Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera kaieteurensis

Drosera kaieteurensis

Een van de kleinste zonnedauwen van Amerika, genoemd naar de Kaieteur-waterval in Guyana, waar het water van de Potaro over een zandsteenrand ruim 200 meter naar beneden stort. Op de open savanne boven die waterval, in de nevel van het vallende water, groeien de piepkleine rode rozetten van Drosera kaieteurensis. De rozet is kleiner dan een vingernagel; de bloeistengels zijn vaak groter dan de plant zelf.

Drosera kaieteurensis
Foto: Philipp Weigell — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons
Drosera kaieteurensis — de standplaats
De standplaats · Foto: Morray — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons
Drosera kaieteurensis — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: Morray — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een meerjarige rozet van slechts 6 tot 8 mm doorsnee. De bladschijven zijn rond tot ovaal, 2 tot 3 mm lang en 2 tot 2,5 mm breed, overwegend rood en dicht bezet met klierharen die elk een druppel kleverig slijm dragen. De plant maakt één tot drie bloeiwijzen van 13 tot 60 mm lang met twee tot negen witte of roze bloemen. De vruchten zijn doosvruchten die in de lengte openspringen; de zaden worden eruit geslingerd wanneer er regendruppels op vallen.

Gelijkende soorten

De nauw verwante Drosera felix is in vorm en grootte vrijwel gelijk; volgens sommige bronnen is die naam een synoniem van D. kaieteurensis, andere houden beide gescheiden. Drosera solaris uit het Guyanese hoogland is groter, met fel rode rozetten, en wordt als naaste verwant van beide beschouwd. Van andere Guyana-zonnedauwen zoals Drosera roraimae of Drosera biflora verschilt ze door de minuscule, bijna ronde bladeren zonder duidelijke bladsteel.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval in miniatuur. De felrode kleur en de glinsterende druppels trekken kleine insecten aan, die aan het slijm blijven plakken; de klierharen buigen naar de prooi en scheiden verteringsenzymen af. De opgeloste stikstofverbindingen vullen het tekort aan in de extreem arme, zure bodem. De prooi bestaat uit springstaarten, mijten en de kleinste vliegjes.

Standplaats en ecologie

Zandige, uiterst arme bodems en met mos begroeide rotsen in open savannes en op tepui-hellingen, van 460 tot 2400 m (B6, R1, W4). Rond Kaieteur staat de plant op natte, open plekken in de savanne op het zandsteenplateau, waar de nevel van de waterval en de hoge regenval de grond permanent vochtig houden.

Verspreiding en hoogte

Het tepuigebied langs de grens van Guyana en Venezuela, met Kaieteur als typevindplaats. Een mogelijk voorkomen op Trinidad is niet bevestigd. Het grote hoogtebereik weerspiegelt dat de soort zowel op de lage savanne van Kaieteur als hoog op de tafelbergen groeit.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 15 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten erkend. De taxonomische verhouding met D. felix is de belangrijkste open vraag. Deze gids behandelt beide namen voorlopig apart, maar het is goed mogelijk dat een toekomstige revisie ze samenvoegt.

Waar en wanneer te zien

Het Kaieteur National Park is per klein vliegtuig vanuit Georgetown te bereiken en een van de weinige plekken waar een bezoeker een Guyana-zonnedauw kan zien zonder expeditie. Zoek langs de paden op de natte, open zandplekken en tussen het mos op de rotsen, met een loep; de rozetten zijn nauwelijks groter dan een erwt. Blijf op de paden: de savanne is kwetsbaar.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. De bekendste groeiplaats ligt in een nationaal park, en veel andere op afgelegen tepuis. Goudwinning in de stroomgebieden rond Kaieteur en toenemend toerisme zijn lokale risico's; over populatiegrootte en trends is weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Drosera kaieteurensis | Brummer-Dinger, 1955

Beschreven door Brummer-Dinger in 1955, in Acta Botanica Neerlandica, deel 4, p. 137. Niet rechtstreeks uit de oorspronkelijke beschrijving bevestigd. De soort komt voor op de tepui-plateaus van het grensgebied Guyana-Venezuela, op 460-2400 m hoogte, op zandgrond of mosbegroeide rotsen. De naam wijst sterk op een verband met de Kaieteur-watervallen in Guyana, maar dit is niet letterlijk als typelocatie bevestigd. Van het achtervoegsel -ensis ("afkomstig uit") — "van/uit Kaieteur" (de Kaieteur-watervallen/regio in Guyana).

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.