Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera solaris

Drosera solaris

Een betrekkelijk recent ontdekte zonnedauw van de tafelbergen van Guyana. Drosera solaris werd in 2007 beschreven in het Berlijnse tijdschrift Willdenowia, door Andreas Fleischmann, Andreas Wistuba en Stewart McPherson. Let op het auteurschap: de soortenlijst van deze gids noemt alleen Wistuba en McPherson, maar in de oorspronkelijke publicatie is Fleischmann eerste auteur. Het artikel is nog altijd vrijwel de enige bron over de soort.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een meerjarige rozetplant met bladeren die in de volle zon fel rood kleuren en dicht met tentakels bezet zijn, waardoor de rozet in het zonlicht lijkt te gloeien. Volgens de beschrijving is ze het naast verwant aan Drosera felix en Drosera kaieteurensis, maar forser dan die piepkleine soorten. Exacte maten en een bevestigde bloemkleur konden hier niet worden nagegaan; de maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

De naaste verwanten zijn Drosera kaieteurensis en Drosera felix, beide minuscule rode rozetten van het Guyana-schild. Andere zonnedauwen op de tepuis, zoals Drosera roraimae met zijn lange bladstelen en Drosera hirticalyx met een behaarde kelk, hebben een andere bladvorm. Zonder de oorspronkelijke beschrijving en een loep is een zekere determinatie in het veld lastig.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De tentakels vangen kleine insecten die door de rode kleur en de glinsterende druppels worden aangetrokken; de omringende tentakels buigen vervolgens naar de prooi toe. Op de kale, extreem voedselarme zandsteenplateaus is die aanvulling van stikstof en fosfor essentieel.

Standplaats en ecologie

Hooggelegen, open en natte plekken op de zandsteenplateaus van de tepuis: kaal gesteente, sijpelende rotsplaten en drassige zandige grond in lage, open vegetatie (R5, R1, W4). Het klimaat is koel, mistig en zeer regenrijk. Een betrouwbaar hoogtebereik kon niet worden nagegaan.

Verspreiding en hoogte

Het hoogland van Guyana; voor zover bekend endemisch voor dat land en beperkt tot een of enkele tafelbergen. Door het moeilijke terrein is niet uit te sluiten dat de soort ook op naburige tepuis voorkomt, eventueel over de grens met Venezuela of Brazilië.

  • Inheems
Verspreiding per regio van het TDWG-schema (World Geographical Scheme for Recording Plant Distributions), uit de World Checklist of Vascular Plants — de gegevensbasis achter Plants of the World Online. De kaart toont alleen het natuurlijke areaal; waar de soort is ingeburgerd staat in de tekst. Binnen een regio zegt de kaart niets over waar de plant precies staat; bij bedreigde soorten is dat ook de bedoeling. Contouren: tdwg/wgsrpd. Voor deze soort zijn nog geen GBIF-waarnemingen opgehaald; zodra dat gebeurt vervangt die precisere laag deze regio-kaart.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten erkend. De soort illustreert hoe onvolledig de zonnedauwflora van de tepuis nog bekend is: pas in de eenentwintigste eeuw werden hier verschillende nieuwe vleesetende planten ontdekt, vaak door expedities van plantenliefhebbers in samenwerking met botanici.

Waar en wanneer te zien

De tafelbergen van Guyana zijn alleen via georganiseerde expedities met vergunningen te bereiken. Voor wie er komt, geldt: fotografeer elke zonnedauw van boven en van opzij, met bloem en bladvoet in beeld, en noteer de exacte hoogte en standplaats. Neem nooit planten of zaad mee zonder de vereiste vergunningen.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Het areaal is waarschijnlijk zeer klein, maar ligt in afgelegen, vrijwel ongerept gebied. Klimaatverandering en, op langere termijn, mijnbouw in het hoogland van Guyana zijn de voornaamste mogelijke bedreigingen; over populatiegrootte is niets gepubliceerd.

Wetenschappelijke naam

Drosera solaris | Wistuba & McPherson, 2007

Drosera solaris werd op 21 december 2007 beschreven door Andreas Fleischmann, Andreas Wistuba en Stewart McPherson, gepubliceerd in Willdenowia, deel 37(2): 551–555. Het typemateriaal komt van Mount Yakontipu, net onder de top van een klein plateau ten zuidoosten van de Mount Roraima, in Guyana (op ca. 2065 m hoogte), verzameld door Andreas Wistuba en Stewart McPherson in 2005. De plant groeit er in een open plek in nevelwoud met Bonnetia roraimae, op een turfachtige bodem. De naam is beschrijvend Latijn: "solaris" betekent "van de zon/zonnig" en verwijst naar het stralende, glanzende uiterlijk van de planten, vooral in vol zonlicht.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.