Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera roraimae

Drosera roraimae

De zonnedauw van de tafelbergen bij uitstek. Drosera roraimae is genoemd naar de Roraima, de beroemde tepui op het drielandenpunt van Venezuela, Guyana en Brazilië, en groeit op de toppen van een reeks tafelbergen in het Guyana-hoogland. Het is de zonnedauw die wandelaars op de Roraima het vaakst tegenkomen: tussen het veenmos, in de natte zandkommen en rond de voet van rotsblokken op het maanlandschap van de top.

Drosera roraimae
Foto: Gérard Vigo — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Drosera roraimae — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: Gabrielplopez — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Drosera roraimae — de standplaats
De standplaats · Foto: Paulo Fassina — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een meerjarige plant met een rozet van half opgerichte bladeren op lange, smalle bladstelen, met aan het eind een langwerpige bladschijf vol rode tentakels. Met de jaren kan de plant een stammetje vormen, bekleed met oude bladeren. De bloeistengel komt boven de rozet uit en draagt witte tot lichtroze bloemen. Oorspronkelijk werd de plant door Diels als variëteit van een andere soort gepubliceerd; Maguire en Laundon gaven haar de soortstatus. Maten uit hun werk konden hier niet worden nagegaan.

Gelijkende soorten

Op de tepuis groeien meer zonnedauwen. Drosera hirticalyx heeft een opvallend behaarde kelk; Drosera meristocaulis van de Neblina vormt vertakte kussens met kleine rode bladeren en grote roze bloemen; Drosera kaieteurensis en Drosera solaris zijn kleiner, met bijna ronde bladschijven. In de Venezolaanse Andes groeit de uiterlijk enigszins gelijkende Drosera cendeensis, die echter tot een andere, Andes-gebonden groep behoort. De lange bladstelen met een smalle, langwerpige schijf zijn het beste veldkenmerk van D. roraimae.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. Doordat de bladeren rechtop staan, vangt de plant naast kruipende ook vliegende insecten, zoals de muggen die in de mist boven de toppen hangen. De tentakels buigen naar de prooi toe en het blad kan zich over de lengte om de vangst krullen.

Standplaats en ecologie

De koele, voortdurend natte toppen van de tepuis: kaal zandsteen met water in spleten en kommen, drassige veenmoskussens en venen, en de randen van dwergbos en nevelwoud (R5, W1, B4). Het klimaat is mistig, met bijna dagelijkse regen en koele nachten. De bodems zijn uiterst voedselarm, zuur en vaak niet meer dan een dun laagje zand of veen op de rots.

Verspreiding en hoogte

Het Guyana-hoogland, op de toppen van verschillende tafelbergen in Venezuela, Guyana en het uiterste noorden van Brazilië, met de Roraima als typevindplaats. Een betrouwbaar gepubliceerd hoogtebereik voor de hele soort kon niet worden nagegaan.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 27 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten erkend, maar de soort varieert tussen de tepuis in grootte, bladvorm en kleur. Omdat elke tafelberg een geïsoleerd eiland vormt, is het goed mogelijk dat een moderne revisie met DNA-onderzoek sommige populaties als aparte soorten zal herkennen, zoals bij andere tepui-planten al is gebeurd.

Waar en wanneer te zien

De wandeltocht naar de top van de Roraima, vanuit Venezuela, is een van de weinige manieren om een tepui-zonnedauw te zien zonder expeditie. Kijk op de top in de natte kommen, tussen het veenmos en langs de randen van plassen. Blijf op het pad: de vegetatie van de top herstelt nauwelijks van betreding, en verzamelen is streng verboden.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. De soort groeit op meerdere tepuis, grotendeels in nationale parken. Toerisme op de Roraima zorgt lokaal voor betreding en illegaal verzamelen; klimaatverandering vormt op de lange termijn een risico voor alle koude-toppensoorten.

Wetenschappelijke naam

Drosera roraimae | (Klotzsch ex Diels) Maguire & Laundon, 1957

De naam werd in 1957 als soortsrang gepubliceerd door Bassett Maguire & John Ramsbottom Laundon, in Memoirs of the New York Botanical Garden, deel 9: 333. Het taxon bestond al eerder als variëteit, Drosera montana var. roraimae Klotzsch ex Diels (1906), het basioniem. Het oorspronkelijke typemateriaal van het basioniem werd in november 1842 verzameld op de berg Roraima in Guyana door Robert Schomburgk (nr. 1034; holotype in B, mogelijk verloren, isotype in K). Voor de combinatie op soortsniveau werd een lectotype aangewezen: op de Roraima, in de bovenste rotszone, op circa 2500 m hoogte, verzameld door Ernst Ule (nr. 8610) in december 1909. Het epitheton roraimae is een toponiem: het verwijst rechtstreeks naar de berg Roraima, een tepui (tafelberg) op het drielandenpunt van Guyana, Venezuela en Brazilië, waar het typemateriaal werd verzameld.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.