Alle soorten › Insecteneters › Mollen en desmans › Talpa aquitania
Talpa aquitania | Talpa aquitania
Aquitanian Mole | Talpa aquitania
Talpa aquitania is de mol van Zuidwest-Frankrijk en Noord-Spanje en werd pas in 2017 formeel als soort beschreven. Tot dan toe werden deze dieren tot de Europese mol gerekend; DNA-onderzoek toonde aan dat de mollen ten zuiden en westen van de Loire een eigen lijn vormen, die het nauwst verwant is aan de Iberische blinde mol. In oudere veldgidsen ontbreekt de soort daarom.
Van deze soort bestaat geen foto van een levend wild dier met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.
Sporen
Zoals bij de andere mollen is de molshoop het belangrijkste spoor; die is niet te onderscheiden van de hopen van de Europese mol of de Iberische blinde mol. De gangen liggen 5 tot 30 cm diep. Andere sporen zijn voor deze soort niet afzonderlijk beschreven; voor zover bekend komen molshopen, oppervlakkige gangen en voorraden van regenwormen overeen met die van de Europese mol.
Herkenning
Uiterlijk gelijk aan de Europese mol: cilindrisch lichaam, schepvormige graafpoten, zwarte fluwelige vacht en een korte staart. Het enige verschil dat aan een heel dier te zien is, betreft het oog: bij Talpa aquitania zijn de oogleden vergroeid en ligt het oog onder de huid, bij de Europese mol is er een kleine open oogspleet. De soort is middelgroot tot groot: mannetjes wegen 45 tot 120 gram, vrouwtjes 48 tot 89 gram, en de staart meet 1,9 tot 3,8 cm; in de oorspronkelijke beschrijving werden voor de onderzochte dieren een gemiddelde kop-romplengte van 14,9 cm en een gemiddeld gewicht van 89 gram opgegeven. De schedel heeft een vrij smalle snuitpartij, en het mesostyl van de eerste bovenkies is enkelvoudig. Vrouwtjes hebben vier paar tepels; het chromosoomgetal is 2n = 34.
Gelijkende soorten
De voornaamste verwarringssoort is de Europese mol (Talpa europaea), die ten noorden en oosten van de Loire leeft. Uitwendig is het oog het enige kenmerk: een open oogspleet bij de Europese mol, vergroeide oogleden bij deze soort; verder zijn gebit en DNA doorslaggevend. De Iberische blinde mol (Talpa occidentalis), de zustersoort, sluit in het noordwesten van het Iberisch Schiereiland aan; ook die heeft bedekte ogen, maar is gemiddeld kleiner, heeft een kortere snuit, bredere voorvoeten en een vaak tweetoppig mesostyl op de eerste bovenkies. In de praktijk is de vindplaats het bruikbare kenmerk: in het grootste deel van Frankrijk ten zuiden van de Loire en in de Spaanse Pyreneeën, het Ebrobekken en Catalonië is een mol vrijwel zeker deze soort. Oudere verspreidingskaarten van de Europese mol in Spanje hebben in feite op deze soort betrekking.
Leefgebied
Weiden, akkerland, tuinen, bergweiden en loofbos met een diepe, lichte bodem en veel prooidieren, van zeeniveau tot ongeveer 2000 m. De soort ontbreekt op slecht ontwaterde bodems en op zeer droge, stenige of zandige grond, en zure bodems zijn door prooigebrek dun bezet. In het noorden van Spanje leeft zij op diepe gronden met veel regenwormen, weinig helling en weinig stenen.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Frankrijk ten zuiden en westen van de Loire (de typelocatie ligt bij Saint-Benoît in het departement Vienne) en het noorden en noordoosten van het Iberisch Schiereiland: de Cantabrische kust en het Cantabrisch Gebergte, het noorden van het Iberisch Randgebergte, het noordelijke Ebrobekken, de Pyreneeën en het noorden van Catalonië. In het noordwesten van het schiereiland grenst het areaal aan dat van de Iberische blinde mol, in Frankrijk aan dat van de Europese mol. Museumexemplaren en nieuw verzamelde dieren hebben sinds 2017 de grenzen in Frankrijk nauwkeuriger vastgelegd.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
Een gravende, territoriale soort. In Catalonië is de activiteit het hoogst in de ochtend en het begin van de middag. Het voedsel bestaat in het noorden van Spanje vooral uit regenwormen en larven van vliegen en kevers, aangevuld met duizendpoten, volwassen kevers, vliesvleugeligen en slakken; de samenstelling is het hele jaar vrijwel gelijk. De voortplanting valt in het noordoosten van Spanje van december tot juni, met een piek van januari tot maart; drachtige vrouwtjes zijn gevonden van januari tot juni en zogende van februari tot juni. Per worp zijn er 2 tot 4 embryo's, gemiddeld ongeveer 3, en sommige vrouwtjes hebben mogelijk twee of drie worpen per seizoen. De jongen worden het jaar na hun geboorte geslachtsrijp.
Waar en wanneer kijken
Het areaal is voor deze soort het bruikbaarste veldkenmerk: molshopen in Aquitanië, de Pyreneeën, Navarra, Baskenland en Catalonië zijn van Talpa aquitania. Nabij de Loire en in het Cantabrisch Gebergte, waar het areaal grenst aan dat van een andere soort, is een dood dier nodig: controleer met een loep of het oog onder de huid ligt of een open spleet heeft, en noteer de precieze vindplaats. In het noorden van Spanje valt de voortplanting in de winter en het vroege voorjaar; in die maanden zijn verse hopen het talrijkst.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC, 2024). De soort is in geschikt leefgebied algemeen en wordt ook op de Spaanse Rode Lijst als niet bedreigd beoordeeld. Zoals bij de andere mollen hangt het voorkomen af van diepe, wormrijke bodems; slecht ontwaterde, zeer droge of zure bodems beperken de verspreiding. Omdat de soort pas sinds 2017 afzonderlijk wordt erkend, heeft veel van wat over de Europese mol in Zuidwest-Frankrijk en Noord-Spanje is gepubliceerd in feite op deze soort betrekking.
Wetenschappelijke naam
Talpa aquitania | Nicolas, Martínez-Vargas, & Hugot, 2017
Nicolas, Martínez-Vargas, & Hugot beschreef de soort in 2017 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Talpa is het Latijnse woord voor 'mol'. aquitania is Aquitania, de Romeinse naam van het zuidwesten van Gallië, als eigennaam naast de geslachtsnaam gezet: daar ligt het zwaartepunt van het verspreidingsgebied. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Frankrijk.




