Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera peruensis
Drosera peruensis
De zonnedauw van de Peruaanse Andes. Drosera peruensis werd in 2002 beschreven door de Braziliaanse botanica Tânia Silva en de Panamese botanica Mireya Correa, en is sindsdien een van de weinige zonnedauwen die bekend zijn van de oostelijke hellingen van de Andes. In de revisie van de Andes-zonnedauwen van 2016 werd haar areaal uitgebreid tot in Ecuador, en stelden de auteurs voor haar als bedreigd te beschouwen; op de typevindplaats lijkt ze zelfs verdwenen, hoewel het leefgebied daar nog intact is.

Herkenning
Een meerjarige plant die rechtopstaande zuilen vormt, dicht bekleed met de blijvende dode bladeren van eerdere seizoenen, met aan de top een rozet van smal spatelvormige bladeren van meestal 7 tot 14 mm, uitzonderlijk 20 tot 28 mm lang. Jonge bladeren zijn aan de top opgerold. De steunblaadjes zijn driehoekig, 5 tot 7 mm lang en 1,5 tot 3 mm breed. De bloemstengel is 50 tot 150, soms tot 215 mm lang, met witte of lichtroze getinte bloemen. Op bloeiwijze en kelk staan zittende klieren en gewone haren.
Gelijkende soorten
De naaste verwanten zijn Drosera condor, die ongeveer 80 km noordelijker in de Cordillera del Cóndor groeit, en Drosera cendeensis uit de Venezolaanse Andes. D. condor heeft veel langere bladeren van 40 tot 70 mm, grotere steunblaadjes met ribbels en roze tot violetroze bloemen; D. cendeensis heeft rechtopstaande bladeren tot 140 mm en roze bloemen. De zuilen van dode bladeren met een kleine rozet bovenop zijn het beste veldkenmerk van D. peruensis.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De kleine rozet boven op de zuil vangt kruipende en vliegende insecten in het koele, vochtige klimaat van het dwergbos. De tentakels buigen naar de prooi toe, waarna deze wordt verteerd.
Standplaats en ecologie
Kwartsietrijke zandgrond en spleten in zandsteen in vochtige delen van dwergbos en struikgewas, op ongeveer 2000 tot 2830 m hoogte, in de sub-Andiene bergketens (D2, B5, B4). De zuilvorm houdt de rozet boven de omringende vegetatie en het strooisel.
Verspreiding en hoogte
Peru, in de regio's Cajamarca, Pasco en Ucayali, en Ecuador, in de provincie Zamora-Chinchipe, in verspreide, van elkaar geïsoleerde populaties in de sub-Andiene bergketens. Precieze vindplaatsen worden in deze gids niet genoemd, omdat de soort als bedreigd wordt beschouwd.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten erkend. Met D. condor en D. cendeensis vormt de soort een kleine groep Andes-zonnedauwen met opgerolde jonge bladeren en smal spatelvormige bladeren, die zich duidelijk onderscheidt van alle andere Neotropische soorten. De verspreide populaties over een groot gebied doen vermoeden dat er nog onontdekte vindplaatsen zijn.
Waar en wanneer te zien
Een soort om met terughoudendheid te benaderen. De sub-Andiene bergketens van Peru en Ecuador zijn afgelegen en slecht ontsloten. Wie de plant vindt, fotografeert haar ter plaatse, noteert de hoogte en habitat, en deelt vindplaatsen alleen met onderzoekers; nieuwe vindplaatsen zijn waardevol voor de bescherming.
Staat van instandhouding
Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. De auteurs van de revisie van 2016 stelden de categorie bedreigd voor, op grond van het kleine bezette oppervlak, de versnippering en de achteruitgang van de kwaliteit en omvang van het leefgebied. Op de typevindplaats is de soort mogelijk verdwenen. Ontbossing, wegenaanleg en mijnbouw zijn de belangrijkste bedreigingen in de regio.
Wetenschappelijke naam
Drosera peruensis | Silva & Correa, 2002
Drosera peruensis werd in 2002 beschreven door Tânia Regina dos Santos Silva en Mireya D. Correa, in het tijdschrift Novon, deel 12, aflevering 4, pagina's 543–545, onder de titel "Drosera peruensis (Droseraceae), a New Species from Peru". De soort is bekend uit de regio Pasco in Peru, meer bepaald uit het gebied Oxapampa in de Cordillera Yanachaga, waar ze groeit in struikvegetatie op witte zandsteen; de exacte verzamelaar en de precieze verzameldatum konden niet met zekerheid worden achterhaald. Het epitheton peruensis is een toponiem: het verwijst rechtstreeks naar Peru, het land waar de soort werd ontdekt en waartoe ze endemisch is.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.