Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera omissa
Drosera omissa
Een dwergzonnedauw uit de uiterste zuidwesthoek van Australië, tussen Busselton en Augusta. De naam omissa betekent 'over het hoofd gezien', en dat is lange tijd letterlijk zo geweest: de soort, door Ludwig Diels beschreven, werd een deel van de twintigste eeuw als ondersoort van Drosera nitidula gezien voordat hij zijn eigen rang terugkreeg. Over de soort zelf is weinig gepubliceerd dat we konden inzien.


Herkenning
Een kleine, vezelwortelige, overblijvende rozet met in het hart de pluk stipels die alle dwergzonnedauwen kenmerkt, en aan het eind van het groeiseizoen broedknoppen (gemmae). Maten, bloemkleur en bloeitijd hebben we niet in een toegankelijke bron kunnen controleren; die velden blijven leeg.
Gelijkende soorten
De naaste verwant en de voor de hand liggende verwisseling is Drosera nitidula, waarvan D. omissa lange tijd een ondersoort was; ook D. leucostigma en D. allantostigma horen bij deze verwantschap. De verschillen zitten vooral in de vorm en kleur van de stempels, en zijn alleen met een loep in bloeiende planten te zien.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval op miniatuurschaal. De bladschijfjes dragen gesteelde klieren met een kleverige druppel; de lange randtentakels vangen de prooi en buigen haar naar het midden van het blad, waar kortere klieren de vertering overnemen. De prooi bestaat uit springstaarten, mijten en de kleinste vliegjes.
Standplaats en ecologie
Een gepubliceerde standplaatsbeschrijving hebben we niet kunnen inzien. De codes volgen het beeld van verwante dwergzonnedauwen op zandige bodems in en rond seizoensnatte laagten en in open heide (W7, D1, B5), en zijn voorlopig. De zuidwesthoek tussen Busselton en Augusta is koeler en natter dan het binnenland, met een langer groeiseizoen.
Verspreiding en hoogte
Endemisch voor Zuidwest-Australië, in de zuidwesthoek tussen Busselton en Augusta, het gebied dat bekendstaat als de streek rond Margaret River en het Leeuwin-Naturaliste-plateau.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er worden geen ondersoorten of variëteiten onderscheiden. Zoals de meeste dwergzonnedauwen vermeerdert de plant zich met broedknoppen, die door regendruppels worden weggeschoten.
Waar en wanneer te zien
Dwergzonnedauwen bloeien in het Zuidwest-Australische voorjaar en openen hun bloemen alleen bij zon. In de zuidwesthoek, waar het vaak bewolkt is, loont het om een zonnige dag af te wachten. Een loep is nodig om de stempels te bekijken, het enige kenmerk dat deze soort betrouwbaar van D. nitidula scheidt.
Staat van instandhouding
Op de wereldwijde Rode Lijst van de IUCN staat de soort als niet bedreigd (LC). In CITES is hij niet opgenomen. De zuidwesthoek is sterk in trek voor toerisme, wijnbouw en bebouwing, wat de resterende natuur onder druk zet. Onzekerheid: behalve naam, auteur, sectie, status en het algemene gebied konden we weinig in een bron nalopen; de vroegere status als ondersoort van D. nitidula is gebaseerd op de gangbare indeling en niet op de oorspronkelijke literatuur.
Wetenschappelijke naam
Drosera omissa | Diels, 1992
Drosera omissa werd in 1906 beschreven door de Duitse botanicus Ludwig Diels, in het werk Das Pflanzenreich (IV.112, Heft 26), pagina 73, uitgegeven onder redactie van H.G.A. Engler. Diels werkte destijds materiaal uit dat tijdens zijn expeditie met Ernst Pritzel door zuidwestelijk Australië (1900–1902) was verzameld. Het typemateriaal is afkomstig uit zuidwestelijk West-Australië, het gebied waar Diels en Pritzel destijds intensief verzamelden. De precieze vindplaats, verzamelaar en verzameldatum van het oorspronkelijke typemateriaal konden echter niet met zekerheid worden achterhaald; een aan deze naam gekoppeld blad uit 1987 (A. Lowrie) hangt vermoedelijk samen met latere taxonomische revisies van het Drosera nitidula-complex en niet met Diels' oorspronkelijke typemateriaal. Het epitheton omissa is Latijn voor "weggelaten" of "over het hoofd gezien" (van het werkwoord omittere). Vermoedelijk verwijst de naam ernaar dat deze soort in eerdere classificaties over het hoofd werd gezien of niet werd onderscheiden van nauw verwante soorten binnen het Drosera nitidula-complex. Het is dus een beschrijvende naam, geen toponiem of eponiem.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.