Alle soorten › Evenhoevigen › Holhoornigen › Argali

Argali | Ovis ammon

Argali | Argalí

De argali (Ovis ammon) is het grootste wilde schaap ter wereld en leeft in de gebergten en hooglanden van Centraal-Azië, van Kazachstan tot China en de Himalaya. Het gidsgebied raakt het areaal alleen in Rusland: daar leeft de soort in de republieken Altaj en Tuva in Zuid-Siberië. In Europa komt de argali niet in het wild voor.

Argali (Ovis ammon)
Foto: Fábio Olmos — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

Het slot is tweedelig en lijkt op dat van een groot huisschaap, met stompe hoefhelften. Keutels zijn donker, ovaal tot rond en liggen in hopen op rust- en slaapplaatsen, vaak op richels en hellingen met uitzicht. Waar zoute bodem aan de oppervlakte ligt, likken de dieren eraan.

Herkenning

Een groot, hooggebeend wild schaap van 136 tot 200 cm kop-romplengte en 85 tot 135 cm schouderhoogte. Rammen wegen 97 tot 328 kg, ooien 43 tot 100 kg. De staart is met 9,5 tot 17 cm kort. De kleur varieert van lichtgeel en roodbruin tot donker grijsbruin; de dieren in Rusland zijn lichter dan die in de Himalaya. Gezicht, staart en achterste zijn geelachtig wit, en rammen hebben een lichte halskraag en een rugkam. De ram draagt zware, in een spiraal naar buiten gedraaide hoorns tot 190 cm lang en 23 kg zwaar; de hoorns van de ooi zijn meestal korter dan 60 cm.

Gelijkende soorten

In het gidsgebied is de moeflon (Ovis gmelinii) de wilde schapensoort die het meest op de argali lijkt. De moeflon is veel kleiner, donkerder roodbruin, en de ram heeft een lichte zadelvlek op de flank en hoorns die dichter om de kop krullen. Het manenschaap (Ammotragus lervia) van Noord-Afrika en Zuidoost-Spanje heeft een lange haarmaan aan keel en voorpoten en naar achteren en buiten gebogen hoorns zonder spiraal. De argali overlapt met geen van beide soorten.

Leefgebied

Open berghellingen, hoogvlakten en steppen tussen 300 en 5800 m, met een voorkeur voor zacht glooiend, gebroken terrein, waar de dieren roofdieren over grote afstand zien aankomen. In de zomer trekken ze hoger. Waar veel vee graast of veel wordt gejaagd, wijken ze uit naar ruiger terrein.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Van Centraal-Kazachstan tot de provincie Shanxi in China en van het Altaj tot de Himalaya, met negen erkende ondersoorten. In Rusland leeft de argali alleen in de republieken Altaj en Tuva, aan de rand van het areaal; in delen van Zuid-Siberië, Noordoost-China en Mongolië is de soort verdwenen. In West- en Midden-Europa worden argali's alleen in gevangenschap gehouden.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

De argali is overdag actief. Buiten de paartijd leven rammen en ooien gescheiden, in groepen van 2 tot 150 dieren; groepen ooien tellen tot 92 dieren, groepen rammen meestal 3 tot 30. Seizoenstrek komt voor als voedsel schaars wordt, en bij insectenplagen, droogte of stroperij. De dieren eten per dag 16 tot 19 kg plantenmateriaal: op grote hoogte grassen, zeggen en kruiden, lager ook struiken. De bronst loopt van oktober tot half januari. De dracht duurt iets meer dan 165 dagen; eind maart of in april wordt meestal één lam geboren, soms twee. Wolven zijn de belangrijkste natuurlijke vijand van volwassen dieren, daarnaast sneeuwpanter, luipaard, lynx en veelvraat; lammeren worden ook door vossen, honden en roofvogels gedood.

Waar en wanneer kijken

De argali is vanuit Europa het dichtst bij te zien in het Russische Altaj, onder meer in het nationaal park Sailjoegemski, en in Kazachstan. De dieren houden grote afstand en zijn het best vroeg in de ochtend met een telescoop te vinden op open hellingen. In de bronst, in november en december, staan rammen en ooien bij elkaar en zijn de groepen het grootst.

Staat van instandhouding

Gevoelig (NT, 2020). De argali wordt bejaagd voor vlees en hoorns, en stroperij is de belangrijkste bedreiging. Concurrentie met vee om voedsel en de overdracht van ziekten van vee op wilde schapen zijn daarnaast van belang. In Kazachstan wordt de soort veel bejaagd. In delen van het vroegere areaal, waaronder Zuid-Siberië, is de argali verdwenen.

Wetenschappelijke naam

Ovis ammon | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Capra Ammon; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Ovis is het Latijnse woord voor 'schaap'. ammon is Ammon, de Egyptische god Amon, die de Grieken en Romeinen met ramshorens afbeeldden; het staat als eigennaam naast de geslachtsnaam, naar de zwaar gewonden horens. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Altaj.