Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera macrantha

Drosera macrantha

Een van de grote klimmende knolzonnedauwen van West-Australië, met bloemen die voor een zonnedauw ongewoon groot zijn — de naam macrantha betekent 'grootbloemig'. In West-Australië heet de plant 'Bridal Rainbow'. Stephan Endlicher beschreef hem in 1837. Door zijn enorme en gevarieerde areaal heeft de soort in de loop van de tijd een lange lijst synoniemen verzameld.

Drosera macrantha
Foto: KeresH — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Drosera macrantha — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: Donald Hobern from Copenhagen, Denmark — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons
Drosera macrantha — de bloem
De bloem · Foto: Denis Barthel — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Drosera macrantha — de standplaats
De standplaats · Foto: Jean and Fred from Perth, Australia — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een overblijvende plant die elk jaar uit een ondergrondse knol een lange, slingerende of klimmende stengel maakt, van 16 cm tot wel anderhalve meter. Langs de stengel staan kleine, komvormige vangbladen op steeltjes, waarmee de plant zich aan omringende struiken vasthaakt. De bloemen zijn ongeveer 2,5 cm in doorsnede, wit, roze of soms rood, en verschijnen van juni tot november, in het noorden van het areaal eerder dan in het zuiden. Precieze bladmaten hebben we niet in een geraadpleegde bron gevonden.

Gelijkende soorten

Andere klimmende knolzonnedauwen, zoals Drosera menziesii, D. pallida en D. modesta, kunnen er sterk op lijken. D. menziesii heeft meestal roze bloemen en groeit vaker in natte laagten; D. modesta heeft witte bloemen maar schildvormige bladeren met opvallend lange tentakels. De grote bloem is bij D. macrantha het beste kenmerk. De grens met D. stricticaulis is omstreden (zie vormen).

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De komvormige bladschijfjes dragen lange randtentakels met een kleverige druppel. Doordat de plant hoog in de struiken klimt, vangt hij vooral vliegende insecten. De bladeren hebben een dubbele functie: de kleverige tentakels haken zich ook aan omringende takjes vast en dienen zo als klimorgaan.

Standplaats en ecologie

Laagten die 's winters nat staan, in diep zand, leem, lateriet of kwartsietbodems, vaak langs seizoensbeekjes en in heide en struweel (W7, D1, D3, B5). De soort komt in een brede reeks leefgebieden voor, van de natte kustvlakte tot de droge binnenlanden. Zoals alle knolzonnedauwen overleeft hij de zomer als knol.

Verspreiding en hoogte

West-Australië, in een groot gebied. FloraBase noemt de bioregio's Avon Wheatbelt, Coolgardie, Esperance Plains, Geraldton Sandplains, Jarrah Forest, Mallee, Swan Coastal Plain, Warren en Yalgoo, dus van de zuidkust tot ver in het noorden en oosten van het zuidwestelijk florarijk. Planten uit het zuidoosten van Australië die vroeger onder deze naam vielen, worden tegenwoordig meestal tot een aparte soort gerekend.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 152 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

Er worden twee ondersoorten onderscheiden: de typische D. macrantha subsp. macrantha en D. macrantha subsp. eremaea, in 1992 beschreven voor planten uit de drogere binnenlanden. Over die laatste bestaat onenigheid: sommige auteurs rekenen hem tot D. stricticaulis. De soort hoort bij de sectie Ergaleium.

Waar en wanneer te zien

Loop in augustus of september langs de randen van seizoensbeekjes en natte laagten in heide, en kijk omhoog in de struiken: de grote witte of roze bloemen hangen er soms op borsthoogte. Volg de stengel naar beneden om de plant te bekijken, maar trek er niet aan; de dunne stengel breekt gemakkelijk van de knol af.

Staat van instandhouding

Op de wereldwijde Rode Lijst van de IUCN staat de soort als niet bedreigd (LC); in West-Australië geldt hij als niet bedreigd. In CITES is hij niet opgenomen. Het grote areaal en de brede standplaatskeuze maken de soort als geheel robuust, al zijn lokale populaties in de Wheatbelt beperkt tot restanten natuurlijke vegetatie. Onzekerheid: de afbakening van de ondersoorten en de verhouding tot D. stricticaulis en de oostelijke planten zijn niet uitgekristalliseerd.

Wetenschappelijke naam

Drosera macrantha | Endlicher, 1837

Beschreven door Stephan Endlicher in 1837, in "Enumeratio Plantarum" (gebaseerd op het verzamelde materiaal van baron Carl von Hügel van de zuidwestkust van Nieuw-Holland), p. 6. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald, maar de publicatie is gekoppeld aan Von Hügels verzamelingen van de zuidwestkust van Nieuw-Holland (West-Australië) — dezelfde bron als bij D. huegelii (golf 44). Van het Griekse makros ("groot") en anthos ("bloem") — "grootbloemig".

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.