Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera dilatatopetiolaris
Drosera dilatatopetiolaris
Drosera dilatatopetiolaris draagt een van de langste namen in het geslacht, en die zegt precies waar het om gaat: de bladstelen zijn verbreed. Het is een lid van het D. petiolaris-complex van tropisch Noord-Australië dat al in 1906 door Ludwig Diels werd afgebeeld, maar pas in 1984 door de Japanse botanicus Katsuhiko Kondo als eigen soort werd beschreven. De plant vormt met de tijd grote pollen van rozetten.


Herkenning
Een meerjarige rozet waarvan de bladeren bestaan uit opvallend brede, groene bladstelen van 3 tot 5 mm breed, die vanuit het hart uitwaaieren en grotendeels op de grond liggen. Aan het uiteinde van elke steel zit een klein, roodachtig vangschijfje met kliertentakels. De plant maakt geregeld zijplantjes, zodat na enkele jaren dichte pollen van meer dan 30 cm doorsnee ontstaan. De bloeiwijzen zijn ongeveer 18 cm lang en dragen witte bloemen. Het chromosoomaantal is 2n = 12.
Gelijkende soorten
De brede, groene, vrijwel onbehaarde bladstelen onderscheiden hem van de meeste verwanten in het D. petiolaris-complex. D. petiolaris heeft smallere stelen en groeit lager en natter in het landschap; D. ordensis heeft eveneens brede stelen, maar die zijn dicht zilverig behaard; D. fulva en D. brevicornis hebben smallere stelen en hogere bloeiwijzen. De neiging om grote pollen te vormen is een bijkomend veldkenmerk.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De kleine roodachtige schijfjes liggen aan het eind van de brede stelen op of vlak boven de grond, en vangen met hun kleverige kliertentakels vooral kruipende en laagvliegende insecten zoals mieren, springstaarten en muggen. De tentakels buigen naar de prooi, waarna vertering volgt. De brede, groene stelen dragen waarschijnlijk vooral bij aan de fotosynthese.
Standplaats en ecologie
Vochtige zandgrond op iets hogere plekken in het landschap dan D. petiolaris, zoals zandige plateaus en hellingen boven de natste laagten, vaak op zandsteen (D2), die in de regentijd nat worden (W7), in open savannebosland (B6).
Verspreiding en hoogte
Endemisch in Noord-Australië: de omgeving van Darwin in het Northern Territory en de noordelijke Kimberley in West-Australië. De gebiedsomschrijving 'tropisch Noord-Australië' past daarbij. Hoogtegrenzen zijn in de geraadpleegde bronnen niet gepubliceerd; het hoogteveld blijft leeg.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten onderscheiden. Kondo beschreef de soort in 1984 als een van drie soorten die hij binnen het D. petiolaris-complex onderscheidde. De naam werd oorspronkelijk met een koppelteken geschreven ('dilatato-petiolaris'), maar volgens de nomenclatuurregels is die vorm aangepast. Het lage chromosoomaantal (2n = 12) is binnen het geslacht opvallend.
Waar en wanneer te zien
Zoek in de late regentijd en het begin van de droge tijd, als de planten bloeien, op vochtige zandgrond op iets hogere plekken in de savanne, bijvoorbeeld in de omgeving van Darwin. De groene pollen met hun uitwaaierende, brede stelen zijn goed te herkennen. Betreed geen particulier of Aboriginal land zonder toestemming.
Staat van instandhouding
Op de IUCN-Rode Lijst staat de soort als Niet bedreigd (LC); hij staat niet in CITES. Het areaal omvat delen van twee staten en ligt grotendeels in weinig ontwikkeld land. Rond Darwin zijn stadsuitbreiding en veranderingen in het brandregime mogelijke lokale bedreigingen.
Wetenschappelijke naam
Drosera dilatatopetiolaris | Kondo, 1984
Beschreven door K. Kondo in 1984, in Boletim da Sociedade Broteriana, serie 2, deel 57, p. 52. Ludwig Diels had deze soort al in 1906 herkend en afgebeeld in zijn Droseraceae-monografie, maar ze bleef ongeveer 80 jaar formeel onbeschreven tot Kondo's publicatie. Noordelijk Australië — kustgebieden nabij Darwin (Northern Territory) en de noordelijke Kimberley-regio (West-Australië), op vochtige zandgrond op hoger gelegen terrein. Geen precieze typelocatie bekend. Van dilatato- ("verwijd, verbreed") en petiolaris ("met betrekking tot de bladsteel") — verwijst naar de duidelijk verbrede bladstelen (doorgaans 3-5 mm breed).
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.