Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera cucullata

Drosera cucullata

Allen Lowrie gaf deze soort in 2014 een naam met een beeld erbij: cucullata betekent 'gekapt', en de meeldraden zijn volgens de beschrijving groot, rood en gekapt 'als een dreigende cobra'. Drosera cucullata is een eenjarige zonnedauw uit het tropische noorden van Australië, en de enige van deze reeks nieuwe noordelijke soorten waarbij de basislijst het gebied juist aangeeft.

Drosera cucullata
Foto: markos1955 — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Herkenning

Een eenjarige zonnedauw uit de sectie Arachnopus, de verwantschapsgroep van Drosera indica. Soorten uit die sectie hebben een opgaande of liggende stengel met lange, lijnvormige bladeren die over de hele lengte met gesteelde klieren bezet zijn, en bloemtrossen tegenover de bladeren. Het kenmerk van deze soort zit in de bloem: de meeldraden zijn groot, rood en kapvormig. Maten, bloemkleur en bloeitijd waren in de toegankelijke bronnen niet te vinden; de maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

De andere noordelijke leden van de sectie, zoals Drosera indica in brede zin, D. aquatica, D. aurantiaca, D. barrettiorum en D. glabriscapa, lijken er in groeivorm sterk op. De rode, gekapte meeldraden zijn het onderscheidende kenmerk; kijk daarvoor met een loep in een geopende bloem.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De lange, smalle bladeren staan vol gesteelde klieren met kleverige druppels en werken als fijne vliegenvangers langs de stengel. Kleine insecten die ertegenaan vliegen, blijven hangen; de tentakels buigen zich naar de prooi en verteren die met enzymen. Voor een eenjarige die in één regentijd zijn hele levenscyclus moet doorlopen, is een snelle aanvoer van voedingsstoffen van belang.

Standplaats en ecologie

De toegankelijke bronnen beschrijven de standplaats niet. Verwante eenjarige zonnedauwen in Noord-Australië groeien op zandige of lemige grond die in de natte tijd drassig is, in open savanne en langs seizoensmoerassen; de codes W7 en B6 zijn op die algemene kennis gebaseerd en voorlopig.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in Noord-Australië: het noorden van West-Australië en het Northern Territory. De soort is in 2018 opgenomen in de West-Australische plantencensus.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 30 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

Er zijn geen ondersoorten of variëteiten beschreven. De soort behoort tot de groep die Lowrie in 2014 uit het brede Drosera indica-begrip afsplitste. De houdbaarheid van die splitsing is nog weinig getoetst.

Waar en wanneer te zien

Zoek in het natte seizoen, ruwweg december tot april, als de eenjarige zonnedauwen opkomen en bloeien. Neem een loep mee: het beslissende kenmerk zijn de meeldraden in de geopende bloem. Houd rekening met overstroomde wegen, krokodillen bij open water en de toegangsregels voor Aboriginal-land.

Staat van instandhouding

Beoordeeld als niet bedreigd (LC) op de IUCN-Rode Lijst. Niet in CITES. Over aantallen en trends is weinig bekend. De bronbasis voor deze tekst is dun: de oorspronkelijke beschrijving van Lowrie (2014) is de enige goede bron en kon voor deze gids niet worden ingezien; wat hier staat, berust op de korte gegevens van Wikipedia.

Wetenschappelijke naam

Drosera cucullata | Lowrie, 2013

Beschreven door Allen Lowrie, in "Carnivorous Plants of Australia Magnum Opus", deel 3, p. 1270 (2013/2014). De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. De soort komt voor van West-Australië tot het Northern Territory. Van het Latijnse cucullatus ("gekapt, met een kap") — verwijst naar de grote rode meeldraden, beschreven als "gekapt als een bedreigde cobra".

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.