Alle soorten › Knaagdieren › Muizen en ratten › Zebragrasmuis
Zebragrasmuis | Lemniscomys barbarus
Barbary Lemniscomys | Lemniscomys barbarus
De zebragrasmuis is een Afrikaans knaagdier met een in de lengte gestreepte vacht, waardoor zij niet met een bosmuis of een andere muis van Europa en Noord-Afrika te verwarren is. Zij komt in het Middellandse Zeegebied alleen voor in de smalle kustzoom van de Maghreb: Marokko, Algerije en Tunesië ten noorden van de Atlas. Linnaeus beschreef de soort in 1767 uit 'Barbaria'; tegenwoordig is zij een gewoon terrariumdier in Europa en in het wild weinig onderzocht.
Sporen
De zebragrasmuis graaft, en haar sporen zijn daardoor goed te vinden. Zij legt samengestelde holen met twee of drie kamers aan, onder struiken en in akkers, met een vaste ingang waaruit korte, geplatte wisseltjes het gras in lopen; omdat zij overwegend plantaardig eet en dicht bij het hol foerageert, zijn die wisseltjes kort en goed zichtbaar. Langs de wissels liggen afgebeten grassprieten en afgeknabbelde stengels op vaste eetplekjes, en op die plekjes ook de keutels: donkere korrels van drie tot vijf millimeter. Het vraatbeeld verschilt daarmee van dat van de bosmuizen: geen opengeknaagde noten en pitten, maar afgebeten halmen, zaadhoofdjes en groene plantendelen. In het stof van een pad of een akkerrand laat zij het gewone muizensprongspoor van vier prenten in een blokje, achter, met een lange staartstreep ertussen.
Herkenning
De zebragrasmuis is een grote, slanke grasmuis met kop-romp 10,1 tot 12,1 cm, een staart van 11 tot 14,5 cm die duidelijk langer is dan de rest van het dier, en een gewicht van 28 tot 56 gram. Het patroon is kenmerkend: de bovenzijde is geelbruin met een smalle donkere middenstreep over de rug en daarnaast zes of zeven lichtgele strepen aan elke flank, afgewisseld met donkere banden, zodat het dier van boven gezien volledig in de lengte gestreept is. De onderzijde is zuiver wit en steekt scherp af. De oren zijn middelgroot en rond, de ogen groot en zwart, en de kop is spits met een witte kin. De staart is dun, tweekleurig en spaarzaam behaard. Geen ander wild zoogdier van Europa en Noord-Afrika heeft dit patroon.
Gelijkende soorten
In Europa zijn er geen verwarringsmogelijkheden. Alle Europese muizen zijn effen bruin, grijs of geelbruin; de enige die iets van een streep draagt is de brandmuis, en die heeft één zwarte lijn over het midden van de rug en verder niets, is kleiner en heeft een staart die korter is dan het lichaam. In Noord-Afrika leeft de zebragrasmuis naast een reeks woestijn- en steppeknaagdieren die geen van alle gestreept zijn: renmuizen en zandratten zijn effen zandkleurig met een lichte buik en vaak een pluim aan de staart, de stekelmuis heeft een stekelige grijze rug zonder tekening, en huismuis en zwarte rat zijn dof en effen. Verwarring is vooral mogelijk bij dieren uit de handel: in Europese terraria worden ook de Afrikaanse gestreepte muis (Rhabdomys) en Heuglins grasmuis (Lemniscomys zebra) gehouden, die vrijwel identiek zijn. Die laatste is in 2005 van de zebragrasmuis afgesplitst en bewoont Afrika ten zuiden van de Sahara; alles wat in de Maghreb wild rondloopt is de zebragrasmuis.
Leefgebied
De zebragrasmuis leeft in de vochtige kustvlakte en de laagste heuvels van de Maghreb: struikgewas, grazige terreinen en akkers. Zij is gebonden aan gras met dekking — graanakkers, braakland, distelruigten, matorral en de randen van olijf- en amandelgaarden — en mijdt zowel gesloten bos als de kale steppe achter de Atlas. Waar de zomerdroogte te lang duurt, ontbreekt de soort; daarom komt zij niet ten zuiden van de bergketens voor.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
De zebragrasmuis bewoont een smalle kuststrook in Marokko, Algerije en Tunesië, vrijwel geheel ten noorden van de Atlas. Dat is het hele verspreidingsgebied: de soort komt in Europa niet voor, niet op de Middellandse Zee-eilanden en niet in Egypte of de Levant. Het gebied ten zuiden van de Sahara, dat vroeger tot haar areaal werd gerekend, wordt sinds de eeuwwisseling toegekend aan Heuglins grasmuis, Lemniscomys zebra; daarmee is de zebragrasmuis van een wijdverbreide Afrikaanse soort een endemische soort van Noordwest-Afrika geworden. In Europese terraria en dierentuinen is zij algemeen.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
De zebragrasmuis is actief in de nacht en de schemering, met pieken vlak voor zonsopgang, vlak na zonsondergang en midden in de nacht; anders dan veel verwanten uit de savanne is zij in het wild dus geen uitgesproken dagdier. Zij is vrijwel geheel plantenetend en foerageert dicht bij het hol: grassen, zaden, groene plantendelen en zaaigoed. Zij houdt geen winterslaap. In Tunesië zijn de mannetjes het hele jaar door voortplantingsklaar en dragen de vrouwtjes drie tot elf embryo's, een hoog aantal. Het hol dient als nest, voorraadkamer en schuilplaats tegelijk. Predatoren zijn uilen, slangen, mangoesten en vossen; in graanakkers in de Rif is zij een van de meest gegeten prooien.
Waar en wanneer kijken
Marokko of Tunesië is in het voorjaar het meest geschikt, wanneer het graan hoog staat en de bermen bloeien. Bij het licht worden of vlak na zonsondergang is langs een akkerrand, een distelruigte of een verwilderde olijfgaard in de kuststrook soms een gestreept dier te zien dat over een wissel het gras in schiet; het patroon is in een fractie van een seconde herkenbaar. Overdag zijn de holingangen onder struiken en de korte, afgegraasde wissels ernaartoe te vinden. De soort is zonder meetlat, braakbal of vangvergunning met zekerheid op naam te brengen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC, 2016). De soort is in de Maghrebijnse kustzoom algemeen en verdraagt akkerland en verstoord terrein goed, en vindt voldoende leefgebied zolang er graanakkers en ruige randen zijn. Het hele verspreidingsgebied ligt echter in één smalle strook, de dichtstbevolkte en snelst bebouwde van Noord-Afrika, en daarin ligt de kwetsbaarheid: verstedelijking langs de kust, het schaalvergroten van de graanbouw en het verdwijnen van ruige randen. Er wordt niet systematisch geteld. Door de taxonomische herziening van 2005, die de soort van haar Afrikaanse verwant scheidde, is zij een soort met een klein verspreidingsgebied geworden; dat is een reden voor betere monitoring dan tot nu toe plaatsvindt.
Wetenschappelijke naam
Lemniscomys barbarus | (Linnaeus, 1767)
Linnaeus beschreef de soort in 1767 als Mus barbarus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Lemniscomys is gevormd van het Latijnse lemniscus 'lint' (uit het Griekse lēmniskos) en het Griekse mys 'muis', naar de lichte lengtestrepen. barbarus is Latijn voor 'vreemd, uitheems', uit het Griekse barbaros; hier in de betekenis 'van de Barbarije', de Noord-Afrikaanse kust waar Linnaeus' dier vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Marokko.





