Alle soorten › Evenhoevigen › Holhoornigen › Moeflon
Moeflon | Ovis gmelinii
Mouflon | Ovis orientalis musimon
De moeflon (Ovis gmelinii) is het wilde schaap van Anatolië, de Kaukasus en Iran en geldt als de stamvorm van alle huisschapen. De soort omvat ook de moeflons van Cyprus, Corsica en Sardinië, die volgens de huidige opvatting afstammen van vroege huisschapen die in de jonge steentijd naar de eilanden zijn gebracht. Vanaf het begin van de twintigste eeuw is de Europese moeflon op veel plaatsen in Midden- en West-Europa voor de jacht uitgezet.
Sporen
De prent is tweetenig en spits en gelijkt op die van een huisschaap. De keutels zijn zwarte bolletjes in hoopjes en zijn in het veld niet met zekerheid te onderscheiden van die van schaap, geit, gems en steenbok. In de winter schillen moeflons de bast van jonge loofbomen en naaldbomen; die schade is in Midden-Europese bossen een bekend spoor. Op vaste rustplaatsen onder rotsen en in dicht struweel liggen keutels en losse haren.
Herkenning
Een klein, kortharig wild schaap met een schouderhoogte van ongeveer 90 cm, een kop-romplengte tot 120 cm en een gewicht van 35 tot 55 kg bij de ram en 25 tot 40 kg bij de ooi. De ram is in de zomer vosrood tot roodbruin, meestal met een witachtige zadelvlek op de flank; de buik, de onderpoten, de snuit en de spiegel zijn wit, en langs de flank loopt een donkere grens tussen rug en buik. De ooi is egaal bruin en mist de zadelvlek. In de winter zijn beide seksen donkerder. De ram draagt zware, geringde hoorns die bijna een volledige winding beschrijven, tot 80 cm lang; de ooi is meestal hoornloos of heeft korte hoorntjes.
Gelijkende soorten
Een ram met zadelvlek en gekrulde hoorns is met geen ander wild hoefdier in Europa te verwarren. Ooien en jonge dieren kunnen op afstand op huisschapen lijken; die hebben een langere, wollige vacht en een lange staart. In de Alpen en de Pyreneeën onderscheiden de gems en de Pyrenese gems zich door haakhoorns en een gezichtstekening; de Spaanse steenbok en het manenschaap zijn groter, de eerste met een baard en zwarte vlekken op de poten, het tweede met een lange keelfranje en zonder zadelvlek.
Leefgebied
Op Corsica, Sardinië en Cyprus leeft de moeflon in steenrijk berggebied met maquis, altijdgroen eikenbos en naaldbos, tot boven de boomgrens. In Midden-Europa bewoont hij droge loof- en gemengde bossen op heuvels en in middelgebergten met stenige bodems en open plekken. Natte, zachte bodems en diepe sneeuw verdraagt hij slecht: in zulke gebieden treden hoefproblemen op.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Het natuurlijke areaal omvat Armenië, Azerbeidzjan, Iran en Turkije, waar twee gescheiden populaties leven: in het oosten van Anatolië en in de omgeving van Konya. Op Cyprus leeft de Cypriotische moeflon (O. g. ophion) in het bosgebied van Paphos. Op Corsica en Sardinië kwam de moeflon ongeveer in het vijfde millennium voor Christus aan; in 2015 leefden op Sardinië ongeveer 6000 dieren en op Corsica rond 2010 ongeveer 800. Vanaf die eilanden werd de Europese moeflon naar het vasteland gebracht: in Oostenrijk naar het Lainzer Tiergarten, in Duitsland in 1903 naar de Göhrde en in 1906 naar Harzgerode, en verder naar onder meer Tsjechië, Hongarije, Slowakije en Luxemburg (1970); in het begin van de jaren tachtig trokken moeflons vanuit Frankrijk het Zwitserse Wallis binnen. Rond 2005 leefden in Midden-Europa ongeveer 90.000 moeflons.
- Inheems
- Ingeburgerd
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
De moeflon is vooral in de schemering actief; waar hij bejaagd wordt ook 's nachts. Hij graast vooral grassen en kruiden en eet daarnaast twijgen, knoppen, bast en eikels. Buiten de bronst leven ooien met lammeren en jonge dieren in groepen, en rammen apart. De bronst valt in oktober en november; de draagtijd is ongeveer vijf maanden, en in maart of april worden één of twee lammeren geboren. Moeflons zijn op twee tot vier jaar geslachtsrijp. In Midden-Europa zijn moeflons een makkelijke prooi voor de wolf: in de Lausitz verdwenen de populaties na de terugkeer van de wolf, en in de Harz daalde het aantal na de herintroductie van de lynx en strenge winters.
Waar en wanneer kijken
Op Cyprus zijn moeflons te zien bij het bosstation Stavros tis Psokas in het bosgebied van Paphos, waar een omheinde groep leeft; vrije dieren zijn daar in de vroege ochtend op open hellingen te vinden. Op Corsica leven moeflons in het hooggebergte van Asco en Bavella; zoek daar bij zonsopgang met een telescoop de rotshellingen af. In Midden-Europa zijn bosranden en open plekken in heuvelland bij schemering de beste plekken; kijk bij een groep eerst naar de lichte zadelvlekken van de rammen.
Staat van instandhouding
Gevoelig (NT, 2020), voor de soort als geheel en op grond van de Aziatische populaties. De IUCN beoordeelt de Europese moeflon niet, omdat zij hem opvat als verwilderde nakomeling van oude huisdieren. De Cypriotische moeflon is op Cyprus strikt beschermd en staat sinds november 2019 in Bijlage I van CITES. In Midden-Europa zijn de aantallen plaatselijk sterk gedaald door predatie door wolf en lynx; daarnaast veroorzaken darmziekten en rotkreupel op vochtige bodems sterfte.
Wetenschappelijke naam
Ovis gmelinii | E. Blyth, 1841 (GBIF: Ovis gmelini)
E. Blyth beschreef de soort in 1841 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Ovis is het Latijnse woord voor 'schaap'. gmelinii eert vrijwel zeker de Duitse natuuronderzoeker Samuel Gottlieb Gmelin (1744–1774), die in Russische dienst door Perzië reisde en daar het wilde schaap beschreef; Blyth licht de naam niet toe. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Turkije, Erzurum.






