Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera hirsuta
Drosera hirsuta
Een van de jongste namen in de Zuidwest-Australische zonnedauwflora. Drosera hirsuta werd door Allen Lowrie en John Conran beschreven in Lowrie's driedelige Carnivorous Plants of Australia Magnum Opus, het standaardwerk waarin tientallen nieuwe Australische soorten voor het eerst een naam kregen. Voor deze soort is die oorspronkelijke beschrijving vrijwel de enige bron, en die hebben we niet kunnen inzien; deze tekst is daarom kort.

Herkenning
De soortnaam betekent 'ruig behaard' en verwijst naar een opvallende beharing, die de plant van zijn naaste verwanten zou onderscheiden. Het gaat, voor zover na te gaan, om een knolzonnedauw: een overblijvende plant die jaarlijks uit een ondergrondse knol opkomt. Maten van rozet, blad, stengel en bloem, en de bloemkleur, hebben we in geen enkele toegankelijke bron teruggevonden; die velden blijven leeg.
Gelijkende soorten
Omdat de soort pas recent is afgesplitst, zal hij in oudere flora's en veldgidsen onder een andere, ruimer opgevatte naam zijn opgenomen. Welke dat is, konden we niet vaststellen. Wie in het veld een behaarde knolzonnedauw in het noordelijke deel van Zuidwest-Australië vindt, moet voor een zekere determinatie de sleutel in Lowrie (2013) raadplegen.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval, zoals bij alle zonnedauwen: gesteelde klieren op het blad dragen kleverige druppels, vangen kleine insecten en buigen na aanraking naar de prooi toe, waarna verteringsenzymen worden afgescheiden en voedingsstoffen worden opgenomen.
Standplaats en ecologie
Specifieke gegevens over de standplaats hebben we niet gevonden. Het areaal loopt door de zandvlakten, heide en open bossen van het noordelijke deel van Zuidwest-Australië, en de codes zijn op dat algemene beeld gebaseerd, niet op een gepubliceerde standplaatsbeschrijving (B5, D1, W7). Zoals alle knolzonnedauwen groeit de plant in de natte winter en overleeft hij de droge zomer als knol.
Verspreiding en hoogte
Endemisch voor Zuidwest-Australië. FloraBase noemt de bioregio's Avon Wheatbelt, Geraldton Sandplains, Jarrah Forest, Swan Coastal Plain en Yalgoo, met de deelgebieden Edel, Geraldton Hills, Katanning, Lesueur Sandplain, Merredin, Northern Jarrah Forest en Perth: een ruim gebied van de kust bij Shark Bay en Geraldton tot de noordelijke Darling Range en de westelijke Wheatbelt.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen ondersoorten of variëteiten beschreven. De soort is een van de vele die Lowrie en Conran in het Magnum Opus afsplitsten; of die indeling breed wordt gevolgd, moet de tijd leren.
Waar en wanneer te zien
Zoek in de winter en het vroege voorjaar, wanneer knolzonnedauwen boven de grond staan. Zonder bloem en zonder de oorspronkelijke beschrijving bij de hand is een zekere determinatie niet te verwachten; een goede foto van stengel, bladeren en beharing met een schaal erbij is dan het nuttigste wat je kunt meenemen.
Staat van instandhouding
Op de wereldwijde Rode Lijst van de IUCN staat de soort als niet bedreigd (LC); in West-Australië geldt hij ook als niet bedreigd. In CITES is hij niet opgenomen. Onzekerheid: behalve de verspreiding en de status konden we niets in een bron controleren; morfologie, bloemkleur en standplaats blijven open tot de oorspronkelijke beschrijving is ingezien.
Wetenschappelijke naam
Drosera hirsuta | Lowrie & Conran, 2013
Beschreven door Lowrie & Conran, in "Carnivorous Plants of Australia Magnum Opus", deel 3, p. 1271 (2013/2014). Aan de Brand Highway, ten noorden van Eneabba, West-Australië. Holotype in PERTH, isotype in MEL; verzameld door Allen Lowrie (nr. 2790) op 12 augustus 2003. Van het Latijnse hirsutus ("borstelig, ruig behaard") — een voor de hand liggende beschrijvende naam, al is de exacte toelichting van de beschrijvers zelf niet gevonden.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.