Alle soorten › Onevenhoevigen › Paardachtigen › Onager
Onager | Equus hemionus
Asiatic wild ass | Asno Salvaje Asiático
De onager (Equus hemionus) is een wilde ezel van de steppen en woestijnen van Azië en behoort tot de onevenhoevigen. In het gidsgebied was de Syrische ondersoort inheems, tot het laatste wilde dier in 1927 werd gedood. Sinds 1982 leeft in de Negev in Israël weer een vrije populatie, en sinds 2020 in de Tarutino-steppe in het zuidwesten van Oekraïne.
Sporen
De prent is een enkele, ovale hoefafdruk, kleiner en smaller dan die van een paard. Dominante hengsten zetten hun mest op vaste plekken af, zodat mesthopen ontstaan die hun territorium markeren. In droge rivierbeddingen graven onagers kuilen om bij het grondwater te komen; zulke kuilen worden ook door andere dieren gebruikt.
Herkenning
Een slanke paardachtige met een kop-romplengte van 210 tot 250 cm, een staart van ongeveer 40 cm, een schouderhoogte van 97 tot 138 cm en een gewicht van 200 tot 260 kg. De vacht is in de zomer roodbruin tot zandkleurig, in de winter geelbruin tot grijsbruin. Over het midden van de rug loopt een zwarte aalstreep met een witte rand van de manen tot de staart. De buik, de achterkant van het kruis, de binnenkant van de poten en de snuit zijn wit. De manen zijn kort en staan rechtop; de staart heeft een donkere kwast. De oren zijn langer dan die van een paard en korter dan die van een huisezel. De hoef is enkelvoudig.
Gelijkende soorten
In het gidsgebied is de huisezel de enige verwarringsmogelijkheid; in de Negev lopen ook losse ezels van herders. De huisezel is meestal grijs of bruin, heeft langere oren, vaak een donker schouderkruis en soms strepen op de poten, en mist de scherpe grens tussen de gekleurde rug en de witte buik. Paarden zijn groter en hebben een lange, hangende manen en een staart die vanaf de basis behaard is.
Leefgebied
Halfwoestijn, woestijnsteppe en droge grassteppe, met vlakten, glooiende hoogvlakten en brede wadi's, binnen bereik van water. In de Negev leeft de onager op de hoogvlakte en in de erosiekraters, met acacia's en lage struiken in de beddingen.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Het huidige areaal ligt in Mongolië en China, Kazachstan, Turkmenistan, Iran en India, verdeeld over vier levende ondersoorten. De Syrische wilde ezel (E. h. hemippus) leefde in Syrië en omgeving; het laatste wilde dier werd in 1927 gedood. De uitgestorven Europese wilde ezel (Equus hydruntinus) wordt door sommige auteurs als ondersoort van de onager opgevat. In Israël werden tussen 1982 en 1987 28 dieren en in 1992–1993 nog 10 dieren in de Negev uitgezet, afkomstig van dierentuindieren van de Perzische onager en de Turkmeense kulan; de populatie bestaat daardoor uit kruisingen van twee ondersoorten en telde in 2005 ongeveer 250 dieren. Ook in Jordanië en Saoedi-Arabië zijn onagers uitgezet. In Oekraïne leven sinds 1950 kulans in het reservaat Askania-Nova; in 2020 werden daarvandaan twintig dieren in de Tarutino-steppe bij de Donaudelta vrijgelaten, in 2022 gevolgd door een tweede groep, en in 2023 werden daar jongen geboren.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
In de Negev leven dominante hengsten het grootste deel van het jaar alleen in een territorium; merries en ondergeschikte hengsten vormen losse groepen met wisselende samenstelling. In Centraal-Azië leven onagers daarentegen in harems. Het voedsel bestaat uit grassen, kruiden, bladeren, vruchten en zoutminnende planten. Zogende merries moeten in de zomer dagelijks drinken, zodat permanente waterbronnen de voortplanting bepalen. De paartijd loopt van april tot september, met een piek in juni en juli; de draagtijd is ongeveer elf maanden en er wordt één veulen geboren. Onagers zijn op twee jaar geslachtsrijp en worden in het wild tot veertien jaar oud.
Waar en wanneer kijken
Zoek in de Makhtesh Ramon en op de omliggende hoogvlakte van de Negev in het eerste licht, met een verrekijker vanaf een hoog punt. De dieren zijn schuw; kijk vooral bij waterbronnen en in brede, begroeide wadi's, en let op mesthopen en verse sporen in het zand. In de middag trekken ze zich terug in de schaduw van rotsen en zijn ze moeilijk te vinden.
Staat van instandhouding
Gevoelig (NT, 2015), met ongeveer 28.000 volwassen dieren in het wild. De belangrijkste bedreigingen zijn stroperij voor vlees en huiden en voor gebruik in de traditionele geneeskunde; daarnaast versnippering van het leefgebied door mijnbouw, wegen en hekken, overbegrazing door vee, droogte en ziekte. De populaties in Israël en Oekraïne zijn klein en berusten op een beperkt aantal stichters.
Wetenschappelijke naam
Equus hemionus | Pallas, 1775
Pallas beschreef de soort in 1775 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Equus is het Latijnse woord voor 'paard'. hemionus is het Griekse hēmionos 'halfezel', van hēmi- 'half' en onos 'ezel'; de Grieken gebruikten het woord voor het muildier en voor de wilde ezel van Azië. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Rusland, Transbaikalië.


