Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera graomogolensis
Drosera graomogolensis
Een zonnedauw genoemd naar Grão Mogol, een oude diamantstad in het noorden van Minas Gerais, gelegen in een landschap van kwartsietbergen dat bekendstaat om zijn rijkdom aan endemische planten. Drosera graomogolensis werd in 1997 beschreven door de Braziliaanse botanica Tânia Regina dos Santos Silva, die ook meewerkte aan Drosera peruensis. Het is een soort van de campos rupestres van de noordelijke Espinhaço-keten.


Herkenning
Een meerjarige rozetplant met smalle, dicht met tentakels bezette bladeren, die met de jaren een stammetje van oude bladeren kan vormen; in de Braziliaanse synopsis wordt ze samen met Drosera camporupestris op één verspreidingskaart getoond, een andere stengelvormende soort. De bloeistengel draagt meerdere bloemen. Exacte maten en een bevestigde bloemkleur konden in de beschikbare bronnen niet worden nagegaan; de maatvelden blijven leeg.
Gelijkende soorten
In dezelfde bergen groeien Drosera camporupestris, die eveneens zuiltjes van oude bladeren vormt, Drosera chimaera uit het D. villosa-complex, met bredere, langgesteelde bladeren, en de wijdverbreide Drosera latifolia. Drosera tomentosa valt op door dichte, wollige beharing. Determinatie vraagt een recente sleutel en aandacht voor steunblaadjes, beharing en bladvorm.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De tentakels vangen kleine insecten in hun slijmdruppels, waarna de omringende tentakels naar de prooi buigen. De smalle bladeren vangen zowel kruipende als vliegende prooi.
Standplaats en ecologie
Campos rupestres op kwartsiet: sijpelplekken langs rotsplaten, natte zandige grond in open, grasrijke vegetatie en de randen van beekjes, in een landschap met een lange, uitgesproken droge tijd (R1, D2, W4). De plant verlangt volle zon en een bodem die in het groeiseizoen permanent vochtig is.
Verspreiding en hoogte
Endemisch voor het noorden van Minas Gerais in Zuidoost-Brazilië, in de noordelijke Espinhaço-keten rond Grão Mogol, volgens de verspreidingskaarten in de Braziliaanse synopsis van 2022. Een gepubliceerd hoogtebereik is niet overgenomen.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten erkend. De noordelijke Espinhaço-keten rond Grão Mogol en Cristália is een brandpunt van endemisme in het geslacht; hier groeien op korte afstand van elkaar meerdere zonnedauwen die nergens anders voorkomen, waaronder deze soort en D. chimaera.
Waar en wanneer te zien
Het Parque Estadual de Grão Mogol ligt midden in het areaal. Zoek in het natte seizoen, november tot maart, op sijpelplekken en langs beekjes op de kwartsiethellingen. Blijf op de paden: de campos rupestres zijn kwetsbaar en veel planten hier komen alleen in dit gebied voor.
Staat van instandhouding
Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Het areaal is klein. Bedreigingen zijn branden, invasieve grassen, eucalyptusplantages die het grondwater verlagen, mijnbouw en toerisme; een deel van het areaal ligt wel in beschermd gebied.
Wetenschappelijke naam
Drosera graomogolensis | Silva, 1997
Beschreven door Tânia Regina dos Santos Silva in 1997, in "Drosera graomogolensis (Droseraceae), a new species from the Campos Rupestres of Minas Gerais, Brazil", Novon, deel 7, p. 85. Brazilië, Minas Gerais, Grão Mogol, "Córrego da Bonita", op weg naar de Morro Jambeiro, op 800 m hoogte, verzameld op 7 september 1990 (collectie CFCR 13506); holotype in SPF, isotype in RB. De soort is inmiddels ook bekend uit een groter gebied van het noordelijke Espinhaço-gebergte (Botumirim, Itacambira), 700-1420 m hoogte — hetzelfde microgebied rond Grão Mogol/Morro Jambeiro als de typelocatie van D. grantsaui, hierboven. Rechtstreeks vernoemd naar haar typelocatie, het plaatsje/de regio Grão Mogol.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.