Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera prostrata

Drosera prostrata

De noordelijkste en meest platgedrukte soort van de waaierbladige sectie Stolonifera. Drosera prostrata groeit op de zandvlakten tussen Shark Bay en Binnu, aan de droge noordrand van het Zuidwest-Australische winterregengebied, en legt zijn stengels plat over de grond in plaats van ze rechtop te zetten.

Drosera prostrata
Foto: Thomas Mesaglio — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een meerjarige knolplant die vier tot vijf liggende zijstengels van 3,5 tot 15 cm lang over het zand uitspreidt. Langs die stengels staan de voor de sectie typische waaiervormige vangbladeren. Die liggende groeiwijze is binnen sectie Stolonifera het kenmerk dat hem van zijn verwanten scheidt. Bloei in mei en juni; FloraBase vermeldt gele bloemen. Nauwkeurige blad- en bloemmaten zijn in de geraadpleegde bronnen niet gepubliceerd.

Gelijkende soorten

De naaste verwant is Drosera stolonifera, waartoe hij oorspronkelijk als ondersoort werd gerekend; die heeft twee tot drie schuin opstijgende zijstengels en groeit veel zuidelijker, in natte heide rond Perth. Drosera rupicola heeft half opgerichte zijstengels en groeit bij granietrotsen in het binnenland; D. ramellosa en D. platypoda hebben rechtopstaande stengels. In het noordelijke areaal van D. prostrata is de liggende groeiwijze vrijwel beslissend.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval met een eigen bladvorm. De bladeren zijn waaiervormig: een smalle voet die zich verbreedt tot een schijf waarvan de bovenrand bezet is met lange tentakels, soms in drie- of meertallige kransen langs de stengel. Kleine insecten die tegen die rand aanlopen of erop landen blijven aan de druppels kleven, waarna de tentakels zich over de prooi buigen en de klieren enzymen afscheiden. De opgenomen stikstof en fosfor gaan, zoals bij alle knoldragende zonnedauwen, voor een groot deel naar de knol die de plant door de zomer moet dragen. Doordat de stengels plat liggen, zitten de vangbladeren vlak boven het zand en vangen ze vooral kruipende en laag vliegende insecten.

Standplaats en ecologie

Goed doorlatende zandbodems op zandvlakten: geel zand, soms vermengd met wit of rood zand (D1), met open, lage heide en struweel (B5). Dit is een droger milieu dan dat van de meeste verwanten, die in winternatte laagten staan.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor West-Australië: van het Tamala-gebied bij Shark Bay zuidwaarts tot Binnu. FloraBase noemt de biogeografische regio's Geraldton Sandplains en Yalgoo. Hoogtegrenzen zijn niet gepubliceerd.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 3 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

N.G. Marchant en Allen Lowrie beschreven de plant in 1992 als Drosera stolonifera subsp. prostrata; Lowrie verhief haar in 2005 in het tijdschrift Nuytsia tot soort. Dat past in een breder patroon: de voormalige ondersoorten van D. stolonifera zijn tussen 1982 en 2011 bijna allemaal tot zelfstandige soort verheven. Binnen D. prostrata worden geen verdere vormen onderscheiden.

Waar en wanneer te zien

Mei en juni zijn de maanden: vroeg in het natte seizoen, wanneer de liggende stengels uitgelopen zijn en de plant in bloei staat. Zoek op open plekken in de heide van de noordelijke zandvlakten en kijk laag over het zand. In de zomer is er bovengronds niets te zien.

Staat van instandhouding

Op de IUCN-Rode Lijst als niet bedreigd (LC) beoordeeld; niet in CITES, en in FloraBase aangeduid als niet bedreigd. Het areaal ligt deels in weinig ontgonnen gebied. De geraadpleegde bronnen noemen geen specifieke bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Drosera prostrata | (Marchant & Lowrie) Lowrie, 1992

Drosera prostrata werd in 1992 door Neville Gordon Marchant en Allen Lowrie eerst beschreven als ondersoort, Drosera stolonifera subsp. prostrata, in Kew Bulletin, deel 47, pagina 320. In 2005 verhief Lowrie het taxon tot een volwaardige soort, in Nuytsia, deel 15(3), pagina 374. Het typeexemplaar werd verzameld door Allen Lowrie op 14 juni 1984, langs de weg naar "The Loop" bij Kalbarri, in het zuidwesten van West-Australië. Het exemplaar wordt bewaard in het herbarium PERTH (nummer PERTH 4179005). Het epitheton prostrata is Latijn voor "liggend" of "plat uitgespreid" (van prosternere, "neerwerpen"). Het verwijst naar de kenmerkende liggende groeiwijze van de zijstengels, waarmee deze soort zich onderscheidt van alle andere leden van de sectie Stolonifera. Het is een beschrijvende naam.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.