Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera spilos
Drosera spilos
Een dwergzonnedauw van West-Australië, in 1992 beschreven door N.G. Marchant en Allen Lowrie in de periode waarin tientallen nieuwe dwergsoorten een naam kregen. Over Drosera spilos zijn in de voor deze gids toegankelijke bronnen nauwelijks bijzonderheden te vinden; deze tekst is daarom kort en beperkt zich tot wat vaststaat.


Herkenning
Een dwergzonnedauw met de voor de groep typische bouw: een rozetje van gesteelde, ronde bladschijfjes met tentakels rond een knop van steunblaadjes, waaruit een dunne bloeiwijze opstijgt. De soortnaam is het Griekse spilos, 'vlek'; naar welk gevlekt kenmerk dat verwijst, is in de geraadpleegde bronnen niet vermeld. Bloemkleur, bloeitijd en maten zijn evenmin gevonden; alle maatvelden blijven leeg.
Gelijkende soorten
Zonder gepubliceerde kenmerken kan hier geen betrouwbaar onderscheid met verwante dwergzonnedauwen worden gegeven. Gebruik de sleutel in Lowrie (2013) en let op stipelknop, beharing, stempels en eventuele vlekken op bloem of blad, waar de naam op lijkt te wijzen.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval op miniatuurschaal. Elk bladschijfje, vaak niet groter dan een speldenknop tot enkele millimeters, draagt aan de rand en op de bovenzijde gesteelde klieren met een glinsterende, kleverige druppel; de randtentakels zijn meestal het langst. Een diertje dat de druppels raakt blijft vastzitten, waarna de tentakels zich naar het midden van het schijfje buigen en de prooi tegen de verterende klieren drukken. De klieren scheiden enzymen af en nemen stikstof, fosfor en mineralen op uit wat oplost. Door het formaat bestaat de vangst uit het allerkleinste: springstaarten, mijten, bladluizen, trips en minuscule muggen die over of vlak boven de zandbodem bewegen.
Standplaats en ecologie
Standplaatsgegevens zijn in de geraadpleegde bronnen niet vermeld. De toegekende codes — zand en open heide (D1, B5) — geven de meest gangbare omgeving van Zuidwest-Australische dwergzonnedauwen weer en zijn een voorlopige inschatting, geen gepubliceerde waarneming.
Verspreiding en hoogte
Endemisch voor Zuidwest-Australië. Een nadere begrenzing is in toegankelijke bronnen niet gevonden. Hoogtegrenzen zijn niet gepubliceerd.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Beschreven door N.G. Marchant en Allen Lowrie in 1992 en geplaatst in sectie Lamprolepis, de dwergzonnedauwen. Er worden geen ondersoorten of variëteiten onderscheiden. Broedknopvorming is voor deze soort in de geraadpleegde bronnen niet specifiek vastgelegd, al is die bij de groep vrijwel algemeen.
Waar en wanneer te zien
Raadpleeg vóór een bezoek FloraBase of een plaatselijke plantenvereniging voor bloeitijd en verspreiding. Voor alle dwergzonnedauwen geldt: zoek op zonnige ochtenden in open zand, kijk van dichtbij, en stap niet op de open plekken waar ze groeien.
Staat van instandhouding
Op de IUCN-Rode Lijst als niet bedreigd (LC) beoordeeld; niet in CITES. Nadere gegevens over populaties of bedreigingen zijn in de geraadpleegde bronnen niet gevonden.
Wetenschappelijke naam
Drosera spilos | Marchant & Lowrie, 1992
Drosera spilos werd in 1992 beschreven door Neville G. Marchant en Allen Lowrie, gepubliceerd in Kew Bulletin, deel 47: 327. Het holotype (PERTH 2344815) werd verzameld door Allen Lowrie op 20 oktober 1985, langs de Bindoon–Moora Highway, 0,6 km ten zuiden van Gillingarra, in West-Australië. De naam is afgeleid van het Grieks "spilos" (vlek), en verwijst naar de donkere vlekken aan de basis van de kroonbladeren.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.