Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera enodes
Drosera enodes
Drosera enodes is een dwergzonnedauw van de natte kant: waar veel verwanten op droog zand of grind staan, groeit deze soort in zwarte, venige grond aan de randen van moerassen. Neville Marchant en Allen Lowrie beschreven hem in 1992. De naam betekent 'zonder knopen'. Over de rang van dit taxon bestaat verschil van mening.

Herkenning
Een meerjarige dwergzonnedauw met vezelige wortels, die met de bloeistengel tot 8 cm hoog wordt. In het hart staat de kegel van zilverachtige steunblaadjes. De bloemen zijn wit en verschijnen van september tot november. Blad- en bloemmaten waren in de toegankelijke bronnen niet beschikbaar.
Gelijkende soorten
De naaste verwant is Drosera dichrosepala, waarvan D. enodes door Schlauer als ondersoort is behandeld. Het verschil in standplaats is in het veld het duidelijkste: D. dichrosepala groeit op droger zand en lateriet, D. enodes op natte, venige grond. D. dichrosepala heeft bovendien tweekleurige kelkbladen en wit tot roze bloemen. Andere dwergzonnedauwen van natte plekken, zoals Drosera closterostigma, zijn te onderscheiden aan de stempels.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De bladeren dragen gesteelde klieren met kleefdruppels. In het natte milieu van moerasranden zijn kleine muggen, dansmuggen en springstaarten volop aanwezig, en die vormen de hoofdmoot van de vangst. Na vangst buigen de tentakels naar de prooi en scheiden de klieren verteringsenzymen af.
Standplaats en ecologie
Zwarte venige grond of grijs tot bruin zand op vlakten die in het seizoen nat zijn en aan de randen van moerassen (FloraBase) (W4, W7). Het is een van de natste standplaatsen onder de dwergzonnedauwen. Als de moerasranden in de zomer opdrogen, rust de plant als knop van steunblaadjes.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in het zuidwesten van West-Australië. FloraBase noemt de bioregio's Jarrah Forest, Swan Coastal Plain en Warren: van de kustvlakte bij Perth tot het koele, natte uiterste zuidwesten.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
De rang van dit taxon is omstreden. Marchant en Lowrie beschreven het in 1992 als soort; Schlauer bracht het onder als Drosera dichrosepala subsp. enodes. FloraBase voert beide namen, en deze gids volgt de basislijst door D. enodes als soort te behandelen. Zoals alle dwergzonnedauwen vermeerdert de plant zich ook met broedknopjes (gemmae).
Waar en wanneer te zien
Zoek van september tot november aan de randen van moerassen en in natte vlakten met zwarte, venige grond. Draag waterdicht schoeisel en betreed de natste delen niet: moerasranden zijn kwetsbaar en veel van deze plekken liggen in beschermde gebieden. Witte bloempjes op een paar centimeter boven het veen zijn het eerste wat opvalt.
Staat van instandhouding
Beoordeeld als niet bedreigd (LC) op de IUCN-Rode Lijst en in West-Australië als 'Not threatened'. Niet in CITES. Wetlands op de Swan Coastal Plain zijn sterk achteruitgegaan door drooglegging, verstedelijking en dalend grondwater; de soort heeft echter ook groeiplaatsen in het minder aangetaste zuidwesten. Let op de taxonomische onzekerheid: gegevens onder D. dichrosepala kunnen deze soort omvatten.
Wetenschappelijke naam
Drosera enodes | Marchant & Lowrie, 1996
Beschreven door N.G. Marchant & Lowrie in 1992, in Kew Bulletin, deel 47, nr. 2, p. 323 — dezelfde publicatie als de vorige twee soorten. In 1996 door Schlauer teruggebracht tot D. dichrosepala subsp. enodes, al blijft de soortstatus elders gehandhaafd. Regio Scott River en omgeving Busselton, zuidwestelijk West-Australië, op venige zand-/laterietbodem aan moerasranden. Van het Latijnse "zonder knopen" — verwijst naar de korte, knooploze stengels die kenmerkend zijn voor deze soort.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.