Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera fimbriata
Drosera fimbriata
De 'Manypeaks sundew' is de enige knolzonnedauw met gefranjerde, niet-vangende bladeren aan de voet van de stengel. Larry DeBuhr beschreef Drosera fimbriata in 1975, en twee jaar later maakte hij de soort tot een van de grondleggers van de sectie Stolonifera, de knolzonnedauwen met waaiervormige bladeren. De naam betekent 'gefranjerd' en verwijst naar die bijzondere onderste bladkransen.

Herkenning
Een meerjarige knolplant met een oranje, ellipsvormige knol van ongeveer 10 bij 7 mm, omhuld door bruine, papierachtige schubben, en een verticale ondergrondse uitloper van ongeveer 10 cm. Daaruit groeit een enkele, rechtopstaande, kale stengel van 10 tot 15 cm. Onderaan staan twee of drie kransen van smalle, niet-vangende blaadjes van 4 tot 6 mm lang, met tot 3 mm lange franjes langs de rand. Daarboven volgen twee tot vijf kransen van vangbladeren, naar de top toe overgaand in enkelstaande bladeren. De vangbladeren zijn volledig schildvormig: een ronde bladsteel van 5 tot 18 mm draagt een breed niervormig bladschijfje van 2,5 tot 4 mm. De eindstandige tros van 3,5 tot 6,5 cm draagt 4 tot 18 witte bloemen met kroonbladen van 8 tot 10 bij 5 tot 8 mm.
Gelijkende soorten
Binnen de sectie Stolonifera lijkt de soort in knol en bloeiwijze op Drosera platypoda, Drosera porrecta en Drosera stolonifera. De gefranjerde, niet-vangende bladeren aan de voet en de volledig schildvormige vangbladeren komen bij geen van die verwanten voor en maken D. fimbriata met een loep eenvoudig herkenbaar.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De kleine, schildvormige bladschijfjes in kransen langs de stengel dragen tentakels met kleefdruppels en vormen samen een gelaagd vangnet op 5 tot 15 cm boven de grond. Vliegjes en muggen die tussen de heide vliegen, raken erin verstrikt; de tentakels buigen zich over de prooi en scheiden enzymen af. De onderste, gefranjerde bladeren vangen niet.
Standplaats en ecologie
In de winter natte, maar goed doorlatende witte of grijze zandgrond tussen lage struiken in de heide ten oosten van Manypeaks en in de streek van de Scott River (B5, D1). Bij Denmark groeit de soort in mosmatten met Borya, op de voor granietrotsen typische kussens (R3). De droge zomer overleeft hij als knol.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in het zuidwesten van West-Australië, langs de zuidkust: bekend van enkele vindplaatsen van de Scott River oostwaarts tot bij Denmark, maar vooral uit de omgeving van Manypeaks, ten oosten van Albany. FloraBase noemt de bioregio's Esperance Plains, Jarrah Forest, Swan Coastal Plain en Warren.
Vormen en variatie
Er zijn geen ondersoorten of variëteiten beschreven. De soort is binnen de sectie Stolonifera taxonomisch geïsoleerd door de gefranjerde basale bladeren. Lowrie telt tien soorten in de sectie, alle endemisch in het zuidwesten.
Waar en wanneer te zien
Kom in september of oktober naar de heide rond Manypeaks of het William Bay National Park bij Denmark. Zoek tussen de lage struiken op wit zand, of op mosmatten bij granietrotsen. Kniel bij een gevonden plant en bekijk de voet van de stengel: de gefranjerde blaadjes zijn het ultieme kenmerk. Betreed mosmatten op graniet niet; ze herstellen nauwelijks.
Staat van instandhouding
Niet geëvalueerd voor de IUCN-Rode Lijst (NE) en niet in CITES. In West-Australië staat de soort als Priority Four, de categorie voor zeldzame soorten die gevolgd moeten worden. Volgens Lowrie is hij talrijk in de omgeving van Manypeaks en veilig in het William Bay National Park, maar dreigen populaties bij de Scott River te verdwijnen door zandmijnbouw.
Wetenschappelijke naam
Drosera fimbriata | De Buhr, 1975
Beschreven door Larry Eugene DeBuhr in 1975, in Aliso, deel 8, nr. 3, p. 267. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. De soort komt voornamelijk voor rond Manypeaks, met populaties nabij Scott River en Denmark, zuidwestelijk West-Australië. Van het Latijnse fimbria ("franje, zoom") — "gefranjerd", passend bij de Engelse volksnaam "Manypeaks sundew" en vermoedelijk verwijzend naar gefranjerde stipels of bladstructuren.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.