Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera affinis
Drosera affinis
Een zonnedauw van de miombo-hoogvlakten van zuidelijk-centraal Afrika, voor het eerst verzameld door de Oostenrijkse botanicus Friedrich Welwitsch in Angola en in 1871 door Oliver in de Flora of Tropical Africa gepubliceerd. De naam affinis — 'verwant' — verwijst naar de gelijkenis met D. madagascariensis.


Herkenning
Een zonnedauw die net als D. madagascariensis een opgaande stengel met verspreide bladeren kan vormen; de bladeren hebben een smalle bladsteel en een kleine, beklierde vangschijf. De bloemen zijn roze tot paars. Betrouwbare maten uit een flora waren voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.
Gelijkende soorten
Drosera madagascariensis is de naaste verwant en de belangrijkste verwarringssoort; de twee worden op details van blad, kelk en zaad onderscheiden. Drosera elongata heeft eveneens een verlengde stengel. De rozetvormende soorten D. burkeana en D. dielsiana vormen geen stengel.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De vangbladeren staan verspreid langs de stengel, zodat de plant tussen grassen en zeggen op verschillende hoogten vangt. Na contact buigen tentakels naar de prooi en scheiden de klieren enzymen af.
Standplaats en ecologie
Natte, open plekken op de hoogvlakten: dambo's (ondiepe, seizoensgebonden natte dalgronden), moerasranden, sijpelzones en natte graslanden in miombo-bosland en savanne (W4, W7, B6).
Verspreiding en hoogte
Zuidelijk tropisch Afrika, van Angola oostwaarts door Zambia en het zuiden van de DR Congo tot in Zimbabwe, en mogelijk verder naar Malawi en Tanzania. Hoogtegrenzen zijn niet gevonden.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
De soort is nauw verwant aan D. madagascariensis en wordt daar in sommige oudere werken mee verward of zelfs onder gebracht. Variëteiten worden niet onderscheiden.
Waar en wanneer te zien
Zoek in de regentijd (november tot april) in dambo's en langs beekjes op de hoogvlakten. De plant groeit tussen het gras omhoog; let op rode vangschijfjes op lange stelen.
Staat van instandhouding
Op de IUCN-Rode Lijst als Least Concern (niet bedreigd) beoordeeld; niet in CITES. Dambo's worden plaatselijk ontgonnen voor tuinbouw en landbouw, maar het areaal is groot.
Wetenschappelijke naam
Drosera affinis | Welwitsch ex Oliver, 1871
Beschreven door Friedrich Welwitsch (manuscriptnaam gevalideerd door Daniel Oliver), in "Flora of Tropical Africa", deel 2, p. 402 (1871). In dezelfde publicatie beschreven de auteurs ook de nauw verwante Drosera flexicaulis, inmiddels als synoniem beschouwd. De precieze typelocatie kon niet met zekerheid worden achterhaald. De soort komt voor in natte savannegebieden verspreid over Angola, DR Congo, Malawi, Mozambique, Namibië, Congo, Tanzania, Zambia en Zimbabwe. Van het Latijnse affinis ("verwant, gelijkend") — een veelgebruikt beschrijvend epitheton dat aangeeft dat de soort lijkt op een verwante soort; welke soort daarmee precies werd bedoeld, kon niet worden bevestigd.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.