Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera sessilifolia
Drosera sessilifolia
De enige Amerikaanse vertegenwoordiger van een kleine groep zonnedauwen waarvan het enige andere lid in tropisch Azië en Australië leeft. Drosera sessilifolia is de Zuid-Amerikaanse tegenhanger van de bekende Drosera burmannii, en deelt met die soort een opvallende vorm: brede, wigvormige bladeren zonder duidelijke bladsteel, die als een platte ster op het zand liggen. Het is een snelle, kortlevende plant van seizoensnatte savannes.



Herkenning
Een platte rozet van zittende of vrijwel zittende, wigvormige tot omgekeerd eironde bladeren, die aan de brede top en de randen lange, rode tentakels dragen en naar de voet toe geleidelijk smaller en kaler worden. In de zon kleurt de hele rozet rood tot oranjerood. Uit de rozet komen een of meer bloeistengels met roze bloemen. Een kenmerk van de hele groep is de bloem met vijf stijlen in plaats van de drie die bij de meeste zonnedauwen voorkomen. Maten zijn hier niet overgenomen.
Gelijkende soorten
Door de zittende, wigvormige bladeren is ze goed te onderscheiden van de meeste Zuid-Amerikaanse zonnedauwen, die een duidelijke bladsteel hebben. Drosera communis, Drosera cayennensis en Drosera grantsaui kunnen op dezelfde plekken groeien, maar hebben spatelvormige bladeren met een versmalde bladsteel. De sterk gelijkende Drosera burmannii komt in Amerika niet in het wild voor.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval, en binnen het geslacht een van de snelste. Bij de verwante D. burmannii kunnen de lange randtentakels een prooi binnen enkele seconden tot minuten naar het midden van het blad slingeren; bij D. sessilifolia is een vergelijkbaar snel mechanisme te verwachten, maar gedetailleerde metingen zijn niet gevonden. De vangst bestaat vooral uit mieren en andere over het zand lopende insecten.
Standplaats en ecologie
Open, zonnige en voedselarme zandgrond die in de regentijd drassig of zelfs ondergelopen is en in de droge tijd uitdroogt: natte laagten in savannes, zandvlakten en randen van seizoenspoelen (W7, D1, B6). De plant overleeft de droge tijd waarschijnlijk vooral als zaad en kiemt opnieuw zodra de regens beginnen.
Verspreiding en hoogte
Tropisch Zuid-Amerika: een groot deel van Brazilië, vooral in de savannes van het centrum en het noorden, en daarnaast het noorden van het continent, onder meer Venezuela en de Guyana's. Het precieze areaal buiten Brazilië is onvoldoende gedocumenteerd.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten erkend. De soort behoort tot de sectie Thelocalyx, die verder alleen D. burmannii omvat, een wijdverbreide soort van tropisch Azië en Australië. Die verbreiding, met één soort in Zuid-Amerika en één in tropisch Azië en Australië, is een klassiek voorbeeld van een verspreiding die nog steeds niet helemaal verklaard is.
Waar en wanneer te zien
Zoek in de regentijd op kale, natte zandplekken in savannes en langs zandwegen, waar de rode sterretjes duidelijk afsteken tegen het witte of gele zand. Omdat de plant kortlevend is, kan ze het ene jaar talrijk en het volgende jaar vrijwel afwezig zijn; kom dus liefst meerdere keren terug.
Staat van instandhouding
Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. De soort is wijdverbreid en als pionier van open, natte zandgrond weinig kwetsbaar op soortniveau. Omzetting van savannes in landbouwgrond en plantages vernietigt wel veel lokale groeiplaatsen.
Wetenschappelijke naam
Drosera sessilifolia | Saint-Hilaire, 1824
Drosera sessilifolia werd in 1824 beschreven door Auguste de Saint-Hilaire, in zijn werk "Histoire des Plantes les plus Remarquables du Brésil et du Paraguay", deel 1: 259. Het typegebied ligt in Brazilië, in de staat Minas Gerais, nabij de rivier de São Francisco. Het materiaal werd verzameld door Saint-Hilaire zelf tijdens zijn Brazilië-expeditie; het precieze jaar van de typecollectie kon niet met volledige zekerheid worden vastgesteld (herbariumgegevens noemen onder meer 1816, maar dit is niet zeker de typecollectie). De naam is beschrijvend Latijn: "sessilifolia" betekent "met zittende bladeren" (sessilis = zittend/ongesteeld, folium = blad), verwijzend naar de bladeren die geen steel hebben.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.