Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera marchantii
Drosera marchantii
Een rechtopstaande knolzonnedauw met roze bloemen, in 1975 beschreven door de Amerikaanse botanicus Larry DeBuhr en genoemd naar Neville Marchant, de West-Australische botanicus die met Allen Lowrie een groot deel van de moderne indeling van de Australische zonnedauwen opstelde. Drosera marchantii is een plant van het jarrahwoud en de kustvlakte in het zuidwesten.

Herkenning
Een overblijvende plant die elk jaar uit een ondergrondse knol een stijve, rechte stengel van 10 tot 40 cm maakt. Langs die stengel staan kleine, ronde, schildvormige vangbladen op steeltjes. De bloemen zijn roze tot roze-wit en verschijnen van juni tot oktober. Nauwkeurige blad- en bloemmaten hebben we niet in een geraadpleegde bron gevonden.
Gelijkende soorten
Andere rechtopstaande knolzonnedauwen met ronde, schildvormige bladeren, zoals Drosera microphylla, D. peltata en D. huegelii, kunnen er zonder bloem op lijken. D. microphylla heeft grote goudgele kelkbladen, D. huegelii wit tot crèmekleurige bloemen en klokvormige bladeren. De witbloeiende planten met veel schutblaadjes onder aan de stengel, uit een klein gebied ten noorden van Perth, worden als ondersoort prophylla onderscheiden (zie vormen).
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De ronde bladschijfjes dragen randtentakels met kleverige druppels die kleine vliegende insecten vangen. Na een vangst buigen de tentakels naar het midden van het blad en worden verteringsenzymen afgescheiden. De stijve stengel houdt de vangbladen boven de lage vegetatie, waar vliegjes en muggen rondvliegen.
Standplaats en ecologie
Lateriet- en zilicazandbodems op vochtige, moerassige plekken, maar ook op heuveltoppen (W7, D3, D1), vaak in het open jarrahwoud (B1). Die spreiding over natte laagten en drogere toppen is opvallend en laat zien hoe breed de soort in zijn standplaatskeuze is. De plant groeit in de natte winter en overleeft de zomer als knol.
Verspreiding en hoogte
Endemisch voor Zuidwest-Australië. FloraBase noemt de bioregio's Jarrah Forest (deelgebieden Northern en Southern Jarrah Forest) en Swan Coastal Plain (deelgebied Perth). Andere opgaven beperken de typische vorm tot het gebied tussen Harvey en Donnybrook; dat verschil kan samenhangen met de afsplitsing van de ondersoort prophylla.
Vormen en variatie
In 1992 beschreven Neville Marchant en Allen Lowrie D. marchantii subsp. prophylla: kleiner, met witte bloemen en talrijke schutblaadjes (profyllen) aan het onderste deel van de stengel, bekend uit een klein gebied ten noorden van Perth en in West-Australië als Priority Three (slecht bekend) aangemerkt. De soort hoort bij de sectie Ergaleium.
Waar en wanneer te zien
Zoek in augustus of september in het open jarrahwoud en aan de randen van natte laagten tussen Perth en de streek rond Bunbury. De roze bloemen op stijve stengels steken boven de lage vegetatie uit. Kijk bij witbloeiende planten naar de onderkant van de stengel: veel schutblaadjes wijzen op de ondersoort prophylla.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst (NE); in West-Australië geldt de soort als geheel als niet bedreigd, de ondersoort prophylla als Priority Three. In CITES is hij niet opgenomen. Bedreigingen zijn de algemene voor het jarrahwoud en de kustvlakte: bauxietwinning, ontwatering, verstedelijking en de wortelrot Phytophthora. Onzekerheid: de beperking tot het gebied tussen Harvey en Donnybrook konden we niet in een bron bevestigen.
Wetenschappelijke naam
Drosera marchantii | De Buhr, 1975
Beschreven door Larry Eugene DeBuhr in 1975, in Aliso, deel 8, nr. 3, p. 263. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. Vermoedelijk vernoemd naar Neil G. Marchant, de West-Australische botanicus die in deze gids al meermaals als (mede-)beschrijver van verwante soorten voorkomt (onder meer D. lowriei, hierboven) — een sterke aanname, maar niet letterlijk bevestigd in een bron.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.