Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera pilosa
Drosera pilosa
Een behaarde zonnedauw van de tropische hooglanden. Drosera pilosa werd in 1956 door Exell en Laundon beschreven in hun herziening van de Afrikaanse zonnedauwen. De naam — 'behaard' — verwijst naar de beharing van de plant, die hem onderscheidt van de meeste verwanten.

Herkenning
Een zonnedauw met beklierde vangbladeren en een opvallend behaarde bloeistengel en bladonderzijde. Gedetailleerde, betrouwbare maten uit een flora waren voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.
Gelijkende soorten
In Oost-Afrika komen ook D. madagascariensis en D. burkeana voor. De eerste vormt een lange stengel met verspreide bladeren; de tweede is een kleine rozet met ronde bladschijven en zonder de opvallende beharing.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval: gesteelde klieren met kleverige druppels houden kleine insecten vast, waarna de tentakels naar de prooi buigen en de klieren verteringsenzymen afscheiden.
Standplaats en ecologie
Natte, open plekken in de bergen: moerassen, drassige graslanden, sijpelzones en venige plekken in de hooglanden (W4, W7, W1). Specifieke standplaatsgegevens zijn schaars.
Verspreiding en hoogte
Tropisch Afrika: opgegeven uit Guinee en Kameroen in het westen en Kenia en Tanzania in het oosten, vooral in de hooglanden. Dat wijkt sterk af van de aanduiding 'Kaap, Zuid-Afrika' in de werklijst van deze gids: uit de Kaap is de soort niet bekend. Hoogtegrenzen zijn niet gevonden.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten onderscheiden. Het gescheiden voorkomen in West- en Oost-Afrika is opvallend; of alle populaties werkelijk tot één soort behoren, zou nader onderzocht moeten worden.
Waar en wanneer te zien
Zoek in de regentijd in natte graslanden en moerassen in de Oost-Afrikaanse bergen. Let op de beharing van stengel en blad; een loep is nuttig.
Staat van instandhouding
Op de IUCN-Rode Lijst als Least Concern (niet bedreigd) beoordeeld; niet in CITES. Plaatselijk verdwijnen moerassen in de hooglanden door drooglegging voor landbouw en door begrazing.
Wetenschappelijke naam
Drosera pilosa | Exell & Laundon, 1956
Drosera pilosa werd in 1956 beschreven door Arthur Wallis Exell en John Raymond Laundon, in het tijdschrift Boletim da Sociedade Broteriana, tweede reeks, deel 30, pagina 213. De soort komt voor in bergstreken van tropisch Afrika (onder meer Angola, Kameroen, Congo-Kinshasa, Guinee, Kenia, Malawi, Rwanda, Sierra Leone, Tanzania en Burundi); in welk van deze landen precies het typemateriaal werd verzameld, door wie en wanneer, kon niet met zekerheid worden achterhaald. Het epitheton pilosa is beschrijvend Latijn voor "behaard" en verwijst naar de opvallend behaarde bloemstengels, bloemsteeltjes en kelkbladen die deze soort onderscheiden van de sterk gelijkende Drosera burkeana.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.