben kenmerken van beide soorten. Het ree is kleiner en heeft geen zichtbare staart.
Leefgebied
Naaldbosaanplant en gemengd bos met dichte ondergroei, loofbos, en de aangrenzende heide, venen en open plekken. In Ierland en Schotland leeft het sikahert vooral in jonge naaldbossen, op heide en in veengebied.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Het natuurlijke areaal omvat Japan, Oost-China, Taiwan, Vietnam, Korea en het Russische Verre Oosten. In Ierland werd het sikahert in 1860 in het park van Powerscourt (Wicklow) ingevoerd; na ontsnappingen leven er nu tot 50.000 dieren. In Groot-Brittannië is de soort vooral in Schotland wijdverbreid en leeft zij in Engeland onder meer in Dorset en het New Forest, waar in het begin van de twintigste eeuw een paar uit het park van Beaulieu is uitgezet. Op het vasteland van Europa is het sikahert in de loop van de afgelopen 150 jaar ingevoerd in onder meer Duitsland, Oostenrijk, Polen, Tsjechië, Frankrijk, Zwitserland, Denemarken en Hongarije; in Tsjechië leeft een van de grootste vrije populaties van het vasteland.
- Ingeburgerd
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
Het sikahert is vooral in de schemering en 's nachts actief. Het eet gras, kruiden, heide en bladeren, twijgen en schors van loof- en naaldbomen. Buiten de bronst leven hindes met kalveren in kleine groepen en herten apart. De bronst valt vooral van begin september tot november en kan tot in de winter doorlopen. De draagtijd is ongeveer zeven maanden; er wordt één kalf van 4,5 tot 7 kg geboren, dat tot tien maanden zoogt. Sikaherten zijn op zestien tot achttien maanden geslachtsrijp.
Waar en wanneer kijken
Luister in oktober in de schemering naar de fluitende bronstroep. In Ierland zijn de Wicklow Mountains bij Glendalough en in Engeland het natuurgebied Arne in Dorset geschikt; daar grazen sikaherten bij zonsopgang en zonsondergang op de heide en op open plekken tussen de dennen. In de winter, wanneer de vlekken vervagen, zijn de witte spiegel met zwarte rand en de lichte klier op de achterpoot de beste kenmerken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC, 2015), voor de soort als geheel; enkele ondersoorten in Azië zijn wel bedreigd. In Europa is het sikahert een ingevoerde soort. De belangrijkste zorg is kruising met het edelhert: in Schotland wordt dat als een ernstige bedreiging voor de genetische eigenheid van het edelhert beschouwd, en ook op het vasteland is vermenging van de twee soorten in veel gebieden aangetoond. Een algemene beheerstrategie voor het vasteland ontbreekt, terwijl het aantal vrijlevende sikaherten toeneemt. Daarnaast veroorzaakt de soort vraat- en schilschade in de bosbouw.
Wetenschappelijke naam
Cervus nippon | Temminck, 1836
Temminck beschreef de soort in 1836 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Cervus is het Latijnse woord voor 'hert'. nippon is Nihon of Nippon, de Japanse naam van Japan; het staat als zelfstandig naamwoord onverbogen naast de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Japan.





