Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera spirocalyx
Drosera spirocalyx
Een zonnedauw uit de verwantschap van Drosera montana, beschreven door Fernando Rivadavia en Paulo Gonella bij de ontrafeling van dat lastige complex. De naam, spiraalkelk, verwijst naar een kenmerk van de kelk dat de soort van haar verwanten onderscheidt. Drosera spirocalyx is endemisch voor Minas Gerais en een van de vele soorten die pas bij de recente revisies van de Braziliaanse zonnedauwen als zelfstandige eenheid zijn herkend.

Herkenning
Een meerjarige, kleine rozetplant met spatelvormige, dicht met tentakels bezette bladeren, die in de zon rood kleuren, en een bloeistengel met enkele bloemen. Het onderscheidende kenmerk zit, zoals de naam aangeeft, in de kelk. Exacte maten, een bevestigde bloemkleur en een nauwkeurige omschrijving van het kelkkenmerk konden hier niet uit de oorspronkelijke bronnen worden nagegaan; de maatvelden blijven daarom leeg.
Gelijkende soorten
De naaste verwanten zijn Drosera montana, Drosera tomentosa en Drosera schwackei, soorten die vroeger allemaal onder D. montana vielen. D. tomentosa is dicht wollig behaard; D. montana in strikte zin groeit in de hogere bergen van Zuidoost-Brazilië. In de synopsis van 2022 wordt D. spirocalyx op één verspreidingskaart getoond met D. schwackei en Drosera chimaera, twee andere soorten die tot Minas Gerais beperkt zijn. Determinatie vraagt een bloeiende plant, een loep en de sleutel uit de revisie.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De tentakels vangen kleine insecten die over de grond lopen of er laag boven vliegen, waarna de omringende tentakels naar de prooi buigen. De rozet ligt dicht bij de grond, zodat vooral kruipende prooi wordt gevangen.
Standplaats en ecologie
Open, natte tot vochtige plekken in de campos rupestres van Minas Gerais: sijpelzones langs rotsplaten, natte zandige grond en de randen van beekjes in kwartsietlandschap (R1, W4, D2). De plant verlangt volle zon en een bodem die in het groeiseizoen vochtig blijft.
Verspreiding en hoogte
Endemisch voor de deelstaat Minas Gerais in Zuidoost-Brazilië, volgens de verspreidingskaarten in de Braziliaanse synopsis van 2022. De precieze ligging binnen de deelstaat en een hoogtebereik konden hier niet worden nagegaan.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten erkend. De soort maakt deel uit van het D. montana-complex, dat in 2014 werd herzien; daarbij werden vroegere variëteiten tot soort verheven en nieuwe soorten beschreven. Oudere vermeldingen van D. montana uit Minas Gerais kunnen daarom ook op deze soort slaan.
Waar en wanneer te zien
Zoek in het natte seizoen, november tot maart, op sijpelplekken in de kwartsietbergen van Minas Gerais. Fotografeer bloemen van opzij en van onderen, zodat de kelk goed zichtbaar is; zonder dat detail is de soort nauwelijks van haar verwanten te onderscheiden.
Staat van instandhouding
Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. De soort is tot één deelstaat beperkt; over populatiegrootte en trends is weinig gepubliceerd. Bedreigingen voor de campos rupestres zijn branden, invasieve grassen, mijnbouw en toerisme.
Wetenschappelijke naam
Drosera spirocalyx | Rivadavia & Gonella, 2014
Drosera spirocalyx werd in 2014 beschreven door Fernando Rivadavia en Paulo Minatel Gonella, gepubliceerd in Phytotaxa, deel 172: 155. Het holotype (SPF 213602) werd verzameld door Fernando Rivadavia op 12 september 1999, langs een pad in de Serra do Cipó, gemeente Santana do Riacho, in de staat Minas Gerais, Brazilië. De naam is samengesteld uit het Grieks "speira" (spiraal, gedraaid) en het Latijn "calyx" (kelk), en verwijst vermoedelijk naar de gedraaide, spiraalvormige kelkbladen van de soort; deze etymologische duiding kon echter niet met volledige zekerheid worden bevestigd.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.