Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera tomentosa
Drosera tomentosa
De viltige zonnedauw. Drosera tomentosa werd in 1826 door Saint-Hilaire beschreven, maar gold lange tijd als een variëteit van Drosera montana; pas bij de revisie van het montana-complex in 2014 kreeg ze haar soortstatus terug. Ze is een van de meest verbreide zonnedauwen van de Oost-Braziliaanse hooglanden, van Minas Gerais en Goiás tot in Bahia en Sergipe.

Herkenning
Een meerjarige, compacte rozet van spatelvormige bladeren met rode tentakels, en een bloeistengel die dicht bezet is met lange, wollige, niet-klierachtige haren; die viltige beharing, waaraan de soort haar naam dankt, kan ook op bladstelen en bladeren voorkomen. Naast de typische, sterk behaarde vorm wordt een minder behaarde variëteit onderscheiden. Maten en een bevestigde bloemkleur konden hier niet worden nagegaan; de maatvelden blijven leeg.
Gelijkende soorten
De naaste verwanten zijn Drosera montana, Drosera schwackei en Drosera spirocalyx, soorten die vroeger alle onder D. montana vielen; de wollige beharing is het beste onderscheid, al is die bij de kalere variëteit minder uitgesproken. Op de Espinhaço-keten vormt D. tomentosa onvruchtbare hybriden met Drosera latifolia, die tussen beide ouders in staan. In de Chapada Diamantina komen ook Drosera tentaculata en Drosera riparia voor.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De tentakels op de bladschijf vangen kleine insecten, waarna de omringende tentakels naar de prooi buigen. De wollige haren op de bloeistengel dragen geen kleverige druppels en hebben geen vangfunctie; ze beschermen de bloeiwijze mogelijk tegen uitdroging of kruipende insecten.
Standplaats en ecologie
Natte plekken in de campos rupestres en hooggelegen graslanden van Oost-Brazilië: sijpelzones langs rotsplaten, natte zandige en venige grond, en randen van beekjes, in open, zonnige vegetatie (R1, W4, D2). De groeiplaatsen kunnen in de droge tijd gedeeltelijk uitdrogen.
Verspreiding en hoogte
Endemisch voor Brazilië: het noordoosten (Bahia, Sergipe), het zuidoosten (Minas Gerais) en het centrum-westen (Goiás), zoals ook de gebiedskolom van deze gids aangeeft. Het zwaartepunt ligt in de Espinhaço-keten en de Chapada Diamantina. Een gepubliceerd hoogtebereik is niet overgenomen.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Naast var. tomentosa wordt een kalere var. glabrata onderscheiden. De soort is een van de kernsoorten van het D. montana-complex; vermeldingen van D. montana var. tomentosa in oudere literatuur horen bij deze soort. Waar ze met D. latifolia samengroeit, ontstaan onvruchtbare natuurlijke hybriden.
Waar en wanneer te zien
Zoek in het natte seizoen op sijpelplekken in de nationale parken van de Chapada Diamantina en de Espinhaço-keten. Let op de bloeistengel: een witachtige, wollige vacht wijst sterk op deze soort. Waar ook D. latifolia groeit, kun je met wat geluk tussenvormen vinden; die zetten geen zaad.
Staat van instandhouding
Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Het areaal beslaat vier deelstaten en een deel van de groeiplaatsen ligt in beschermde gebieden, zodat de soort op soortniveau niet direct bedreigd lijkt. Branden, invasieve grassen, mijnbouw, toerisme en veranderingen in de waterhuishouding tasten lokaal groeiplaatsen aan.
Wetenschappelijke naam
Drosera tomentosa | Saint-Hilaire, 1906
Drosera tomentosa werd beschreven door de Franse botanicus Augustin Saint-Hilaire, in zijn werk Histoire des Plantes les Plus Remarquables du Brésil et du Paraguay, deel 1(6), p. 261. Bronnen geven als jaar van publicatie zowel 1824 als 1826; het jaartal kon niet met volledige zekerheid worden vastgesteld. Het typemateriaal werd verzameld door Saint-Hilaire zelf tijdens zijn reizen door Brazilië (1816–1822); een exacte vindplaats en verzameldatum konden niet met zekerheid worden achterhaald. De soort is endemisch in Brazilië en komt voor in de Espinhaço-bergketen in de staat Minas Gerais. De naam tomentosa is Latijn voor "viltig behaard, dicht behaard" en verwijst naar de dichte beharing op de onderste helft van de bloeistengel bij deze soort.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.