Alle soorten › Evenhoevigen › Hertachtigen › Edelhert
Edelhert | Cervus elaphus
Red deer | Ciervo
Het edelhert (Cervus elaphus) is na de eland het grootste hert van Europa en komt voor van Ierland en Portugal tot de Kaukasus en Iran. In Noord-Afrika leeft de ondersoort barbarus, het berberhert, de enige hertensoort die in Afrika inheems is. In september en oktober is de soort het best waar te nemen: dan burlen de herten, vooral in de schemering.
Sporen
Het slot is met ongeveer 9 cm lengte en 7 cm breedte het grootste hertenslot in West-Europa, op dat van de eland na. De keutels zijn groter dan die van andere herten, zwart en cilindrisch, en liggen in hopen. Kenmerkend zijn modderpoelen, waarin herten vooral in de bronst rollen, met afgewreven modder aan boomstammen eromheen; schilschade, waarbij in de winter en het voorjaar bast met de snijtanden van de onderkaak in brede repen van stammen wordt getrokken; veegplekken aan jonge bomen; en plukken haar aan prikkeldraad. In de bronst is het burlen van de herten over kilometers te horen.
Herkenning
Een groot hert van 160 tot 250 cm kop-romplengte en 95 tot 130 cm schouderhoogte. Het gewicht verschilt sterk per gebied: volgens de gangbare opgave wegen herten 160 tot 240 kg en hinden 120 tot 170 kg; in de Karpaten zijn herten tot 500 kg bekend, terwijl het Corsicaanse edelhert 80 tot 100 kg weegt en Schotse dieren op open heide ook duidelijk kleiner blijven. De zomervacht is roodbruin, de wintervacht grijsbruin en dikker; volwassen dieren zijn ongevlekt, kalveren de eerste maanden gevlekt. De spiegel is roomkleurig tot lichtgeel, zonder zwarte rand, en de staart van 12 tot 19 cm is okerkleurig. In de herfst heeft het hert lange, donkere manen aan de hals. Alleen het hert draagt een vertakt gewei, gemiddeld 71 cm lang en 1 kg zwaar, bij grote dieren tot 115 cm en 5 kg; het groeit in de zomer tot 2,5 cm per dag.
Gelijkende soorten
Het damhert is kleiner, meestal gevlekt, met een witte, zwart omrande spiegel, een langere staart met een zwarte streep en een geschoept gewei. Het sikahert is kleiner, in de zomer gevlekt, met een witte, zwart omrande spiegel en een gewei met minder enden; op de Britse eilanden kruist het met het edelhert, en kruisingen zijn in het veld vaak niet te herkennen. Het ree is veel kleiner. De eland is groter, donkerbruin tot zwartachtig, met lange lichte poten, een overhangende snuit en een schopvormig gewei.
Leefgebied
Loof-, gemengd en naaldbos met open plekken, bosranden en graslanden, maar ook open landschap: heide en hoogveen in Schotland, alpiene graslanden boven de boomgrens in de zomer, en dehesa en mediterraan struweel op het Iberisch Schiereiland. In West-Europa is het edelhert grotendeels in bosgebieden teruggedrongen; waar het rustig is, graast het ook op open terrein.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Het grootste deel van Europa, de Kaukasus, Anatolië en Iran, met regionale vormen: het Iberische edelhert (hispanicus) op het Iberisch Schiereiland, het Corsicaanse edelhert (corsicanus) op Corsica en Sardinië, het Noorse edelhert (atlanticus) en het berberhert (barbarus) in Marokko, Algerije en Tunesië. In veel landen van West- en Midden-Europa is de verspreiding versnipperd; in Groot-Brittannië leeft de grootste populatie in de Schotse Hooglanden, en in Portugal en het Verenigd Koninkrijk nemen de aantallen toe. Genetisch onderzoek heeft aangetoond dat de wapiti van Noord-Amerika en Oost-Azië een aparte soort is, Cervus canadensis.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
Het edelhert is vooral in de schemering en 's nachts actief; in rustige gebieden en op open heide ook overdag. Het voedsel bestaat uit grassen, kruiden, heide, bladeren, twijgen en bast. Hinden leven in groepen rond een leidende hinde met haar nakomelingen en volwassen dochters met hun kalveren; herten vormen buiten de bronst losse, wisselende groepen. In de bronst, in september en oktober, verdedigen herten een roedel van tot twintig hinden en verliezen ze tot een vijfde van hun lichaamsgewicht. Na een dracht van 240 tot 262 dagen wordt van half mei tot begin juni één kalf geboren, zelden twee; het is na ongeveer acht maanden gespeend.
Waar en wanneer kijken
De bronst is het beste moment: luister op heldere avonden in september en de eerste helft van oktober bij zonsondergang aan de rand van een open vlakte in het bos. Bekende gebieden zijn de Schotse Hooglanden en het eiland Rum, Richmond Park in Londen, de Veluwe, de Oostvaardersplassen, Jægersborg Dyrehave bij Kopenhagen, en in Spanje Monfragüe en Cabañeros, waar de berrea op grote schaal te volgen is. Blijf op de paden en houd ruim afstand van burlende herten.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC, 2018). In grote delen van Europa neemt het edelhert toe, en hoge dichtheden leiden tot schil- en vraatschade in bossen en tot aanrijdingen. Op de Britse eilanden is kruising met het sikahert de grootste bedreiging voor de soort als zodanig: in het zuiden van het Lake District en in de Wicklow Mountains in Ierland bestaan de populaties vrijwel geheel uit kruisingen, en naar verwachting blijven zuivere edelherten daar alleen op Schotse eilanden over. Het Corsicaanse edelhert geldt als gevoelig. De terugkeer van de wolf verandert in Midden-Europa het gedrag en de verspreiding van edelherten.
Wetenschappelijke naam
Cervus elaphus | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Cervus is het Latijnse woord voor 'hert'. elaphus is het Griekse elaphos 'hert'; de naam zegt dus twee keer hert, eerst in het Latijn en dan in het Grieks. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.






