Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera grievei

Drosera grievei

Een van de kleinste dwergzonnedauwen in deze gids, met een totale hoogte van hooguit 3 cm. Allen Lowrie en Neville Marchant beschreven Drosera grievei in 1992 in het tijdschrift Nuytsia, in een artikel met vier nieuwe zonnedauwtaxa uit het zuidwesten, waaronder ook D. browniana en de dwergzonnedauw D. sargentii. De naam eert vermoedelijk een verzamelaar of kenner met de achternaam Grieve; de toegankelijke bronnen geven daarover geen uitsluitsel.

Drosera grievei
Foto: Amanda Shade — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Herkenning

Een meerjarige dwergzonnedauw met vezelige wortels, met de bloeistengel tot 3 cm hoog. Zoals bij alle dwergzonnedauwen staat in het hart van de kleine rozet een kegel van zilverachtige steunblaadjes, die de plant in de zomer als rustknop beschermt. De bloemen zijn wit en verschijnen in september. Precieze maten van bladeren, steunblaadjes en bloemen staan in de oorspronkelijke beschrijving in Nuytsia 8, die voor deze gids niet kon worden ingezien.

Gelijkende soorten

In het zuidwesten zijn tientallen witbloeiende dwergzonnedauwen. D. grievei valt op door zijn geringe hoogte, de bloei in september en zijn standplaats op kleiig zand. Voor een zekere determinatie zijn de kenmerken van steunblaadjes, kelk en stijlen onder de loep nodig, en een vergelijking met de oorspronkelijke beschrijving.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval op de kleinste schaal. De bladeren, van slechts enkele millimeters, dragen gesteelde klieren met kleefdruppels waarin springstaarten, mijten en minuscule insecten vastraken. De tentakels buigen zich naar de prooi en scheiden verteringsenzymen af.

Standplaats en ecologie

Kleiig zand (FloraBase), in de open begroeiing van heide en struweel in het zuiden van West-Australië (B5). In de winter is de grond vochtig; in de zomer droogt hij uit en rust de plant als knop van steunblaadjes.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in het zuidwesten van West-Australië. FloraBase noemt de bioregio's Esperance Plains, Jarrah Forest en Mallee, dus het zuidelijke deel van het gebied tussen het jarrahbos en de zuidkust.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 4 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen ondersoorten of variëteiten beschreven. Zoals alle dwergzonnedauwen vermeerdert de soort zich ook met broedknopjes (gemmae), die in de late herfst in het hart van de rozet ontstaan en door regendruppels worden weggeslagen.

Waar en wanneer te zien

September is de maand. Zoek op kale, kleiig-zandige plekken in open heide, bij zonnig weer rond het middaguur. Een rozetje van een centimeter met een bloem op een paar centimeter hoogte vraagt om geduld en een loep; kniel en scan de grond systematisch.

Staat van instandhouding

De IUCN-code in deze gids is niet bedreigd (LC). In West-Australië staat de soort echter als Priority Three, de categorie voor soorten die van meerdere plaatsen bekend zijn maar mogelijk bedreigd worden en nader onderzoek vereisen. Niet in CITES. Het verschil tussen beide beoordelingen weerspiegelt vooral de schaarste aan gegevens.

Wetenschappelijke naam

Drosera grievei | Lowrie & Marchant, 1992

Beschreven door Allen Lowrie & Neil G. Marchant in 1992, in Nuytsia, deel 8, p. 328. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. De soort is beperkt tot zuidwestelijk Australië en geldt als zeer zeldzaam (Priority One-status in West-Australië). Vernoemd naar professor Brian Grieve, die een grote bijdrage leverde aan de kennis van de West-Australische flora.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.