Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera heterophylla

Drosera heterophylla

Een knolzonnedauw die in het hele geslacht alleen staat met één eigenschap: zijn bloemen hebben niet vier of vijf, maar een hele krans kroonbladen. Daardoor lijkt Drosera heterophylla van een afstand eerder op een klein wit anemoontje dan op een zonnedauw. In West-Australië heet hij 'Swamp Rainbow'. John Lindley beschreef hem al in 1839, in zijn schets van de vegetatie van de toen net gestichte Swan River-kolonie.

Drosera heterophylla
Foto: Kevin Thiele from Perth, Australia — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons
Drosera heterophylla — de standplaats
De standplaats · Foto: Jean from Perth, Australia — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een overblijvende plant die ieder jaar opnieuw uit een diep in de grond liggende knol opkomt, met een rechte, onvertakte stengel van 10 tot 30 cm. Langs die stengel staan kleine vangbladen. Aan de top verschijnen van juni tot september witte bloemen met veel meer dan de gebruikelijke vijf kroonbladen — een kenmerk dat binnen Drosera uniek is en de plant in bloei onmiskenbaar maakt. De soortnaam betekent 'met ongelijke bladeren'. Nauwkeurige maten van blad en bloem hebben we niet in een geraadpleegde bron gevonden.

Gelijkende soorten

Zonder bloem lijkt de plant op andere rechtopstaande knolzonnedauwen uit dezelfde streek, zoals Drosera huegelii, die ook in natte laagten groeit, en D. microphylla. In bloei is er geen verwarring mogelijk: geen enkele andere zonnedauw heeft zo'n veelbladige bloem. Wie de plant buiten de bloeitijd vindt, doet er goed aan hem niet op naam te brengen.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De bladeren langs de stengel dragen gesteelde klieren met een kleverige druppel, waarmee vliegjes, muggen en andere kleine insecten worden gevangen. Aangeraakte tentakels buigen naar het midden van het blad en de klieren scheiden verteringsenzymen af. Bij de knolzonnedauwen is het vangen een aanvulling: een groot deel van de reserves zit in de knol, die elk jaar opnieuw wordt aangelegd.

Standplaats en ecologie

Moerassen, vaak in ondiep water, natte kleivlakten en de natte randen van granietkoppen (W7, W4, R3). Dit zijn plekken die in de Zuidwest-Australische winter volstromen en in de zomer volledig uitdrogen. De plant volgt dat ritme: hij loopt uit met de herfstregens, bloeit in de natte maanden en sterft in het voorjaar bovengronds af, waarna alleen de knol de droge, hete zomer doorkomt.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor Zuidwest-Australië, van de omgeving van Mingenew in het noorden tot Perth, en landinwaarts tot Wongan Hills. FloraBase noemt de bioregio's Avon Wheatbelt, Geraldton Sandplains, Jarrah Forest en Swan Coastal Plain.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 38 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

Er worden geen ondersoorten of variëteiten onderscheiden. De soort hoort bij de sectie Ergaleium, de rechtopstaande en klimmende knolzonnedauwen, een groep die vrijwel geheel tot Zuidwest-Australië beperkt is en daar tientallen soorten telt. Binnen die sectie is D. heterophylla door de bloembouw een duidelijke eenling.

Waar en wanneer te zien

Ga in juli of augustus, midden in het natte seizoen, en zoek aan de randen van ondiepe moerassen en op natte kleivlakten ten noorden en noordoosten van Perth. Reken op natte voeten: de plant staat regelmatig letterlijk in het water. De witte bloemen zijn het best te zien bij zonnig weer. Graaf nooit naar de knol; die ligt diep en de plant overleeft het uitgraven niet.

Staat van instandhouding

Op de wereldwijde Rode Lijst van de IUCN staat de soort als niet bedreigd (LC); ook in West-Australië geldt hij als niet bedreigd. In CITES is hij niet opgenomen. Het areaal ligt deels in de Wheatbelt, waar het grootste deel van de oorspronkelijke vegetatie voor akkerbouw is verdwenen en waar verzilting van de laagten een groeiend probleem is; de soort is daar beperkt tot restanten natuur.

Wetenschappelijke naam

Drosera heterophylla | Lindley, 1839

Beschreven door John Lindley in 1839, in "A Sketch of the Vegetation of the Swan River Colony". De precieze typelocatie kon niet worden bevestigd. De soort komt voor rond en ten noorden van Perth, West-Australië, in ondiepe moerassen of natte kleigrond nabij graniet-uitlopers. Van het Griekse heteros ("anders, verschillend") en phyllon ("blad") — "verschillend bebladerd", verwijzend naar de variabele bladvormen van deze soort.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.